Nieuwsbrief oktober 2005

afbeelding van Mariëtta

Ik heb een ticket gevonden en ga op 5 oktober vliegen. De dagen die ik nu nog in Nederland ben worden tot op de minuut benut. Nog snel even hier langs, daar nog wat ophalen, en dan komt het moment van afscheid nemen van dochters en kleindochter. Niet leuk.
Annemiek brengt me naar Schiphol. Met een veel te volle rugzak als handbagage en een zak waar een vouwfiets in zit als ruimbagage kom ik aan bij de incheckbalie. Ik tref een baliemedewerkster die een oogje dichtknijpt als de zak op de weegschaal gaat. “Met die rugzak krijg je straks problemen” zegt ze.

Ze adviseert me wat inhoud van die rugzak in de zak bij de fiets te stoppen. Gelukkig had ik wat lege tasjes bij me en ik haal o.a. zo’n twintig boeken uit mijn rugzak en stop die in de zak bij de fiets. De zak wordt niet meer opnieuw gewogen.
Dan opnieuw afscheid nemen, nu van mijn zuster, en snel omdraaien als alles van de afgelopen twee weken in een flits voorbij komt.
Ik heb nog anderhalf uur voor het vliegtuig vertrekt. Die tijd heb ik hard nodig omdat de handbagage wel erg uitgebreid gecheckt wordt. De tas met laptops moet helemaal uitgepakt worden en ook in de rugzak wordt flink geneusd. Oef, wat ben ik blij dat die spuitbus met hittebestendige PUR in de zak bij de fiets zit.
Paul staat op het vliegveld op me te wachten. Zie ik daar ook Arnold en Coby? Wat leuk. Onze vrienden liggen in Los Christianos, zuid Tenerife, voor anker. Voor hen had ik uit Nederland een rookdoos meegenomen. Na een biertje of twee nemen Paul en ik de bus terug naar de boot in Santa Cruz de Tenerife.
De boot ziet er vreemd uit. Is dit onze boot? Paul heeft de romp van de boot gepoetst en gewaxt en op de punt glimmen de nieuwe letters van Nije Faam me tegemoet. Ook aan dek glimt de kachelpijp. Wat hebben Paul en ik die avond een boel bij te kletsen.
De volgende dag wordt als eerste de vouwfiets in elkaar gezet. Heerlijk dat ik niet alles meer te voet hoef te doen. Ik fiets heel wat af. Dan monteert Paul de plaatjes no brando die ik in Tilburg kocht, achter de kachel en na wat gaten dichtpurren kan de kachel aangestoken worden. Spannend. Zal alles werken? Zijn de leidingen goed aangesloten? Even later zien we vlammetjes achter het raampje van de kachel en rook uit de schoorsteen komen. Moet toch een vreemd gezicht zijn hier op Tenerife.
Terwijl ik in Nederland met mijn kleinkind zat te knuffelen heeft die lieverd hier ook nog koolfilters in de leiding voor drinkwater gezet. Nu kunnen we het water in de drinktank wat chloreren zonder dat we daar wat van proeven.
Waar is mijn jas? Niet op de boot. Ik kom er achter dat ik mijn jas in de bus heb laten liggen. Snel fiets ik naar het busstation maar daar is geen jas. Die dag fiets ik nog vier keer naar het busstation in de hoop ‘mijn’ buschauffeur te treffen. Helaas.
De pech wordt nog groter als ik besef dat in mijn jaszak mijn zonnebril en leesbril zaten. Gelukkig hebben we aan boord nog een reserve zonnebril.
Gaan we nu snel verder varen? Paul wil over twee dagen vertrekken. Ik wil graag even bijkomen van alle emoties in Nederland. Eind van de week dan.
Dan wil Paul ook ineens naar zijn boerenfamilie in Nederland. Vanuit Tenerife is dat toch heel wat gemakkelijker dan vanuit de Kaapverdische eilanden. In ieder geval voor mij. Want dan moet ik het schip alleen beheren. Aan een steiger zie ik dat meer zitten dan als we voor anker liggen. Een ticket is snel geboekt en een paar dagen later zit Paul al in het vliegtuig. Wat zal ik deze week eens gaan doen. Er is altijd veel te doen. Ik maak een lijstje waar bovenaan staat dat ik inkopen ga doen van levensmiddelen die ik hier nog kan kopen en in de landen die we komende maanden gaan bezoeken waarschijnlijk niet meer. Op de fiets naar Carrefour en drie uur later en driehonderd euro armer fiets ik weer terug. Morgen worden er twee boodschappenkarren voedsel en drinkwater gebracht. Die dag heb ik helemaal besteed aan het netjes wegwerken van de voorraad. Alles wordt in het schriftje genoteerd, oude voorraad naar voren gehaald om de nieuwe weer achteraan te leggen. Dan de muskietentent afmaken, weer een dag werk, ik ben blij dat die ook klaar is. Van een Canadese buurvrouw hoor ik hoe ik Yoghurt kan maken. Heel eenvoudig. Melk verwarmen, wat melkpoeder toevoegen en twee eetlepels yoghurt. Alles in een termoskan acht uur laten staan. Heerlijk. Dat ga ik uitproberen.
Imre komt langs om te vragen of ik hun huurauto wil hebben. Ze gaan een paar dagen eerder dan gepland varen. Wat denk je? En of ik dat wil.
Ondank de lijst met things to do nog lang niet af, kros ik de volgende drie dagen het hele eiland rond. Ik zie dat Tenerife een heel gevarieerd landschap heeft. Het noordoosten lijkt met het Taganan- en Anagagebergte veel op Zwitserland met zijn puntige bergen en diepe boomrijke dalen. Aan de noordkust zie ik veel bananenplantages en er zijn prachtige dorpjes waar het lekker toeven is op de pleinen. Hier zie ik de oudste drakenboom. Duizend jaar oud, volgens overlevering. In het centrum is een Nationaal Park (Parque National del Teide). Adembenemend vulkaanlandschap is die dag mijn omgeving. Met twee andere Nederlanders neem ik de kabelbaan naar het topje van de Teide (3718m). De lucht boven is ijl en bewegen is erg inspannend. Letterlijk adembenemend. Ik maak veel foto’s. We besluiten niet de lift naar beneden te nemen maar te voet te gaan. Een wandeling van vier uur. Die vier uur worden er bijna vijf omdat het pad niet uitkomt bij de plaats waar de auto staat. Wat zal ik morgen mijn kuiten voelen.
Paul wordt opgehaald van het vliegveld, die week is niet alleen voor mij omgevlogen. We hebben weer heel wat te bespreken die avond. Het lijkt ook een beetje sinterklaas want Paul heeft heel wat inkopen gedaan in Nederland. Helaas had hij niet zo’n mazzel bij het inchecken en moest voor zijn 4 kg overbagage 40 euro betalen. Steeds als we iets uitpakken is het: ”Dat zijn dure worsten, dat is dure pannenkoekenstroop, dat is dure kruidenmix” haha.
Arnold en Coby zijn met hun Drifter inmiddels al naar La Gomera gezeild. Daar wachten ze op ons. We willen samen naar de Kaapverdische eiland en naar Gambia/Senegal gaan. Maar ze moeten nog een paar dagen langer wachten want de wind komt niet uit de goede hoek. Zondagavond is het wel gunstig en net voordat het donker wordt vertrekken we dan na 70 dagen weer uit Santa Cruz de Tenerife. We krijgen die nacht allerlei winden maar niet de beloofde Noordooster. De volgende ochtend als we in de buurt van Playa Santiago de La Gomera zijn maken we marifooncontact met de Drifter en even later worden we ingehaald door onze twee vrienden met hoedjes op in hun blauwe rubberbootje. Sinds 15 augustus hebben we hen niet meer gezien. Arnold helpt met ankeren. We moeten i.v.m. de swell een hekanker uitbrengen. De boot trekt aan het hoofdanker aan de punt, en met het hekanker kunnen we de boot zo trekken dat we recht op de golven liggen. We drinken koffie op onze boot, eten op hun boot en drinken nog een borrel na. Het wordt laat. In de bijboot weer terug naar onze boot. En lekker slapen. De boot ligt er vreemd bij. Net of het hekanker niks doet. Arnold komt een kijkje nemen en biedt zijn hulp aan. Samen met hem haalt Paul het anker in en wat blijkt: de steel is helemaal krom. Dat hebben we nog nooit meegemaakt. Midden in de nacht maken de mannen het tweede anker voor op de punt los en bevestigen dat aan de lange landvast achter. Dit anker wordt uitgebracht en er we leggen ons ter ruste. Veel slapen doen we niet. De swell is heel erg. De volgende dag hebben we een auto gehuurd en bekijken we het landschap van La Gomera. Weer heel anders dan al die andere Canarische eilanden. We maken ook nog een kleine wandeling. Als we terugkomen in Playa Santiago zien we dat de swell nog niet is afgenomen. We besluiten op de wal te blijven en eten in een gezellig restaurantje. Als we weer aan boord zijn gaan we meteen slapen. Omdat de boot zo tekeer gaat ga ik in een loodskooi liggen. Daar heb ik steun links en rechts en rol ik niet zo. Ik val snel in een korte slaap. Om middernacht hoor ik Paul roepen. Hij had nog helemaal niet geslapen en wilde de lijn aan het hekanker wat indraaien om beter op de swel te komen, maar dit anker heeft geen grip en Paul haalt het zo binnen. Ik moet naar buiten komen omdat we opnieuw moeten ankeren. Bij anker opgaan komen we erg dicht bij de Drifter. Arnold wordt wakker van ons getoeter. Terwijl ik aan het roer sta haalt Paul het anker op. Regelmatig moet ik de boot naar achteren varen om vrij te blijven van de Drifter. Dan besluiten we om die nacht de haven van Playa Santiago in te varen om daar een veilig plekje te zoeken. Alle stootwillen die we hebben worden aan een kant gehangen en lange landvasten worden klaar gelegd. Die lange lijnen zijn nodig omdat we in de visserijhaven gaan liggen aan een kademuur, er is geen drijvende steiger. Met lange lijnen liggen we zowel met hoog water als met laag water goed vast. Het is twee uur als we naar bed kunnen. Leven zoals wij doen is echt niet altijd rozegeur en manenschijn. Een kwartier later worden we wakker van een visserboot. We liggen op zijn plek en hij wil vis lossen. Gelukkig kan hij dat ook een stukje verder doen.
De volgende dag doen we inkopen en we overleggen met de Drifter om naar op een andere plek voor anker te gaan. Het beste is om aan de leizijde van het eiland te gaan liggen, dat is precies aan de andere kant van het eiland als waar de wind vandaan komt. Dat is bij deze wind op de rede van Valle Gran Rey. Daar liggen we nu. We hebben een prachtige uitzicht op gigantische rotsen en een diepe kloof: de vallei van de grote koning.
Paul gaat met Arnold een bergwandeling maken die alleen geschikt is voor de ervaren bergwandelaar. Ik duik die dag in een spannend boek (Angels and Demons, van Dan Brown, dank aan Esther).
We maken afspraken met Arnold en Coby omtrent de vertrekdatum naar de Kaapverden, en we komen overeen om rond volle maan naar het zuiden te trekken. Dat wordt dan onze volgende langste oversteek. 800 mijl. Ik reken op zo’n zeven dagen geen land in zicht. Spannend. Ik krijg weer de kriebels.
Coby en ik gaan nog een dagje winkelen in San Sebastian. Dat is een dorpje aan de andere kant. Maar om er te komen kunnen we het beste de ferry nemen, die is er het snelst. Hierover en over de komende overtocht, dan onze langste, vertel ik de volgende keer weer. Groeten.

Locatie: