Het genot van Elektrische Energie en alle zorgen daar omheen aan boord

Heel wat nuttige en niet noodzakelijke dingen aan boord vergen vandaag de dag elektrische energie en die energie moet wel naar behoefte opgebracht worden. Je kunt dus keuzes maken in het gebruik naar noodzakelijk, nuttig en luxe. En daarbij de nodige investeringen maken om het nuttige met het aangename te verenigen.

Als je als wereldreiziger op pad gaat dan weet je dat je zelden aan de Duitse landvast (walvoeding) zal liggen en dus voor je energie voorziening geheel op je zelf bent aangewezen. En als je dan onderweg bent, zul je de output moeten afstemmen op de input.

Uit allerlei voorzieningen om de accu’s op peil te houden kan gekozen worden, zoals windmolen, zonnepanelen, kleine of grote generator, extra dynamo(s) op de hoofdmotor, schroefas generator, sleepgenerator e.d. Al deze zaken hebben naast dat ze stroom opwekken ook hun zorgen en bedenkingen.
Wij hebben aan boord: een windmolen (Airmarine max.400W ) boven op de bezaan, 2 zonnepanelen op te hangen aan de reling (elk max. 50W), Honda generator 1000W benzine, 2 dynamo´s op hoofdmotor een 24V/50A en een 12V/55A. Dat moet toch bij elkaar voldoende zijn, zou je zeggen.
We zijn nu 1 jaar en 5 maanden onderweg, via Spanje, Portugal, Madeira, Canaries, Kaap Verden, Dakar, Gambia, de Braziliaanse oost kust tot Uruguay. Dit om een idee te geven van de klimaatzone´s waarin we vertoefden. De vraag is nu b.v. heb je je biertje daar koel kunnen krijgen? Het antwoord is: Ja, maar een evaluatie is wel op zijn plaats.
Als je in een marina ligt is het allemaal geen probleem. Je ligt aan de kabel, de koelkast snort en je acculader zorgt dat de boel vol blijft. Zelfs het kleine kookplaatje komt uit de kast om gas te sparen ! Op ankerlicht en navigatie verlichting en instrumenten wordt geen beroep gedaan. Alleen de scheepskas loopt leeg met zo’n €15 tot €50 per dag. Nou zijn er niet veel marina’s op ons traject tot nu toe. Meestal liggen wij achter ons anker, soms in een drukke baai, dan weer helemaal alleen op zo’n idyllische plek uit de folder (zie: www.nije-faam.nl).
Onze voorkeur bij een ankerplek gaat uit naar: weinig swell, weinig wind en wel zon. Helaas is dat niet altijd de werkelijkheid. Wel swell en geen wind is het vervelendste. Het schip gaat dan dwars op de golven liggen en rolt als een gek. Niet goed voor je nachtrust en zo. Het uit brengen van een hekanker kan uitkomst bieden, maar geeft zorg bij veranderende weersomstandigheden, stroming en getij. En staat bovendien een haastig vertrek in de weg, waardoor deze oplossing bij ons niet favoriet is.
Veel wind op de ankerplek zorgt dat de windmolen goed opbrengt . De windmolen maakt echter geluid. Dit is een vervelend geluid op het moment dat de wind net wel of net niet sterk genoeg is om energie te gaan leveren. Dat is bij ons bij zo’n 8 tot 10 knopen wind. Hij start/stopt dan steeds en dat geeft vibraties en geluid wat binnen hinderlijker is dan buiten in de kuip. Gelukkig heb ik de stopknop naast mijn kussen. Als de wind ‘s nachts aantrekt hoor ik dat aan het opstarten van de windmolen, wat een voordeel is naar mijn alertheid rond het anker gebeuren. Als er een stevige bries waait maakt de molen een heerlijk sissend geluid en denk aan een volle accu en een koud biertje. Op een goed beschutte ankerplek komt dit helaas niet vaak voor. Tijdens de vaart met een lekker lopend windje levert hij voldoende op om de extra vraag door navigatie instrumenten en verlichting bij te houden. Deze vraag hebben wij weten te reduceren, door de tricolor van een LED lampje (plastimo) te voorzien. Op ruimwater staat daarnaast alleen een kleine hand GPS aan (Magallan 310, op 12V boordvoeding), met daarin een paar routepunten (waypoints). Ook de marifoon is uit en alleen de Handheld is staande-bij als schepen dicht in de buurt komen en met ons zouden willen communiceren. Luisterwacht op 16 doen we niet. Als klein zeilbootje kan je toch geen hulp bieden.
Dichter bij de wal doen we wel de instrumenten aan, dat vooral om de dieptemeter en de laptop met daarop de elektronische kaarten. Omdat de laatste 5 mijl vaak niet meer bezeild is, gaat de motor aan en hebben we energie genoeg om de accu’s (12V en 24V) weer wat bij te vullen indien nodig. De windstuurautomaat (Aries) gaat er af en gaan we over op de elektrische stuur automaat (Autohelm 3000). Deze stuurt een rechtere lijn en geeft ons de gelegenheid om de zeilen weer opgebonden te krijgen en het ankergerei gereed te maken. Ook de koelbox gaat aan als die al niet aan was, want als er bezuinigd moet worden is dat de eerst gebruiker die uitgaat.
Wij hebben een koelbox. Een rvs ruimte van ca. 90 ltr, met een boven deksel en een drainleiding (met krul) naar onze automatische douche-pomp. Dit heeft als voordeel dat je er ook gewoon 20 ltr ijs in kunt storten, wat ook gebeurt zodra het beschikbaar is, wat in havens vaak het geval is ca.€2. Dit is genoeg voor 2 dagen in warme gebieden. Ook komt het voor dat op een rustige ankerplek er een visserman een naast ons komt liggen, om uit te rusten voor hij weer het ruime sop kiest. Met een 20 ltr emmer roei ik dan met de dingy naar hem toe en koop of krijg een paar visjes, waarbij die emmer gelijk wordt vol geschept met ijs. Zo komt Jan Splinter door de winter, als hij een koud biertje wil.
Het koel element in de koelbox zit tegen de zijwand gemonteerd, wat mij de mogelijkheid bood om van een simpele Polystyreen (piepschuim) koelbox, hier in Brazilië in allerlei maten te koop, een kleinere koelruimte om het element te maken. De ruimte is groot genoeg voor b.v. 6 biertjes, een fles witte wijn en of wat vleeswaren. De ruimte daarom heen blijft ook nog koel voor andere zaken zoals frisdranken, boter e.d. Deze toevoeging heeft het energie verbruik van de koelbox enorm terug gebracht. Precies nagaan kan ik het niet, omdat we tegelijkertijd ook naar wat koelere streken zijn afgezakt. De constructie is simpel: zijwand van de piepschuim koelbox afsnijden, de hoogte aan passen en het deksel pas maken. De inbreng opening geeft wel beperkingen aan de grootte. Dan het geheel zijdelings over het koel element en klaar is Paul in dit geval. In kortere tijd kan je dan die kleinere ruimte koud krijgen en de aankomst op een mooie ankerplek vieren met een koel biertje.
Als het zonnig is op de ankerplek komen de 2 zonnepanelen van elk 50 watt naar buiten en worden aan de reling gehangen en zo goed mogelijk naar de zon gericht. Wij hebben op het hele schip geen plek om ze permanent te monteren. Bij andere schepen zijn ze of op het harde dekhuis, of op een brug over het achterdek gemonteerd. Op onze ketch met middenkuip en buiskap is beide niet mogelijk. Daarom hangen ze met haken aan de relingdraad en worden door een verstelbare ondersteuning naar de zon gericht. Als je vol gebruik wilt maken van je zonnepanelen geven ze voortdurend werk. De positie van het schip ten opzichte van de zon verandert voortdurend, door wind, stroom en getij en het uur van de dag, Ook zijn er voortdurend scheepsdelen die menen schaduw te moeten werpen op de panelen waardoor het rendement sterk terug loopt. Ook tijdens de vaart kunnen ze niet aan dek blijven. Het gevaar om ze met de eerste de beste golf te verliezen doet ze dus onder dek verdwijnen. Al met al brengen de zonnepanelen in ons geval een hoop gedoe met zich mee, waardoor het gebruik en het nut van deze investering erg beperkt is.
Als zon en wind beide in onvoldoende mate aanwezig zijn, wordt een beroep gedaan op ons lieve kleine Honda’tje 1000 watt. Op het zwembordes achter de boot staat hij op een rubbermat zijn hoorbare werk te doen. In onze kuip is het geen storend geluid, hoe dat voor anderen in de omgeving is, weet ik niet. Ik heb ook wel eens overwogen om hem in de bijboot te zetten, maar dat heeft er uit geluidsoverwegingen voor ons niet van hoeven komen.
1000 Watt is eigenlijk aan de krappe kant achteraf. Omdat de Honda (220V output) via de acculaders de accu´s vullen en dus de vulregeling aan hen overlaat, moet de Honda dat wel kunnen trekken. Ik heb daarom voor mijn 24V systeem een kleinere acculader 15 amp. moeten aan schaffen. Mijn 25 amp. lader vroeg een te grote aanloop stroom waarop de Honda zei, doe het zelf maar. Achteraf had ik liever de 2000 watt Honda gehad, maar die paste net niet in zijn opberg kastje. Wel heb ik er direct een flexibel uitlaat pijpje bij gekocht waar ik erg blij mee ben. Het geeft de mogelijkheid om de uitlaat gassen te scheidden van de warme koellucht. Die warme koellucht wordt dan gebruikt om dingen mee te drogen en/of als verwarming te dienen.
Zo´n technisch ding als een benzine generator geeft wel weer zorg en onderhoud. Regelmatig olie verversen, benzine aan boord hebben e.d. Benzine is in Brazilië sowieso een punt van zorg. Ze mengen hier 20 tot 25% alcohol bij de benzine. Doordat de alcohol vluchtiger is dan de rest, verdampt er voortdurend wat, waardoor het octaan getal verandert en je motortje niet meer wil lopen. Dit geld ook voor de buitenboordmotor. Het is dus zaak alcoholvrije benzine te scoren en dat valt soms niet mee. Toch ben ik blij met mijn Honda´tje.
Verwarming kan bij ons ook een grootverbruiker zijn. Wij hebben een Webasto heet-watermaker zitten in serie in het primaire koelcircuit van de motor en de boiler. Via een radiator met blower wordt van dit warme(koel)water, warme lucht van gemaakt, die naar de verschillende uitstroom openingen in het schip gaat. Op vol vermogen gebruikt dit systeem een kleine 100 watt. Als de motor draait geen probleem, bovendien wordt de motorwarmte ook nog eens gebruikt, maar op een ankerplek is dit wel wat veel. Toen dit goed tot mij doordrong heb ik op Tenerife nog een diesel Dickenson potkachel in de roef gemonteerd. Deze heeft een klein opvoer pompje en een fannetje als stroom verbruikertjes. Het kacheltje geeft een heerlijke warmte. Straks in Patagonië zitten we er dus warmpjes bij. Hier in deze warme streken hebben we de kachel ook af en toe aangehad. Niet om ons aan te warmen, maar om in de soms overvloedige regentijd, de boel binnen weer wat droog te krijgen. We zitten dan in onze, met tent overdekte kuip, met de kachel binnen aan en de regen buiten.
Verlichting. Onze oorspronkelijke verlichting met lampen van 20 watt wist ook wel weg met de ampères. Alle lampen heb ik door LED-spotjes vervangen met in elk 12 LED’s (Conrad), die bij elkaar, dus alle lichten aan, nog geen 0,5 amp gebruiken. De TL armatuurtjes die ik naast de gloeilampen had, zijn allemaal stuk gegaan. Het spanningsregelaartje wordt bij lang gebruik te heet en begeeft het. Gelukkig nieuwe tijden en nieuwe mogelijkheden.
Ankerlicht. Toen we vertrokken had ik een 10 watt lamp als ankerlicht boven op de mast. Wij gebruikten dat nooit vanwege het hoge stroom gebruik, maar hingen een ordinaire olie lamp aan de voorstag. Op de Canaries zagen wij bij vrienden een LED tuinverlichtingslamp op een paaltje, met daarin een klein zonnepaneeltje, 2 oplaadbare AA batterijtjes en een schemerschakelaar. Ideaal leek ons dat ook en voor €10,- waren wij de man. Een maand of 4 heeft het prima dienst gedaan, maar door zon en zout kwam daar ook weer een einde aan. Op een verlof reisje naar Nederland kwam ik een vervangend LED ankerlampje tegen voor in het bestaande armatuur op de mast. Ook dat heeft een paar maanden goed gepresteerd tot ook dat de geest gaf. Een klein elementje op het minuscule printplaatje lijkt doorgebrand. In Brazilië heb ik voor €200,- een compleet nieuw mast armatuur gekocht met tricolor en ankerlicht van Optolamp met LED verlichting. Het ankerlicht heeft een schemerschakelaar en is bovendien uitgerust met de mogelijkheid om als stroboscoop geschakeld te worden, fantastisch. Ik moet de boel nog wel monteren. Ondertussen heb ik een separaat LED-ankerlichtje gekocht, wat op een bezemsteel in mijn hengelhouder op de hekreling staat. Dit bevalt tot op heden ook prima, hoewel ik de indruk heb dat ik een van de weinigen ben die sowieso een ankerlicht voeren hier.
De SSB-radio, een aanrader voor wereldzeilers voor de nodige weersinformatie via gripfiles en weer goeroes, de gezelligheid door contact met andere lotgenoten en de mogelijkheid van DSC op ruim water. Het zenden met dat ding gebruikt toch nog heel wat stoom, zeker op hoog vermogen. Bij het zenden en ontvangen van data moeten we goed op de propagatie letten, anders duurt het veel te lang en gebruikt het dus te veel stroom. Later nog maar eens proberen, kijken of de ontvangst dan beter gaat.
Het luisteren naar de wereldomroep doen we met een kleine Sony kortegolf ontvanger op batterijen, 4AA batterijtjes per maand. Dat uurtje per dag is een vast onderdeel van onze dagindeling geworden.
Laptops zijn zo langzamerhand ook een niet meer weg te denken als stuk gereedschap aan boord geworden. We gebruiken hem als kaartplotter en voor de communicatie via Sailmail van grib’s en e-mail. Verder geeft hij inzicht in het getij waar ook ter wereld, middels het vrij te downloaden programma “WXtides”. Toch wel erg handig en nuttig, niet noodzakelijk maar toch. Zonder dat ding hadden we heel wat havens en ankerplekken in het donker niet aan durven lopen. Maar ook dat ding moet regelmatig of doorlopend aan het infuus. Onderop staat 18,5V en 3.5 Amp, dat is dan toch 65 watt. Maar ik heb geen 18,5V aan boord. Bij Conrad had ik voor vertrek een omvormertje gekocht die van 12V= 18,5V= maakt 60watt. Op Madeira was het over met hem, overbelast waarschijnlijk. Ik kon hier, gelukkig maar, gelijk twee nieuwe kopen van een ander merk. Die hebben het niet verder gebracht dan de Kaap Verden. In The Gambia heb ik uit, door met een zwager meegebrachte onderdelen uit Nederland, er zelf twee gebouwd, die maken van 24V= 18,5V= maken, maar het grote koellichaam wordt m.i. veel te heet om goed voor ze te zijn, ze doen het echter nog prima.
Pas in Recife, Brazilië kon ik van een fransman een goede overnemen, die zowel 12 als 24 volt lust en 19V als uitgangsspanning geeft, 120 watt. Deze doet het nog steeds naar behoren. Het merk is “FSP GROUP INC.” Type: CAR120-19.
Als de nood aan de man komt heb ik als reserve nog een 300watt 24= naar 230V~omvormer liggen. Via de bij de laptop bij geleverde voeding kan dan via deze omweg toch nog 18,5V= geleverd worden. Hopelijk hoeft deze omvormer voor dit doel nooit uit de verpakking te komen.
Naast de eerder genoemde laptop, die we uitsluitend gebruiken voor navigatie doeleinden en min of meer vast is ingebouwd, hebben we elk ook nog een privé laptop. Deze zijn elk ingericht om als back-up te dienen voor de navigatie laptop. Op deze laptop’s schrijven we onze verhaaltjes voor het thuisfront, bereiden mail voor en slaan we foto’s op. Een internetcafé op de wal biedt dan de mogelijkheid om via een memoriestick die informatie in een paar seconden bij het thuisfront in Nederland te krijgen. Soms hebben we ook via WIFI een draadloos netwerk aan boord en kunnen we b.v. via Skype of MSN direct met het thuisfront communiceren. Overal vind je tegenwoordig internetcafe’s, waarvan velen ook zijn uitgerust met Skype. Sinds we Skype ontdekt hebben is het contact met thuis heel wat toegenomen en mijn mobiele telefoon kosten zijn sterk terug gelopen. Moet je nagaan, mijn moeder van 92 bel ik naar haar vaste nummer van uit Brazilië, kosten € 0,017 per minuut. Ze vindt het heerlijk de stem van haar zoon weer eens te horen. Ook de stem van je kinderen en kleinkinderen te horen doet je toch wel goed. Wat is er een hoop veranderd op dit punt de laatste jaren.
Voor allerlei andere gebruikers, zoals: naaimachine (veel in bedrijf), staafmixer, scheerapparaat, tondeuse, printer, opladen van fototoestellen, elektrisch hand gereedschap, e.d. hebben we nog een 2000 watt omvormer van 24V= naar 230V~ aan boord. Ik ben blij dat ik dat ding niet te klein gekocht heb. Gelukkig worden de hier genoemde gebruikers maar kort gebruikt en zijn geen grote gebruikers in het totaalplaatje.
De CD speler staat zelden aan en het mini TV’je hebben we alleen aangehad tijdens het World-cup voetballen. Wel hebben we (weer op laptop) al wel vijfmaal ‘s avonds een DVD filmpje gekeken. Kennelijk bevalt de stilte van de natuur ons het best en hebben we inmiddels meer boeken gelezen dan in vele jaren daarvoor.
Recent heb ik hier in Brazilië ook nog een kleine lucht compressor gekocht. Het is er een die werkt met een membraan en daarmee dus smering vrij is en een druk levert van max. 2,8 bar. Hij is bedoeld voor gebruik in combinatie met een verfspuit, maar je krijgt er nog een paar hulpstukken bij die bedoeld zijn om dingen op te blazen, zoals b.v. een fietsband, een bal, of zelfs een dingy.
Met een slang van 10 meter en mijn adem automaat kan ik nu onder het schip werken, zonder steeds naar boven te moeten om lucht te happen. De aangroei hier in deze warme streken is enorm en het regelmatig afsteken van het onderwaterschip zorgt dat de vaart er nog in gehouden kan worden. De Honda-generator kan dat net goed trekken. De investering in een onderwater warmtepak was ook geen overbodige luxe. Ook dit onderwerp draagt bij in het verkorten van de tijd die je doet over een verplaatsing op zee en heeft invloed op de daar te gebruiken energie en onze veiligheid.

Na het schrijven van dit epos, over het wel en wee rond de stroomvoorziening en haar gebruikers, verbaas ik mij over de veelheid die daar inmiddels over te vermelden is. Veel was ik alweer vergeten of gewoon gaan vinden en dat al na pas 17 maanden onderweg te zijn.
In de voorbereiding van een wereldreis kan je al veel doen, maar ervaring krijg je pas onderweg en dit wetende zou je een aantal dingen wellicht anders hebben gedaan. Nu eenmaal onderweg moeten we het doen met dat wat we aan boord hebben en/of wat lokaal verkrijgbaar is. Misschien is dat nu net de charme van het onderweg zijn.

Zij die hun voordeel nog met deze inkijk in het leven op de “Nije Faam” kunnen doen, wens ik een goede en behouden vaart. Zij die meer informatie, commentaar, of aanvullingen wensen, nodig ik uit om via de website contact met ons op te nemen.

Paul Kamstra
Schipper naast …………. Mariëtta