Nieuwsbrief juli, augustus en september

afbeelding van Mariëtta

Drie nieuwsbrieven ineen deze keer, voor de verandering. En het is al eind september, dus het is nog opschieten geblazen ook met dat geschrijf. Vandaag gaan we weer naar huis, voor ons de boot. We vliegen vandaag terug naar Montevideo in Uruguay. Het is woensdag 26 september. Met een laatste ontbijt opgesierd met alle herfstvruchten die de tuin van ons honk te Maarssen biedt, hebben Jan en Klazien ons een feestmaal voorgeschoteld. De tassen zijn ingepakt in de omzakken en liggen al in hun auto. Ze zullen ons wegbrengen. Nu nog de laatste spullen in de dagrugzak stoppen en checken of we niets vergeten zijn. Jan laat ons nog even genieten van ‘mooi Nederland’ door alleen kleine weggetjes te nemen.

    Twee en een half jaar zijn we nu onderweg en Nederland wordt steeds mooier voor ons. Het heeft iets weg van één groot Nationaal Park of Openluchtmuseum. Na alle omzwervingen in Afrika en zuid Amerika vinden we Nederland zo ontzettend netjes. Keurige straatjes zonder kuilen, prachtige bermen, in zomerse pracht; afwezigheid aan zwerfvuil, nou ja, bijna geen rotzooi op straat en in de berm, als ik dat vergelijk met andere landen. Weilanden, ze lijken wel allemaal netjes gemaaid en de kantjes geknipt omdat wij op bezoek komen. Alles is tot in de puntjes georganiseerd.In Haarlem gaan we nog een hapje eten. Wat is dit een mooie stad. Voor Paul en Klazien is het jeugdsentiment, ze gingen hier vroeger op school en woonden er. Na wat winkeltjes bezocht te hebben koersen we aan op Schiphol. Nog geen files. Gelukkig.    We hebben de afgelopen drie maanden heel wat fileleed gezien. Ik weet nog goed dat ik de auto ging kopen. Na een nachtje in Nederland geslapen te hebben schafte ik al een autootje aan om vervolgens binnen tien minuten in de file te staan. Het verkeer is veel drukker geworden. Waar moet dat heen? Paul en ik hebben samen 4000 km door ons kleine lage landje gereden. Heerlijk de hele lieve familie bezocht, en niet een keer, maar vaker. Rijdend als een bankstel in onze Fiat Cinquecento van Groningen tot Maastricht, van Tilburg tot Maarssen, van Den Oever tot Brouwershaven, van Eindhoven tot Deventer en nog veel meer. Maar wel steeds in daluren, want in de spits is er geen doorkomen meer aan. 140 km file is eerder regel dan uitzondering. Mij lijkt dit welhaast onwerkbaar te worden.Op Schiphol worden we ook nog uitgezwaaid door Esther en Bert, onze webmasters. En nu vlug naar de boot, want die zal jullie wel missen, horen we ze zeggen.Ja ja, maar ik jullie ook wel hoor!    Drie maanden, voor Paul twee, is ook wel héél lang om weg te zijn bij je droom. Ja, we lijken wel landrotten te worden. We kijken voetballen, volgen het NOS journaal, leven ons in in de politiek, gaat Rita Verdonk een solotoertje maken moeten wij perse Pauw & Witteman gaan kijken. Ja! Het moet toch niet gekker worden. Waar zijn we helmaal mee bezig? We moesten maar weer eens gaan. Dit land is zo welvarend beseffen we, dat we ons hier alleen nog maar druk lijken te maken over of een schaamlap verkleining nu wel of niet in het ziekenfonds moet, of waar het kattenluikje moet komen. We moesten maar weer eens een tijdje gaan afkicken.Dan nog een knuffel voor Jan en Klazien die ons met veel liefde asiel verleenden en waar we menig kaartje mee gelegd hebben. Op weg naar de gate hoor ik Paul zuchten: hè, hè, eindelijk zijn we weer met zijn tweetjes. Zekers, het is heerlijk weer met zijn tweeën te zijn. Maar voor mij was drie maanden toch echt niet te lang, ik had er best nog een paar weken aan vast kunnen plakken. Vlak voor we ons eerste vliegtuig in moeten, genieten we van een ijskoude Heineken. Nog even mijn dochter bellen, nog heel eventjes vasthouden.Wat hebben we toch een flinke dosis qualitytime achter de rug. Was, de vorige keer dat ik in Nederland was, mijn kleindochter nog een baby, nu het is een flinke peuter. En ze heeft, in die drie maanden dat ik van haar mocht genieten, al weer zo veel stapjes in haar ontwikkeling gedaan.Het vliegtuig stijgt op. Ik zit aan het raampje en kijk uit over het IJ. Daar de zijtakken van het IJ met zijn grote olieopslagsilo’s. Zo vanuit de lucht is het beeld net een landkaart. Straten worden gemarkeerd door keurige rijtjes lantaarns, kassen zijn grotere rechthoekige lichtvlekken. Slierten van auto’s geven aan waar snelwegen zijn die steden met elkaar verbinden. Dan komen we te hoog om nog wat te zien. Na een paar uurtjes landen we met volle maan in een donker Madrid. Dit land ziet er vanuit de lucht in het donker al zo anders uit dan Nederland. Zijn in Nederland slechts enkele donkere vlekken zonder bebouwing te zien, hier zijn het de lichte vlekken die een dorpje verraden, die via onzichtbare wegen met elkaar verbonden moeten zijn.We horen weer Spaans. Ik was bang al mijn Spaans kwijt te zijn, maar bij navraag welke richting gate S is, krijgen we een uitleg in muy rappido Spaans en ik kan het nog volgen ook. Ik begin terug te verlangen naar ons honk in zuid Amerika.We nemen enkel liften omhoog en weer omlaag en nog een soort van metro-tje voor we bij onze gate komen. Met nog twee uur wachttijd voor de boeg nestelen we ons aan een tafeltje in een bar en onder het genot van nog een biertje schrijf ik verder aan deze nieuwsbrief. Paul sudoku’t.    Sinds een paar weken is Paul weer helemaal in de ban van de Sudoku. Als de Trouw binnen kwam op de Maarssenbroeksedijk Oost was zijn eerste werk ‘s morgens het maken van de Sudoku. Klazien de cryptodinges en Paul de Sudoku.Was wel genieten hoor elke dag op het gemakje opstaan, krantje erbij, lang ontbijten, koffie drinken onder het genot van de puzzeltjes. Voor de terugreis heeft Paul een nieuw boekje gekocht met vijf en zessterren Sudokus, niet de makkelijkste dus. En ondanks dat dit boekje voor de terugreis bedoeld was zag ik Paul nu constant en overal Sudokuën. Ja, zelfs op de wc, maar het meest bijzondere was toch dat ik de krant een keer uit de douche moest halen, toen Klazien haar Cryptodinges wilde meenemen in de auto naar….. Is dit niet een vorm van autisme? Is Paul een leider aan het syndroom van Asperger? Of nog erger een Savant? Ja, je gaat je dan toch wel eens zorgen maken. Dat gesudoku is toch een soort vorm van verslaving. Alhoewel, er zijn ergere vormen van verslaving! We moesten maar weer eens terug naar de boot.Op het vliegveld kraakt ie de ene Sudoku na de andere. Het is inmiddels middernacht, de bar sluit. Hopelijk kan ik vannacht in het vliegtuig wel slapen, op de heenweg was dat niet het geval. Bij Bever Sport heb ik een opblaasbaar nekkussentje gekocht. Morgen kan ik jullie vertellen of het inderdaad geholpen heeft. Als het tijd is om in te checken ruimen we de laptop en puzzel op en gaan als schaapjes in de rij staan om ons te settelen op onze vliegtuigstoelen. Dit is ons plekje voor de komende 12 uur. Hoe verder we van Nederland vandaan varen, hoe langer de vluchten gaan duren. Dat is minder. Het is inmiddels 2 uur in de nacht op ons klokje en ik tol van de slaap. Paul niet, die zie ik constant met zijn potloodje, gummetje en boekje in de weer. Maar na het warme eten met een flesje wijn val ik in slaap. Met mijn nekkussentje maak ik de hele nacht slaapjes van soms wel een uur. Heerlijk. Als ik uitgeslapen ben komt het ontbijt waarna de landing niet lang op zich laat wachten. Nije Faam!!!! We komen eraan.Op het vliegveld in Montevideo worden we verwelkomt door Jean, onze Amerikaanse Uruguyaanse vriendin. Ze heeft speciaal de Jeep meegenomen om al onze bagage naar de boot te brengen. Ik haal nog even een bekertje koffie, terwijl Paul de Jeep in laadt. Wat doet die barjuffrouw lang over het inschenken van een kopje koffie. Moeten de bonen nog geplukt worden in Brazilië of zo? Relax Mariëtta, this is south America. Tranquillo. Na zo’n 20 minuten kom ik dan aan met mijn bekertje hete koffie. Jean heeft een hekel heeft aan rijden en vraagt Paul plaats te nemen achter het stuur. Motor starten. Rijden, stop. Motor slaat af. Au, hete koffie over mijn hand. Nog een keertje starten, effe wennen. Dan gaan we. Hobbel de bobbel. Nog meer koffie over de rand. “Paul, rijd eens rustig!” “Ik rijd gewoon, de wegen zijn hier zo”. Dat is waar ook. Geen gladde wegen.    Omschakelen moet ik. Ik weet nog goed dat toen ik in Nederland kwam, ik met verbazing keek naar al die karretjes, scootmobielen, electrische rolstoelen, opgevoerde rollators. Hebben wij dan zoveel meer gehandicapten dan in het buitenland? Ik denk niet meer of minder. Alleen hier in Nederland kunnen minder validen veel beter uit de voeten. Ik zie ze overal, in de stad, in het bos. Ik ben wel blij met die mogelijkheden, ook ik kan ooit hiervan afhankelijk zijn. En onafhankelijk zijn van anderen is toch wat ik hoog in het vaandel heb staan.We rijden over de snelweg waar ik ook wandelaars over zie lopen en een vrouw met een klein kindje in een wandelwagen echt dicht langs de auto’s, waar een autobus heel plotseling stopt om een passagier uit te laten, en worden bijgeklets over het wel en wee van Piriápolis. Intussen mijmer ik nog even tussen twee werelden.    Bedankt lieve (ex)collega’s voor het heerlijke bijkletsen, lieve families die we mochten ontmoeten tijdens de voor en door ons georganiseerde familiedagen, voor de vele koffiebezoekjes die we deden en mochten ontvangen, voor het kleinkind dat we mee mochten nemen naar de dierentuin, voor de boot die we mochten lenen van een neef om nog even de zilte lucht van Brouwershaven op te snuiven, voor de zeiltocht op het IJsselmeer en de boottocht door de Wieden, voor de BBQ’s, de dineetjes. Bedankt iedereen die we nog vergeten zijn te bedanken. En wat een prachtige kleindochter is het geworden.Dan gaat de slagboom open naar het terrein waar de boot staat. Hé, Louis staat ook nog op de kant! En die twee boten zijn erbij gekomen. En die blauwe boot daar, is die niet van die Zwitsers die we hier een jaar geleden ook zagen.  Jesús, onze schilder, zwaait naar ons. “Holá Mariëtta, hola Pablo. ¿Cómo estás?” “Muy bien”, en we kussen elkaar als begroeting. Terwijl ik hem drie kussen wil geven, bedenk bij de tweede dat hier maar één kus de gewoonte is. Cada país otras costumbres. Pedro Henrique, de prefectura met de kraaloogjes geeft een hand. Terwijl ik naar boven klim zie ik Pacific Blue naast ons staan op de kant.Als de kuiptent open gaat schittert het witte schilderwerk, wat Paul deed terwijl ik al in Nederland was, me tegemoet. Wauw, dat is wel even een ander gezicht. En binnen is alles als van ouds. Alleen kleine veranderingetjes, dingen die het leven aan boord toch weer aangenamer of veiliger maken. Paul heeft hard gewerkt toen ik bij ons Annemiek bivakkeerde.Wat zullen we gaan doen? Spullen uitpakken of eerst een tukkie doen?Het wordt een beetje van beiden. Maar ’s avonds lopen we naar het restaurantje waar ze de lekkerste biefstukken van Piriápolis bakken. Welcome back in town.Tijdens het etentje met een Don Pascual Roble uit 2004 maken we weer plannen zoals zeenomaden betaamd.

Mariëtta, 28 september 2007

Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.

Volgende keer meer!

Locatie: