Nieuwsbrief februari 2010

afbeelding van Mariëtta

ma, 11/01/2010 - 22:36 - 05. Klooster Santa Catalina, 1580 ©05. Klooster Santa Catalina, 1580
Het eerste stuk van de route naar Arequipa is ons al bekend, gaat in noordwestelijke richting terug langs het Titicacameer tot aan een afslag bij Julianca. De omgeving daarna is nieuw voor ons. Uren volgen elkaar op in de droge woestijn. Dan volgt de bus nog lang de groene oever van een riviertje. Het land, geterrasseerd en geïrrigeerd, is beplant met weelderig groene gewassen. Via sloppenwijken rijden we dan naar het mooie historische centrum van de 'witte stad' Arequipa. In de Lonely Planet hadden we al een hotelletje uit gezocht. Hotel Los Balcones, een voor ons tamelijk luxe residentie, niet heel goedkoop, maar heerlijk er om lekker veel te gaan slapen, wat te zappen en om er te internetten. In twee dagen en drie nachten werk ik de verschijnselen van de hoogteziekte weg. Tussendoor worden lekkere eethuisjes bezocht, wordt er een citytour in een open dubbeldekker gemaakt, kopen we mooie alpaca truien en bezoeken het Santa Catalina klooster en ook het Museo de Santuarios Andino, een bijzonder museum over een onderwerp waar ik nog niet zo bij stil had gestaan. Over die laatste twee bezoeken wil ik graag wat vertellen.

Met het bezoek aan het klooster Santa Catalina wat een compleet kwadrant beslaat stappen we, hier in Arequipa, even eeuwen terug in de tijd. Achter de kloostermuren bevinden zich smalle straatjes van kinderkopjes. Zij leiden ons naar de voormalige bewoning van een bijzonder groepje nonnen, bijeengezocht in 1580 door de stichtster van de orde van de gheilige Kathalijntje, ene Maria de Guzmán, een rijke Spaanse weduwe (!?). Tot nog toe dacht ik altijd bij een klooster aan een groep vrouwen die in soberheid leven. Wat schetst mijn verbazing, deze nonnen uit vooraanstaande Spaanse families leefden hier binnen de muren een luxe leventje met elk hun eigen gevolg van slaven (een tot vier per non!). Regelmatig werden muzikanten uitgenodigd om de avonden luisterrijk bij te zetten Zo gezegd een gezellige boel waar nogal eens partijtjes waren en de wijn rijkelijk vloeide. Over mannenbezoek wordt niets beschreven, maar je kan zelf wel nagaan wat er zou kunnen gebeuren als de wijn is in de man…. In dit geval dan in de vrouw…..En dat allemaal duizenden mijlen van Rome vandaan. Eeuwen lang kon deze kloosterorde op deze manier leven. Toen de Paus hoorde van deze praktijken in het verre zuid Amerika heeft hij de strenge Josefa Gadena in 1817 hier orde op zaken laten stellen. Deze afgezante van de orde der Dominikanen stuurde alles wat geen non was de laan uit en zorgde dat er slechts een sober leven geleefd werd. Hè, da's nou jammer. ma, 11/01/2010 - 23:58 - 07. Santa Catalina heeft een bijzondere historie ©07. Santa Catalina heeft een bijzondere historie

Iets van een heel andere orde komen we te weten door een bezoek aan Museo Santuarios Andinos. Daar zien we het 'ijsmeisje' Juanita. We worden ons bewust van het bestaan van offerpraktijken in het pre-Columbiaanse tijdperk. De Inca's, maar ook de beschavingen Chimu, Wari's, Moche, Nazca en Chavin die aan de Inca vooraf ging, brachten offers. Die offers waren nauw verbonden met het geloof. Men hoopte met die offers de overleving van de gemeenschap en het handhaven van het politieke niveau te bereiken. Het geloof van de Inca's was in de eerste plaats gebaseerd op het aanbidden van natuurgoden zoals de zon, de regen, de bergen die het landschap domineerden. Inca-rituelen omhelsden uitvoerige vormen van verering en offering van mensen en dieren. Aan de top van de Ampato vulkaan, een van de bergen die Arequipa omringen, is 8 september 1995 op 5400 meter hoogte een jong meisje opgegraven door de antropoloog Dr. J. Reinhard. Ze wordt het IJsmeisje of Juanita genoemd. Door het ijs op de vulkaan was de mummie goed geconserveerd en een uitbarsting van de Ampato vulkaan resulteerde in haar ontdekking. Met behulp van een overvloedige hoeveelheid voorwerpen en documenten uit de Spaanse tijd is deze offerpraktijk gereconstrueerd. De museumfilm die hierover is gemaakt leert ons dat het 13 of 14 jarige meisje allereerst naar Cusco moest lopen. Daar werden allerlei feesten gehouden en werd "Juanita" welkom geheten door de Inca zelf die zijn 'goddelijkheid' aan haar overdroeg. Door de 'communicatie met de berggoden', in dit geval met de berggod Apu Ampato, moet Juanita zich al bewust zijn geworden van haar aanstaande dood. Vanuit Cuzco liep ze met een gevolg van hoge heren helemaal naar de Ampato vulkaan bij Arequipa. Nou, dat is echt niet naast de deur. Eenmaal aangekomen bij de vulkaan werd haar voedsel onthouden, waardoor de verdovende middelen die haar toegediend werden sneller werkten. Daarna werd ze met een klap op haar hoofd om het leven gebracht en werd zij begraven op de top van de berg. Juanita is te zien in een transparante diepvriezer van het Museo Santuarios Andinos. Er wordt momenteel veel onderzoek gedaan, o.a. met DNA materiaal, naar gezondheid, ziektes, virussen en bacteriën, dieet om ons meer informatie te verschaffen. Het museum laat ons meerdere offerpraktijken zien van de verschillende culturen. Het zijn er niet weinig. Het zal je kind maar wezen.
Na Arequipa gaat de reis verder naar Bolivia. Daartoe nemen we de bus naar het grensplaatsje Desaguadero, waar logies gevonden wordt in een achenebbisj hotelletje, gelukkig is dat maar voor een nacht. De volgende ochtend lopen we naar de grens waar een enorme rij mensen staat. We nemen plaats achteraan in de rij die maar langzaam vordert. Intussen meet ik de rij en bereken dat we hier minstens zes uur in de rij zullen staan. Een klein jongetje trekt onze aandacht en vertelt ons dat we ook sneller de grens kunnen oversteken als we hem wat geld toesteken. Op zich wel lachwekkend maar ik hou hem toch in de gaten. Twee Argentijnen achter ons hebben er wel wat geld voor over, ze kunnen zich niet heel veel geld veroorloven, maar voor twintig soles kopen ze een plek in de rij minstens twee uur dichterbij de grens. Mijn aandacht is weer gewekt. Wat kost het om vooraan in de rij te komen? Hiervoor moet hij onze paspoorten zien. Met de paspoorten in de hand loop ik met hem naar voren. Daar wordt iets besproken met een man in uniform. Als we terug lopen vertelt hij dat we voor 60 soles (15€) binnen een kwartier de grens over zijn. Paul en ik overleggen en besluiten erop in te gaan. Misschien niet zo netjes, het wachten in de rij tot je echt aan de beurt bent zou nog lang duren, als we al aan de beurt komen vandaag. Het jongetje wijkt niet meer van onze zijde. Vooraan de rij aangekomen wacht hij op een knik van de beambte die de mensen toegang verleent tot het gebouw waar de paspoorten gestempeld worden. Dan zijn wij ineens aan de beurt. Snel worden onze paspoorten voorzien van een uitreis stempel. Daarna lopen we gedrieën de grens van Peru met Bolivia over. do, 14/01/2010 - 15:15 - 11. we lopen over de grens bij Aguadero ©11. we lopen over de grens bij Aguadero
Het manneke nog steeds in ons kielzog. Kennelijk heeft hij geen paspoort nodig hier. Nadat hier onze paspoorten voorzien zijn van een inreis stempel ontdoe ik me van de steekpenningen. Voor ik met mijn ogen kan knipperen is het manneke terug in Peru op zoek naar een volgende cliënt. Zou Desaguadero ook een smokkelaarsstadje wezen? Het zou zo maar kunnen.
In Bolivia nemen we de bus naar La Paz maar stappen halverwege uit om gebouwen van de Tiwanaku cultuur te gaan bekijken. do, 14/01/2010 - 17:56 - 27. Tiwanaku ©27. Tiwanaku
Tiwanaku is een cultuur die al 600 jaar voor 0 ontstond en rond 1200 na 0 oploste in andere culturen. De archeologische site waar we vandaag heen gaan is een ceremoniële plek van de Tiwanaku cultuur. do, 14/01/2010 - 18:48 - 26a. Tiwanaku ©26a. Tiwanaku
Waarschijnlijk is men rond 700 begonnen met dit tempelcomplex en is het nooit helemaal afgebouwd. Het complex is indrukwekkend, niet alleen qua grootte, ook de afzonderlijke gebouwen hebben veel te vertellen. vr, 15/01/2010 - 22:12 - 36. Vreemd assortiment op Mercado de Hechiceria, de heksenmarkt ©36. Vreemd assortiment op Mercado de Hechiceria, de heksenmarkt
Kijk nog maar eens in fotoboek 38. Geïnteresseerden kunnen vast op internet het nodige vinden over deze cultuur. Na hier de nodige uurtjes rondgesjouwd te hebben worden de zakken weer op de rug gebonden en zoeken we vervoer verder naar La Paz.
La Paz is de grootste stad van Bolivia. Het centrum ligt op 3600 meter in een dal, de buitenwijken liggen op 4000 meter hoogte. Lang dacht ik dat La Paz met zijn miljoenen inwoners de hoofdstad van Bolivia was, niet is minder waar. Sucre mag die titel dragen. Daarover later meer. In La Paz slenteren we rond, drinken lekkere Boliviaanse koffie, eten Boliviaanse chocoladetaart, genieten van de Bolivianos met hun veelkleurige omslagdoeken en kijken onze ogen uit in de winkeltjes van de 'Heksenmarkt'. Bijzonder assortiment. Bij een stralend blauwe hemel voelt Paul 'regen' druppels in zijn nek' en kijkt verwonderd omhoog. Een aantal voorbijgangers wijzen omhoog en bieden tissues aan voor de nattigheid in de nek, en passant driftig doende Pauls nieuwe camera te stelen. di, 19/01/2010 - 18:22 - 47. Zoutvlakte zo groot als een kwart van Nederland. ©47. Zoutvlakte zo groot als een kwart van Nederland.
Ze leven nog, laat ik het zo maar zeggen. Met een touwtje wordt de camera nog beter beschermd tegen succesvollere dieven. We bezoeken het Museo de Coca en leren meer over de inpact van internationale regelgeving ten aanzien van drugs. Wist je dat eenderde van de werkende bevolking van Bolivia werkten in de cocablaadjes industrie? Internationale regelgeving heeft met harde hand het merendeel hiervan werkeloos gemaakt. Jullie kennen vast nog wel de journaalbeelden uit de jaren 90 waarin legers van de Verenigde Staten hier 'orde op zaken' kwam stellen.
Graag wil ik naar Uyuni. Daar was 40.000 jaar geleden het reusachtige prehistorische Minchinmeer. Toen dat meer opdroogde bleven twee meren over en twee grote zoutvlakten o.a. de Salar de Uyuni, ruim 12.000 km². Men heeft berekend dat de zoutvlakte van Uyuni meer dan 10 miljard ton zout bevat, jaarlijks wordt er 25.000 ton van gedolven. Op het busstation informeren we naar de vervoersmogelijkheden en een dag later zitten we in de bus naar Ormeño om daar de trein te nemen naar Uyuni. Aangekomen in Uyuni, 3650 meter hoogte, is het wel even zoeken naar een hotel maar slagen er toch in. We boeken hier een toer naar de zoutvlakte. Deze Salar is echt heel anders dan die we zagen in Chili, de Salar de Atacama, hemelsbreed niet ver van hier. di, 19/01/2010 - 19:56 - 48. Trichoreus cactussen op Isla Inca Huasi ©48. Trichoreus cactussen op Isla Inca Huasi
Deze zoutvlakte lijkt meer op een enorm bevroren meer zo wit en zo glad. Met de auto scheuren we over een spiegelgladde laag zout. Onderweg wordt een paar keer gestopt om de oneindigheid op ons in te laten werken. Na een dik uur komen we aan bij een 'eiland', Isla del Pescado, wat dus helemaal geen eiland is maar een wat hoger gelegen stuk aarde. di, 19/01/2010 - 23:09 - 56a. Een hotel gebouwd met zout ©56a. Een hotel gebouwd met zout
Toch waan ik me, als we over deze verhoging lopen, op een eiland. Via een 'zout' hotel met exorbitant hoge prijzen voor een overnachting, het hotel is op de zoutvlakte gebouwd van blokken zout, komen we terug in het stadje Uyuni. In ons hotel ontmoeten we andere Nederlanders. Wat is de wereld toch klein blijkt al gauw. Een van hen was namelijk oprichter van Sleewijk Yachting, waar wij ons al menigmaal hebben vergaapt aan een Luxe Motor; na het leven op de Nije Faam willen we zo'n soort schip kopen om hierop ons leven verder te leven in en rondom Nederland. Een bijzondere ontmoeting helemaal hier in de hooglanden van Bolivia.
De bustocht van Uyuni naar Potosi voert ons door het lieflijke berglandschap van zuid Bolivia. Potosi, een mooie oude stad, gebouwd in 1545, op een hoogte van 4090 meter, is bekend om zijn zilvermijn. Cerro Rico, een grote berg is door de jaren heen veranderd in een soort van gatenkaas. In de vele gegraven tunnels is het leven van de mijnwerker erg ongezond, menigeen heeft er door instorting de dood gevonden en anderen zijn vroeg om het leven gekomen door inademing van kwalijke toxische dampen. Vrijwel al het zilver is verscheept, wellicht met de Zilvervloot van Piet Heijn, naar Europa. Casa de Moneda, het gebouw, een variant van de Utrechtse Munt, is bijzonder. do, 21/01/2010 - 16:54 - 71. Tot voor kort werd hier de rijksmunt geslagen ©71. Tot voor kort werd hier de rijksmunt geslagen
Munten en briefgeld worden tegenwoordig in het buitenland gemaakt, de Munt is nu een mooi museum, zowel qua architectuur als inhoudelijk. We brengen er twee dagdelen door en vergapen ons aan de indrukwekkende eikenhouten slagraderen die munten sloegen voor het hele Spaanse imperium. do, 21/01/2010 - 21:31 - 72. Onderdeel van de Muntmachine ©72. Onderdeel van de Muntmachine
In het museum raak ik in gesprek met een Duitser die ook 'last' had van hoogteziekte. Hij ging er zelfs bij hallucineren. Kijk! Dat was het waar ik zo'n last van had in Puno, daar bij het Titicacameer. (zie nieuwsbrief januari) Het slecht of helemaal niet kunnen slapen en die irreële gedachten zal ook wel een vorm van hallucineren zijn geweest. Inmiddels heb ik hiervan geen last meer ook al zijn we hier nog steeds op een behoorlijke hoogte. Je moet deze landen ook niet te snel bezoeken, echt de tijd nemen om te wennen aan de hoogte. En krijg je last van de hoogte, ga dan meteen naar een lager gebied om te acclimatiseren, later zal je beter tegen het verblijf op grote hoogte kunnen. Bolivia en Peru even in twee drie weken doen is m.i. vragen om ongelukken. Maar nu weer terug naar Potosi. Het grote masker in Casa de Moneda portretteert Bachus, de Griekse god van bier en wijn, maar is hier het symbool voor het rijke en weldadige leven van weleer. Na het museum slenteren we over de markt, informeren we naar de prijs van de cocablaadjes, die hier met grote zakken worden aangevoerd. Ik zorg dat mijn eigen voorraadje cocablaadjes op peil blijft. Mijn thee gaat tegenwoordig vergezeld van blaadjes coca en dat bevalt mij op deze hoogte goed. In Nederland misschien illegaal, hier hoort het gebruik van cocablaadjes bij het leven van alledag.
Na Potosi reizen we naar onze laatste bestemming, Sucre, Bolivia's hoofdstad. Sucre ligt al weer wat lager. Ik voel een toename van energie, heerlijk. Sucre heeft een mooi plein met veel bankjes. Elke avond genieten we hier van het gedruis, gepraat en vertier van de Bolivianen. Een uitstapje brengt ons naar een archeologische lokatie waar eens, vele miljoenen jaren geleden dinosaurussen geleefd hebben. Bij een cementfabriek zijn na het afgraven van de grondstof voor cement pootafdrukken gevonden van titanosauriërs. Door het opduwen van de aardschol die de Andes vormde, zijn die sporen nu vertikaal op een wand te bewonderen. ma, 25/01/2010 - 21:51 - 79a. Voetstappen in een modderlaag van 60 miljoen jaar oud ©79a. Voetstappen in een modderlaag van 60 miljoen jaar oud
Bij deze sporen van dinosaurussen is een themapark gebouwd. In het park zien we veel verschillende dinosaurussen die op ware grootte nagebouwd zijn. Ik probeer er vele op de foto te krijgen om ze later, als we weer even in Nederland zijn, te laten zien aan de kleinkinderen. Vooral Mart, 5 jaar, zal dat erg leuk vinden. Maar weet je, een paar dagen later lezen we het volgende bericht op nu.nl: http://www.nu.nl/algemeen/2176963/dinosaurussporen-voorgoed-weg-regenbui...
Na dit park nemen Paul en ik een bus naar Tarabuco. Dit dorpje staat bekend om de traditionele kleding en gewoonte uit tijden van weleer. Mannen gaan gekleed in een witte kuitbroek van een ruwe stof, dragen hier grof geweven poncho's overheen en lopen met blote voeten in slippers die wel gemaakt lijken te zijn van oude autobanden. zo, 24/01/2010 - 17:08 - 89. Klederdracht van Tarabuco ©89. Klederdracht van Tarabuco
Op hun hoofd een helmvormige hoed met hieraan versierselen van kralen. De vrouwen dragen zwarte grof geweven rokken, ruwe poncho's en ik zie verschillende soorten hoofddeksels. Soms de alom bekende Boliviaanse bolhoed, soms een kokervormige hoofddeksel met heel veel kraaltjes en ook zie ik hoofddeksels als een vliegende schotel, bijzonder bouwwerkjes. zo, 24/01/2010 - 16:23 - 94a. Bewoners van Tarabuco ©94a. Bewoners van Tarabuco
Weer wordt het een dag waarin we ondergedompeld worden in een totaal andere wereld als waar we vandaan komen. Heerlijk, en ook vermoeiend al die indrukken.
We zijn nu al zes weken onderweg met de rugzak. Elke dag checken we onze email in de verwachting een email te lezen over de verslechterde toestand van moeder Kamstra. In dat geval willen we namelijk onmiddelijk een vlucht boeken naar Nederland. Moeder Kamstra blijkt veel taaier dan iedereen dacht. De verwachte mail blijft uit. Zo langzamerhand verlangen we weer naar wat rust op de Nije Faam. De terugreis zal nog dagen duren. Dagen van zitten in een bus, en slapen in hotelkamertjes. Ik stel Paul voor om met het vliegtuig terug te vliegen naar Lima. Dat zou kunnen vanuit Sucre, waar we nu zijn. Ik heb niet veel overredingskracht nodig, morgen vertrekken en morgenavond weer op de Nije Faam slapen klinkt aanlokkelijk. Ik boek de vlucht in Sucre en inderdaad zijn we een paar uur later terug aan boord. De boot vinden we in goede staat terug, alleen is de binnenkant weer wat mottig. In het vochtige klimaat van Lima heeft er zich weer een groen laagje schimmel op het houtwerk aan de binnenkant van de boot gevormd. Snel alle luiken open en in een mum van tijd wassen we dat varkentje met wat bleekwater.
Er moet weer gepland worden. Het seizoen om de Grote Oceaan over te zeilen is al aangebroken. Maar vóór 1 april mogen we de Marquesas (4000 zeemijlen verder) niet verlaten in verband met het orkaanseizoen nog verderop in de Pacific. Nu is het februari. Eigenlijk willen we toch wel even naar Nederland. Deze maand zal ons vijfde kleinkind geboren worden. Ik surf op internet en vind al snel een vlucht naar Nederland. Rechtstreeks vanuit Lima naar Amsterdam. 's Avonds vertrekken en de volgende ochtend al aankomen. Dat is onweerstaanbaar, en zeker als we horen dat de boreling zich al gemeld heeft. Een kleinzoon is geboren. Paul is door het dolle, want Rens is een naamvolger.
Twee weken mogen we genieten van de warmte van de familie in Nederland en ook van het staartje van de winter. Paul gaat schaatsen met zijn zojuist vader geworden zoon op het Zuid Laarder meer. Daar zien we Nederland op zijn best. Heerlijk veel lachende mensen binden de schaatsten onder, schepen liggen met bevroren lijnen vast in het ijs, de koek- en zopietenten doen goede zaken. Ondanks dat we ons slechts twee weken bezoek aan Nederland hebben gepermitteerd zien we vrijwel de hele familie, iedereen past zijn agenda aan ons aan. Bedankt mensen! Eind februari vliegen we weer terug met in de bagage o.a. een hele Hollandse kaas, jammie jammie, dat wordt smullen op de grote oceaan.
Mariëtta, 28 februari 2010
Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.
Volgende keer meer!