Oktober 2011

afbeelding van Mariëtta

Oktober 2011

Van onze ‘maand’ Vanuatu is al bijna een week voorbij. do, 29/09/2011 - 07:15 - 029. Bewoners van Malekula vertellen ons waar wij ons anker moeten uitgooien ©029. Bewoners van Malekula vertellen ons waar wij ons anker moeten uitgooien
Paul en ik maken een planning voor de resterende drie weken. De volgende dag zeilen we oostelijk van het eiland Malakula wat hoog en groen is. Hoog in de bergen en dan vooral aan de westkant van Malakula leven nog stammen (Big Nambas) die nauwelijks met blanken in aanraking zijn geweest.De vrouwen worden hier traditiegetrouw de beide voortanden uitgeslagen zodra ze getrouwd zijn, grrr. Als we bij Uri Island de baai binnenvaren heet een groepje inlanders in hun prachtige outrigger kano’s ons welkom. Ze laten ons zien waar we ons anker het beste kunnen uitgooien om het koraal niet te beschadigen.

Het anker glijdt in een klein stukje wit zand tussen een druk kleurenspel van koralen. 16° 05,845’S en 167° 27,673’E (Selenamboro Village in Port Stanley, Malakula). Ook vragen ze ons of we groente willen hebben. Als ze later die dag de groente komen brengen vraag ik hen wat zij graag willen hebben. Een vrouw zegt dat ze graag een handdoek heeft. Ik vraag Paul een schone handdoek te pakken en geef die aan de vrouw. Ze is er zichtbaar erg blij mee. Dan vertellen de mensen ons waar we mooi kunnen snorkelen. Dat doen we aldaar genietend van het zien van zeer grote doopvontschelpen do, 29/09/2011 - 06:42 - 037. Gigantische doopvontschelpen bij het eiland Uri bij Malekula ©037. Gigantische doopvontschelpen bij het eiland Uri bij Malekula
(giant clams) met veel verschillende kleuren. Prachtig zijn hier de bijzondere koraalvormen. Voordat we de volgende dag anker op gaan, bezoeken Paul en ik nog even het dorpje Selenamboro waar een aantal mannen ons onder een gigantische banjanboom te woord staat. Laat in de middag arriveren we in Port Sandwich, in het zuidoosten van Malakula, waar bij Planters Point het anker in de grond gaat. 16° 26,370’S en 167° 47,083’E. Port Sandwich is hét hurrican hole van Vanuatu, misschien interessant om te weten voor de websitelezers, die ook eens met de boot in deze wateren willen vertoeven. De ingang van Port Sandwich is smal, de baai wordt verder naar binnen breed en gaat diep naar het zuidwesten het land in. Ik waan me hier op een meer, deze ankerplek is omringd door bergen met donker groen oerwoud. Het is vochtig, er valt geregeld een buitje. Jammer dat wij niet echt méér tijd kunnen nemen voor Vanuatu. Het is niet alleen omdat we maar voor een maand een visum hebben want daaraan zou wel wat te doen zijn, maar vooral omdat het orkaanseizoen voor de deur staat en dat we daarom rond 1 november in Brisbane in Australië willen zijn. En we gunnen ons de tijd niet om nog een jaar in de Pacific te blijven. Hadden we dat wel gedaan, dan hadden we daarvan langere tijd in Vanuatu door gebracht. Waren dan ook zeker in de maand april/mei naar het eiland Pentecost gegaan. Dan wordt daar namelijk het ‘naghol’ ritueel uitgevoerd, google maar eens. Het is de voorloper van het bungee jumpen. Mannen bouwen houten torens van dertig meter hoogte en springen daar vanaf, hoofd vooruit. Een liaan om de enkels moet verhoeden dat ze te pletter slaan op de grond. Als men met zijn haren de grond raakt is men verzekerd van een goede yam oogst.
We laten het eiland Pentacost ten oosten van Malakula aan ons voorbij gaan en zetten koers naar Epi Island. In Lamen Bay gaat de spijker weer in de grond, 16° 35,760’S en 168° 09,803’E. Net aan een biertje, tijdens happy hour, horen we een gesplash naast de boot. Een schildpad steekt zijn kop boven water om adem te halen. Nog net zie ik zijn prachtige schild onder water verdwijnen. za, 01/10/2011 - 07:18 - 050. Schildpad naast de boot bij het eiland Epi, Vanuatu ©050. Schildpad naast de boot bij het eiland Epi, Vanuatu
Meteen staan we beiden aan de reling en kunnen zo diep het water in kijken, dat we de schildpad nog lang kunnen volgen. De volgende dag snorkelen Paul en ik samen en proberen een schildpad bij te houden. Er zijn nog veel meer grote schildpadden onder de boot. Ik kan geen genoeg van het snorkelen krijgen en blijf veel te lang in het water. Paul is er al lang uit, maar roeit nu achter mij aan in de bijboot. Pas als ik nauwelijks meer in de bijboot kan klimmen, merk ik dat ik toch wel erg moe en koud geworden ben. Die avond krijg ik hoge koorts en lig te klappertanden onder een dik donzen dekbed. Paul vertrouwt het niet, denkt dat ik mogelijk malaria opgelopen heb, op een van de andere eilanden. Om 2 uur in de nacht heft hij het anker en brengt mij in 14 uur tijd, 80 mijl verderop naar een dokterspost in Port Vila op het eiland Efate, 17° 44,725’S en 168° 18,685’E. Daar kan ik nog net voor vijf uur een dokter spreken en wordt er meteen een bloedtest gedaan. Het is geen malaria! Een opluchting. Wat is het dan wel? Ja, kan van alles zijn, waarschijnlijk een buikgriepvirusje, want inmiddels ben ik ook goed misselijk. ‘Rust’ is het advies, ‘het gaat vanzelf weer over’. Nou, dat ging echt niet vanzelf over. De verhoging en de misselijkheid bleven nog weken aanhouden en na een e-mail wisseling met Renée en Jaap van de Ware Jacob, beiden huisarts, heb ik uit eigen apotheek een vette penicilline kuur genomen. Pas toen ging de misselijkheid over en verdween de koorts. En al die tijd lig ik in de kuip op een stapel dikke kussens te koekeloeren naar het leven om de boot. Veel zie ik niet van het eiland Efate, maar kan toch wel genieten hoor. Nije Faam ligt lekker aan een mooring tussen de stad Port Vila en Iririki Island. Paul kan allerlei klusjes doen, waaronder een visum voor Australië regelen. Twee andere Nederlandse boten, Serendipity en Spirit liggen ook in de baai. Gezellig. Na een paar dagen rust gaan we nog even voor anker bij Mele Island, 8 mijl verderop. 17° 41,478' S en 168° 15,833’E. Snorkelen om Mele Island is fantastisch. zo, 09/10/2011 - 02:58 - 071. Black Lionfish, Hideaway Island onderwater ©071. Black Lionfish, Hideaway Island onderwater
zo, 09/10/2011 - 03:07 - 072. Zoek de griezel, Hideaway Island onderwater ©072. Zoek de griezel, Hideaway Island onderwater
Het water is zo helder dat ik heel ver kan kijken en ik geniet van de bizarre vormen van de wonderbaarlijke koraalbanken, in allerlei tinten, paars, roze, goudgeel. En van die grote blauwe zeesterren die zich over een koraalkop draperen. Ook is er een joekel van een steenvis en een zwart gestreepte lionfish, griezelig maar ook spannend, beide vissen zijn beslist niet ongevaarlijk! In de buurt maken we nog een mooie wandeling naar een waterval. De klim omhoog is niet te zwaar, maar ‘s avonds ben ik wel weer heel moe.ma, 10/10/2011 - 01:26 - 061. Waterval met bijzondere terrassen ©061. Waterval met bijzondere terrassen
Na nog een paar dagen in de Nederlandse enclave bij Port Vila gelegen te hebben, zeilen we 80 mijl naar het eiland Erromango, Dillan Bay. 18° 49,255'S en 169° 00,727’E. Het is een mooie baai met goede ankergrond, de omgeving is mooi. Een dag later gooit ook de “Vaarwel” vlak achter ons het anker uit. Samen met Hanneke en Joop maken we een wandeling op Erromango en spreken chief William. Joop en Hanneke hadden hem, op een eerdere reis, hier ook al eens ontmoet. Hij liet hen toen oude knekelgrotten zien, waar de restantjes van zijn voorvaderen rusten. Helaas gebeurt dat nu niet. Wel zien we hoe vrouwen hun was doen, wo, 12/10/2011 - 07:00 - 078. Vrouw doet de was in de rivier ©078. Vrouw doet de was in de rivier
gebruikmakend van rotsblokken in de rivier, en hoe hun kinderen zich vermaken. wo, 12/10/2011 - 06:44 - 074. Postkantoor op het eiland Erromango, Vanuatu ©074. Postkantoor op het eiland Erromango, Vanuatu
Het postkantoor van deze woongemeenschap is een foto waard. In de avond komt een oude man in outrigger ons om een kopje suiker vragen. De supply-boot heeft al lange tijd Erromango niet meer aangedaan, niemand heeft meer luxe goederen zoals suiker. Achteraf wel een beetje vreemd om om suiker te komen, er moet op zo’n eiland toch voldoende suikerriet voorradig zijn.
Voor we naar ons laatste eiland, Aneityum (=Anatom) gaan, om uit te klaren en te vertrekken naar Australië willen we nog het eiland Tanna aan doen, omdat hier een vuurspuwende vulkaan te zien is. Vanaf Erromango is het maar een dagje zeilen, maar we moeten op het laatst nog flink motoren om Port Resolution voor het donker te bereiken. Dat lukt, in de schemer gaan we voor anker aan de voet van de vulkaar Yasur. 19° 31,521'S en 169° 29,785’E. De volgende dag regelt Paul een terreinauto met chauffeur om naar de vulkaan te gaan. Die middag gaat de tocht over een hobbeldebobbel pad, dwars door het haast ondoordringbare oerwoud. Ik vergaap me aan de gigantische bomen en weelderige struiken. Ineens verwisselt het oerwoud zich voor een zwartgrijs maanlandschap. Het gehobbel is direct afgelopen. De chauffeur geeft nu plank gas. De auto wordt geparkeerd bij een aantal andere auto’s, het wordt dus geen show voor alleen ons twee. Via een zandpad en betonnen trapjes, lopen Paul en ik omhoog om bij het theater van de Yasur vulkaan te komen. Daar zie ik dat de vulkaan twee kratergaten heeft. Af en toe hoor ik een flink gerommel en gebrul en voel de warme wind die tegen me aan botst. Ik dacht dat er nu een rood kolkende lavamassa te zien zou zijn, maar dat valt een beetje tegen. Pas als het donker wordt, wordt dit evenement echt spectaculair. Dan zie ik de rood gloeiende vloeibare steenmassa. vr, 14/10/2011 - 09:39 - 091. Oeps, dat was vlak bij ©091. Oeps, dat was vlak bij
Woaw. Een enorme knal doet mijn trommelvlies verstijven, regelmatig moet ik even mijn oren klaren. Daarna volgt een fontein van rood gloeiende deeltjes die vlak voor onze voeten lijken te vallen. Instinctief doe ik steeds een stapje terug, maar ga daarna toch weer naar de rand om de volgende act te zien. Ik kan er geen genoeg van krijgen, maar krijg het wel erg koud. Paul en ik gaan als een van de laatsten terug naar de auto. Ik zie op het pad geen hand meer voor ogen. Goed dat die Paulus zaklampjes meegenomen heeft. Op de parkeerplaats bij de auto vraagt de chauffeur of we zin hebben mee te gaan naar Sulphur Bay. Het is namelijk vrijdag en dan is het zingen en dansen bij de aanhangers van de John Frum Cargo cult. John Frum? Deze term nodigt uit tot het vertellen van religies en culten op Vanuatu en met name hier op Tanna.

Sinds de komst van de Europeanen op deze eilanden is het christendom de belangrijkste religie. Deze bestaat uit verschillende kerkgenootschappen. De Presbyteriaanse Kerk is het grootst, wordt aangehangen door 30% van de bevolking. Daarnaast is er de Rooms-Katholieke kerk, 15 %, en de Anglicaanse Kerk met ook 15% van de bevolking. Dan zijn er ook nog Zevendedagsadventisten en aanhangers van de Kerk van Christus. Zendelingen hebben de hoofden van de ni-Vanuatu behoorlijk op hol gebracht. Ze geloofden inmiddels wel in Christus, maar hadden ook nog veel oude gebruiken, zoals voorouderverering en nog veel meer. Daarbij kwamen er, met de komst van de kolonialisten, westerse goederen, luxe goederen van overzee op de Melanesische eilanden, goederen (cargo) die voor de plaatselijke bevolking volkomen nieuw waren. Die kwamen mee met de schepen en later ook met de vliegtuigen. De bevolking kon niet bevatten hoe mensen zulke goederen zouden kunnen vervaardigen. Hierdoor ontstonden er diverse cargo cults (transport culten). Verkondigers van de cargo cults schreven de herkomst daarom toe aan overleden voorouders. Die voorouders hadden de goederen naar de ni-Vanuatu gezonden, maar de blanken hadden er de macht over verkregen. Bij de John Frum cargo cult zou volgens zijn aanhangers de messiaanse figuur John Frum (John from America?) op een dag naar Tanna terugkeren om de blanken te verjagen, de oude gebruiken te herstellen en zijn rijkdommen met de bevolking te delen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bereikten de cargo cults hun hoogtepunt. Amerikaanse militairen brachten met hun vliegtuigen enorme ladingen vracht aan land. De eilandbewoners begrepen niet waar dit vandaan kwam. Zij zagen de vracht als geschenken van voorouders.
Na de oorlog werden de luchthavens gesloten en kwam er amper vracht binnen. Met behulp van magie en religieuze rituelen probeerden de aanhangers van de John Frum cult nieuwe vracht aan te roepen. De bewoners van het eiland Tanna begonnen vervolgens alles wat de Amerikanen deden na te bootsen. Daartoe bouwden de eilandbewoners zelfs met eenvoudige materialen als hout en riet een compleet vliegveld na, inclusief verkeerstoren met antennes, radio's en koptelefoons. Ook deden zij alsof ze de apparaten bedienden. Daarmee hoopten ze de voorouders of de bovennatuurlijke Amerikaanse god te overreden tot het brengen van een nieuwe lading goederen. Van de techniek die achter de nagebouwde installaties schuilging hadden ze echter weinig besef. Er werd zelfs een soort van Tanna Leger gevormd. 15 Februari is John Frum dag. De ‘soldaten’ dragen oude Amerikaanse soldatenkleding, lopen rond met uit hout nagemaakte wapens en beschilderde gezichten. Dan zijn er militaire parades. Aan de voet van de heilige vulkaan speelt een jongeman op zijn bamboefluit ‘Star Sprangled Banner’, het volkslied van de V.S. Niet ‘militairen’ lopen met ontbloot bovenlijf met op hun borst in felrood de letters USA geschilderd. Vlakbij wappert een gigantische 'Stars and Stripes' aan de centrale vlaggenmast. Maar het schip met zegeningen komt niet. Dat leidt wel eens tot lusteloosheid onder de bevolking, frustratie en geweld.

Paul en ik gaan dus naar het hart van de John Frum beweging, naar de Fridaynight party. Eenmaal aangekomen in het betreffende dorpje vraagt onze reisleider ons even te wachten bij de auto. Onze gids moet namelijk eerst een goed woordje doen bij de Chief. Na een poos komt hij terug met de mededeling dat we welkom zijn. Onder een afdak in een hut zitten diverse mannen met muziekinstrumenten. Daaromheen zitten mannen, vrouwen en kinderen. Buiten de hut staan ook nog diverse groepjes dorpelingen met elkaar te giechelen en te keuvelen. vr, 14/10/2011 - 12:07 - 093. Traditioneelgetrouw wordt daar op vrijdagavond gezongen en gedanst ©093. Traditioneelgetrouw wordt daar op vrijdagavond gezongen en gedanst
vr, 14/10/2011 - 11:57 - 094. Blije gezichten in dit John Frum dorpje ©094. Blije gezichten in dit John Frum dorpje
De muziek is meerstemmig, iedereen zingt lekker mee en buiten de hut zijn er jongelui aan het swingen. Jammer dat we hier niet ook overdag zijn geweest, dan was er misschien meer gelegenheid geweest voor een babbeltje met enkele bewoners. Maar goed, het is niet anders. Na een uurtje rijden we terug van Sulphur Bay naar Resolution Bay. Als Paul de dinghy terug roeit naar Nije Faam, zie ik dat er in de baai een paar zeilboten zijn bijgekomen.
De volgende ochtend is de wind gunstig om naar Aneythum te gaan. Dat gaat ons laatste Vanuatu eilandje worden. Daar gaan we uitklaren en wachten op een goed moment om te vertrekken naar Brisbane in Australië. De tocht naar Aneythum gaat voortreffelijk. In Aneythum dobbert Nije Faam in de baai van Analgawat, voor een klein dorpje, in prachtig azuur blauw water met uitzicht op Mystery Island. (20° 14,303'S en 169° 46,753’E). Mystery Island is een onbewoond eiland waar het vliegveld van Aneythum op ligt. Af en toe zien we een bootje vol mensen naar het eiland vertrekken en even later landt er een klein vliegtuigje. Er gaat hier af en toe ook een cruiseboot ten anker. Op zulke momenten komen veel bewoners van het eiland, met hun negotie naar Mystery island en brengen er hun waar aan de tourist. Een wandeling op het lege Mystery eiland levert idyllische kiekjes ma, 17/10/2011 - 03:05 - 105. Wandeling over Mystery Island ©105. Wandeling over Mystery Island
en genietmomentjes op. Terwijl Paul in een palmboom klimt om een kokosnoot te scoren, ga ik nog eens heerlijk snorkelen. Wat is ons leven momenteel toch fantastisch.
In Aneythum wordt het dus wachten op gunstige wind om naar Australië te zeilen. Een rechte koerslijn van hier tot Brisbane, de stad waar we Australië willen binnenkomen, gaat dwars over Nieuw Caledonië. Een andere naam voor Nieuw Caledonië is de Loyalty eilanden. Nieuw Caledonië is een eilanden groep van Frankrijk, die we willen overslaan, geen tijd voor. Wel kunnen we binnen het rif van Nieuw Caledonië, via het Canal De La Havannah en Canal Woodin, tussen de Loyalty eilanden door zeilen. Wel handig is om dit deel met daglicht te doen, dus even goed plannen! Pas als Paul en ik willen vertrekken, blijkt dat hier toch niet uitgeklaard kan worden. Oeps, dat is een misrekening. Tot voor kort kon dat hier nog wel, maar de betreffende douanier is voor zes weken naar Port Vila vertrokken. Wij ‘moeten’ terug naar Tanna om daar het uitreis stempeltje in het paspoort te scoren en de €80 havengelden te betalen. Dat is 50 mijl de verkeerde kant op en nog tegen de wind in ook. Dat gaat niet gebeuren. Hoezo gaan we niet naar Nieuw Caledonië? Plannen worden niet voor niets bij laag water in het zand geschreven. Handig is om wel naar New Cal te gaan, dat is Frans gebied en die nemen het hopelijk niet zo nauw als je een of ander uitreisdocument mist. In Australië zou dat waarschijnlijk wél problemen opleveren.
Vanuatu beviel ons heel goed, tot op heden is dit gebied voor mij het interessantste van de hele Pacific, maar momenteel hoeven we niet nog meer kokosnoteneilandjes te bezoeken.
Wachten op het goede weer wordt nu een stuk gemakkelijker, we hoeven slechts twee dagen gunstige wind te hebben. Komende week hebben we constant hard tot zeer harde wind, uit de goed richting, dat wel. Wat doen we? Zullen we gaan? Één dagje misselijk, dan kunnen we binnen het rif van New Cal zijn en weer wat bijtrekken………...

Wordt vervolgd…….
Mariëtta, 31 oktober 2011

Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.
Volgende keer meer!

Locatie: