Nieuwsbrief januari 2010

afbeelding van Mariëtta

Rugzakrondreis
Ondanks dat we elk moment naar Nederland geroepen kunnen worden (moeder Paul), zijn we gisteren toch maar vertrokken met de bus vanuit Lima. We zouden een rondreis gaan maken van vijf á zes weken. We zien wel hoe ver we komen voor we deze reis afbreken. Wellicht kunnen we na een korte verblijf in Nederland de draad weer oppakken voor we de Pacific in duiken.
We gaan vroeg van boord en vinden in La Punta al snel een taxi die ons naar de busterminal wil brengen. Daar aangekomen ga ik kaartjes kopen terwijl Paul op de bagage let. Mazzel, over 8 minuten vertrekt er al een bus naar Ica, en we kunnen zelfs nog rechts vooraan zitten. Onze rugzakrondreis is begonnen!

De bus rijdt nog zeker een uur door Lima. Op de weg zien we voornamelijk bussen, busjes en taxi´s. Zou hier bijna niemand zich een auto kunnen permitteren? Eigenlijk wel goed, de wegen zijn zo al vol genoeg. Zo vooraan in de bus lijkt het voor ons of we op de eerste rang bij een circusvoorstelling zitten. Op de stoeprand van elke straat staan veel politiemensen, veel blauw op straat zou je in Nederland zeggen. Hier is het veel bruin op straat, zowel de kleding van de agentes, het zijn voornamelijk vrouwen in deze dienst, als de huidskleur van deze dames. En ik kan niet anders zeggen, ze zien er mooi uit. Allemaal keurig opgemaakt en netjes in het uniform. Maar de mensen die tussen de auto's lopen is wel de grootste attractie. Volwassenen, maar ook kinderen lopen tussen al dat verkeer op straat waar te verkopen aan chauffeurs en andere inzittenden van de vele taxi's en busjes. Zo wordt heel wat waar voor een grijpstuiver aan de man gebracht. De koopwaar varieert van schroevendraaiers, broodjes, zakjes chips, pinda´s, alfajores (een soort cakeje met veel dulce de leche), vliegen netjes, flesjes mineraalwater (tenminste daar ga je van uit) en frisdranken, koekjes, lollies, kranten, snoepjes, kranten, pennen. Dat er geen ongelukken gebeuren is onbegrijpelijk. Als acrobaten weten zij steeds op tijd van links naar rechts te springen om niet overreden te worden als het verkeer weer optrekt. Als men geen koopwaar heeft, jongleert men met ballen, stenen of petflesjes. We kijken onze ogen uit. Deze stad, Lima met zijn 10 miljoen mensen, breidt zich razendsnel uit. De stoffige heuvels van de woestijn worden beplant met boompjes en struiken, het moet allemaal geïrrigeerd worden. Er is nada water in deze woestijn. Het water moet van ver komen uit een gletsjermeer, en met het smelten van de gletsjer denkt men dat het binnen tien jaar gedaan is met die drinkwatervoorziening! Intussen rijst nieuwbouwwijk na nieuwbouwwijk op. Een huis is nog niet af of het wordt al bewoond. Huizen zijn hier so wie so bijna nooit af in mijn ogen. Altijd staat er nog wel een verdieping in aanbouw op een huis en vormen staken van betonijzer aanknooppunten voor waslijnen.
Na een uurtje rijden we Lima uit. Het landschap is glooiend en zanderig. Alleen rondom de enkele riviertjes is wat groen te zien. Daar wordt dan ook het omringende land geïrrigeerd en bebouwd. Daar zien we veel vrachtwagens af- en aanrijden met groente en fruit. In de buurt van Nazca zien we zelfs wat wijnbouw. De Peruaanse wijn Tacama is lekker, we proefden die al in Lima.
De bus stopt af en toe om nog een passagier meer mee te nemen. Ook stappen er vrouwen in de bus met een mandje koopwaar. Toch wel handig, je hoeft eigenlijk nooit met je eigen eten te slepen, je koopt een broodje of een flesje water zodra je trek krijgt.
Na een paar uur komen Paul en ik aan in Ica. Dit woestijnstadje ligt op 400 meter boven zeeniveau. Van de Garúa (de zeenevel die aan de kust en in Lima het vrije uitzicht belemmerd) is niets meer te merken. In Ica willen we eerst het archeologisch museum bekijken.
Een taxi brengt ons bij het Museo Regional. Ik vind het museum niet mooi maar wel informatief. We komen meer te weten van de oude culturen Paracas, Nazca, Wari en Inca. Er zijn o.a. veel gedeformeerde schedels tentoongesteld. Kennelijk hielden die oude volken van mensen met lange schedels. Daartoe werden de schedels van baby's ingebonden om de schedel langer te maken. Zouden die mensen met die lange schedels er nu slimmer of juist dommer op worden? Nou ja. Elk volk heeft zo zijn (rare) gewoontes. Er is veel textiel te zien van de Paracas mensen. Dat trekt vooral mijn aandacht. Jammer alleen dat er in een zaal op een grote tafel een grote papieren kopie ligt van een grafdeken. Een fotokopie. Waarom? Nou, het origineel is onlangs gejat. Wie doet nou zoiets. Hopelijk vindt Interpol deze prachtig geborduurde doek snel terug. Bij een zootje franjes kan ik niet echt bedenken wat hiervan nou de waarde is, totdat ik erachter kom dat deze franjes, Quipus genoemd, een soort Tom-tom van de Inca´s was. De Quipus zijn gecodeerde knooptouwtjes en deden dienst als landkaart. Slim hoor.
Na de bezichtiging van dit interessante museum rijdt een taxi ons tussen hoge zandduinen door en brengt ons naar een oase in de woestijn, Huacachina. Palmbomen omzomen een natuurlijk meertje, eromheen prijken wat hotelletjes, restaurantjes en een enkel huisje, alles ingesloten door hoge bulten woestijnzand. Een piepklein romantisch fata morganaatje. zo, 20/12/2009 - 13:25 - 04_ en meer in de woestijn ©04_ en meer in de woestijn
In Hotel Suiza nemen wij onze intrek en vieren Paul en ik onze eerste welgeslaagde dag van de rugzakrondreis. Tijd om een paar daagjes lekker te luieren. Wel boeken we een Buggie trip wat later meer een soort kermisattractie blijkt. In een open Buggie worden we met een rotvaart duin op en af gesleurd. Parijs Dakar is er niks bij. Dan stopt de buggie op een hoge duintop en worden er een soort snowboards uitgeladen. Wat is hiervan de bedoeling? Kennelijk hoort zandsurfen ook bij deze attractie. Paul laat zich uitleggen hoe het moet en glijdt even later al het dal in. En ik? Tja, jullie willen hiervan natuurlijk wel foto´s zien. Zandsurfen én foto´s maken is niet goed voor mijn fotocamera, laat ik me maar met de verslaggeving bezig houden. Toch wel leuk te zien hoe die gek van 65 dit juppengedoe zo maar onder de knie heeft. Die avond ligt er veel zand in onze douche.
Bij het uitckecken van het hotel zie ik een folder liggen van Hostal Brabant in Nazca. Nazca is ons volgende doel. Na een bustocht van 2 uur maken we kennis met een onvervalste Eindhovense die hier met haar Peruaanse man een eenvoudig hostal geopend heeft. Nazca ligt op 600 meter hoogte en zo´n 450 kilometer ten zuiden van Lima. De stad is niet echt het bezoeken waard, ware het niet dat hier veel archeologische plekken te bezoeken zijn waaronder de Nazca lijnen. Ik was een jaar of 18 toen ik het boek: ´Waren de Goden kosmonauten?´ van Erich von Däniken las. Destijds was ik hogelijk geïnteresseerd in waar wij mensen vandaan komen en zoekende. Erich von Däniken beweerde dat mensen op aarde gezet waren door buitenaardse wezens. Om voor ruimteschepen duidelijk te maken waar te landen zijn er in de aarde kilometers lange lijnen en figuren in het aardoppervlak gekerfd. Nog voel ik mijn oren gloeien, zo interessant vond ik die theorie toen. Sindsdien staat Nazca op mijn lijstje van plekken die je gezien moet hebben. Natuurlijk is de theorie van Däniken en zijn vele andere fantasierijke speculaties achterhaald en heb ik mijn ideeën bijgesteld. De lijnen zijn gemaakt door de oude culturen van Nazca en Paracas. In 1939 vloog de Amerikaan Paul Kosok met een klein vliegtuigje over dit gebied en zag lijnen en figuren in het aardoppervlak. Hij wist Maria Reiche, een Duitse wiskunde lerares die zich een aantal jaren ervoor in Peru gevestigd had, enthousiast te krijgen om dit gebied nader te onderzoeken. Je moet de namen van die twee maar eens googlen, er is al veel geschreven over dit gebied. De ene theorie volgt de ander op. Waarschijnlijk zijn de lijnen vroeger gebruikt als een soort van processiepaden om de goden om regen te vragen. Veel succes had dit kennelijk niet, het gebied is nog steeds zo droog als gort. Hedentendage vinden er bij traditionele gemeenschappen in de Atacamawoestijn nog steeds regenbezweringen plaats op gezette tijden. De lui van Hostal Brabant boeken voor ons een vlucht over deze Nazca lijnen. In een kleine Cheszna, een zeszitter, vliegen we de volgende ochtend in alle vroegte over de woestijn en maken veel foto´s. Jammer genoeg laat de kwaliteit van mijn foto´s te wensen over. Daarom voeg ik bij deze nieuwsbrief een link http://www.perita.nl/Peru/nazca_lines.htm met professionele foto´s. Maar wel of geen goede foto´s, ik vloog over de Nazca lijnen, een lang gekoesterde wens.di, 22/12/2009 - 15:12 - 21_ kolibri_ nazca ©21_ kolibri_ nazca
Jammerlijk hoorden we onlangs dat er recent een vliegtuigje omlaag gestort is, alle inzittenden overleden.
Ons volgende reisdoel wordt Cuzco. Na wat shoppen bij diverse busonderneminkjes in Nazca boeken we een nachtrit naar deze stad. De busrit van Nazca naar Cuzco gaat over een hoge pas. Dit merk ik niet alleen aan mijn oren, maar ook gaat het ademen zwaarder. Terwijl ik niks anders doe dan lui liggen in een comfortabele full-cama stoel lig ik naar lucht te happen. Pas als de tocht na een hoge bergpas weer bergafwaarts gaat kan ik de slaap pakken.
Cuzco ligt op 3360 meter hoogte in een prachtig gebied van de Andes, in El Valle Sagrado (de Heilige Vallei). De naam Cuzco komt uit het Quechua, Quechua is de indianentaal van de Inca´s. Cuzco betekent: Navel (van de aarde). Ik vind Cuzco mooier dan Lima en Nazca. De huizen hebben hier eens geen golfplaten daken maar kleurige rode dakpannen. Muren zijn wit gepleisterd. In het centrum staan voornamelijk huizen gebouwd in koloniale stijl. Straten, smal, bestraat met kinderkopjes, gaan omhoog en omlaag. Er is veel te zien, musea, kerken, Inca bouwwerken en natuurlijk kleurrijke mensen! Voordat de Spaanse conquistadores hier in 1533 kwamen was Cuzco het culturele centrum van de Inca cultuur. Het rijk van de Inca´s heette Tahuantisuyu (het land van de vier windstreken). Ten tijde van de Spaanse veroveringen was er wat trammelant bij die Inca's. Onder leiding van de 10de goddelijke keizer: Túpac Inca Yupanqui (1471-1493) was het rijk Tahuantisuyu sterk gegroeid en besloeg het huidige gebied tussen Quito (Ecuador) en Santiago (Chili). Zijn opvolger, de 11de goddelijke keizer Huayna Cápac verlegde het bestuurlijke centrum van Cuzco naar Quito, waardoor Cuzco in politiek opzicht inboette aan belang. Kort voor zijn dood verdeelde Huayna Cápac het rijk tussen zijn zoons Atahualpa en Huáscar. Het Noordelijke deel ging naar Atahualpa, terwijl Huáscar het Zuiden ontving. Huáscar maakte Cuzco weer tot hoofdstad van zijn deel van het gebied. Er volgde jaren van rivaliteit tussen het Noorden en het Zuiden. In 1532 werd Huáscar door de Noordelijke troepen gevangen genomen, waardoor Atahualpa leider van het hele Incarijk werd. Het gevecht tussen de broers Atahualpa en Huáscar maakte het Incarijk instabiel. De Spanjaarden zagen hun kans schoon en in 1532 nam de conquistador Francisco Pizarro Atahualpa gevangen. Cuzco, de door Inca´s in de vorm van een poema gebouwde stad, werd veroverd en geplunderd.
Veel van de bouwwerken van de Inca´s werden door de Spanjaarden afgebroken en met dat materiaal bouwden zij hun katholieke kerken en kloosters, vaak bovenop Incamuren. Dat laatste is wel jammer, want hierdoor is veel van de voor aardbevingen onverwoestbare Inca bouwwerken verloren gegaan. De nieuwe bouwwerken bleken niet goed bestand te zijn tegen aardbevingen, en die zijn er in dit gebied regelmatig. Hierdoor stortten die Spaanse bouwwerken in en bleven de Inca muren overeind staan. Cuzco is vaak weer opnieuw opgebouwd en we kijken nu naar gebouwen uit allerlei perioden. Dat maakt de stad voor mij interessant. Als Paul en ik door de stad puffen, ja we (vooral ik) moeten erg wennen aan de hoogte van 3300 meter, wijzen we naar de oude Inca fundamenten, vr, 25/12/2009 - 23:00 - 27_ Inka muren ©27_ Inka muren
muren gebouwd van gestapelde blokken die met onvoorstelbare precisie naadloos op elkaar passen. We nemen onze intrek in een koloniaal hotel op het ´balcon de Cuzco´ en hebben hiermee uitzicht op het historische centrum van de stad.
Het is kersttijd en overal zijn kerstversieringen. Dat treft. Jaarlijks is er op 24 december is er een grote kunstnijverheidsmarkt van en voor mensen uit de hele regio op de Plaza. Paul en ik vergapen ons aan al dit handwerk. Opvallend zijn de poppenkleertjes met veel glitter en glamour. Pas als de Kerstdienst in de kathedraal ten einde is zien we de functie van dit bijzondere assortiment. Bijna iedereen draagt een klein bedje, kribje, doosje onder zijn arm met hierin het pasgeboren kerstkind, gestoken in glimmende kleertjes met veel kant. Over het wiegje hangt een dekje ook van glimmende kant, het pasgeboren kerstkindje mag immers geen kou vatten. Oud en jong, man en vrouw, bijna iedereen draagt zijn eigen kerstkind. Deze gewoonte hoort kennelijk bij deze mensen uit de Andés, ik zag dit nog nergens anders op de aardbol. Jullie wel?
Dan weer trekt trommelgeluid onze aandacht. Voor de kathedraal staat een groep gevederde indianen die een dans ten uitvoer brengen. Heerlijk is het te zien hoe oude gewoontes van deze Andes mensen zich vermengd hebben met het uit Europa opgedrongen katholicisme. Normaliter bezoek ik niet zo vaak een kerkgebouw. Echter nu vind ik het interessant om op zoek te gaan naar indiaanse elementen. Het hoort zo bij deze mensen hier. Schilderijen van het laatste avondmaal laten apostelen zien die drinken uit Kero´s (Inca-kelken) en delen niet het brood maar een cavia. Vele schilderijen zijn geschilderd in de stijl van de Cuzco school. De Cuzco school is een stroming in de schilderkunst. De schilderkunst die uit Europa kwam krijgt hier elementen van de denkbeelden en gewoontes van de Andes mensen.
Na een paar dagen door de stad geslenterd te hebben besluiten we de omgeving van Cuzco te gaan verkennen. De rugzakken worden weer gepakt en we nemen de bus naar Pisaq, een dorpje in de Heilige vallei zo'n 32 km van Cuzco af aan de heilige rivier, de Urubamba rivier. Een hostal is snel gevonden in Pisaq een hostal. Na de lunch neemt een taxi ons naar de Inca-ruïnes van Pisaq, Pisaq Inca genoemd, 600 meter hoger dan het dorpje. za, 26/12/2009 - 22:33 - 46_ Uitzicht op de zonnetempel ©46_ Uitzicht op de zonnetempel
Van hieruit kunnen we via oude Inca paden terug lopen naar Pisaq. De Inca ruïnes van Pisaq zijn heel bijzonder, achteraf zeker zo mooi als Machu Picchu. Het fijne van deze streek is dat er bijna niemand komt. Onderweg nemen we veel tijd om de ruïnes en de Inca terrassen waar voedsel verbouwd werd te bekijken, bijna te veel, want het is bijna donker als we uiteindelijk moe maar voldaan terug in het dorp komen. Oef, dat was krap aan. De volgende ochtend is er in Pisaq een markt met veel kunstnijverheid uit de streek. Ik vergaap me aan de vele geweven kleden. Graag zou ik er een kopen, maar waar hang ik dat? Ik kan het niet laten wat klein spul en twee poppen te kopen. De poppen bind ik aan mijn rugzak, zij zullen met mij verder door Peru en Bolivia vergezellen. Van Pisaq nemen we de bus naar Urubamba. Achteraf, maar ja dat is achteraf makkelijk gezegd, hadden we meer dagen moeten uittrekken om Pisaq Inca te bekijken en om hier en daar een pauze te nemen. Het snel van het een naar het ander rennen breekt me later op, maar daarover heb ik het verderop in deze nieuwsbrief. Nadat de spullen in Hostal Los Geranios zijn achter gelaten nemen we direct een lokale bus naar Moray. Vandaar uit nemen we een taxi naar bijzondere cirkelvormige Inca bouwwerken. Kijk maar eens naar de foto. ma, 28/12/2009 - 17:10 - 73_ cirkels van Moray ©73_ cirkels van Moray
Men beweert dat deze cirkels, trapsgewijs gebouwd, een soort landbouwkundig onderzoekcentrum van de Inca's waren. Elk hoekje en niveau heeft zijn eigen microklimaat en zo kon men onderzoeken welk gewas op welke hoogte en met welke zonnestand het beste gedijde. Vanuit Moray lopen Paul en ik naar een vallei zo'n 6 km verderop, naar Maras. Onderweg vragen we regelmatig aan herders of landarbeiders de weg naar Maras. Daar aangekomen zien we een zoutwingebied. Salinas de Maras. Uit een berg stroomt een zoute rivier. Heel zout, niet lekker, ik heb het geproefd. Pre Inca culturen hebben in de hele vallei tot in het dal bassins gebouwd die met zout water werden gevuld ter verdamping. Met een ingenieus systeem van kanaaltjes kan men de toevoer van zoutwater managen. Tot op de dag van vandaag wordt hier op deze wijze zout gewonnen. 25 kg zout kost 9 soles, ongeveer 2 euro. Ondanks dat het een koopje is, kopen we geen zout. Niet echt handig als je met een rugzak rondtrekt.
Onze volgende plek waar we ons wederom eens verbazen over de cultuur en historie van dit prachtige Peru is Ollantaytambo. Het is een fortificatie gebouwd op een plek waar drie dalen van de Heilige Vallei bijeen komen. Men kon vanuit de Inca bouwwerken zo een groot gebied in de gaten houden. De conquistadores hebben dan wel de Inca's over de kling gejaagd, hier waren de Inca's de Spanjaarden te slim af. Een keertje dan. Inca Manco was in 1536 uit Sacsayhuaman verjaagd, over Sacsayhuaman in Cuzco later meer. Hernando, de broer van Francisco Pizarro, kwam hier aan met zo'n 70 cavaleristen en een groot aantal soldaten en indianen te voet en werd door de mannen van Inca Manco vanuit het fort bekogeld met keien, speren en pijlen. Het fort was te steil om te beklimmen. Toen heeft Inca Manco een bijzondere zet gemaakt. De vallei werd in een mum van tijd onder water gezet. Dat was mogelijk door een ingenieus systeem van kanalen. Spanjaarden die niet verdronken moesten toen snel het hazenpad kiezen maar werden door veel mannen van Inca Manco achterna gezeten. Later kwamen de Spanjaarden beter beslagen ten ijs en moest Manco er alsnog zelf vandoor. Hij is toen bij Vilcabamba de jungle van de Amazone in gevlucht. Ollantaytambo is meer een tempelcomplex dan een fort. Moet je die grote bouwstenendi, 29/12/2009 - 22:27 - 05_ Ollantaytambo ©05_ Ollantaytambo
van de zonnetempel eens zien. Die komen van 6 km ver, van een berg aan de andere kant van de rivier. Geen hijskranen, geen vrachtwagens, zelfs niet een kruiwagen, het wiel was hier niet bekend. Paul en ik lopen er de hele dag rond op dit complex. Tegen de steile bergwand tegenover ons zien we ook nog gebouwen.di, 29/12/2009 - 20:42 - 07_ Ollantaytambo ©07_ Ollantaytambo
Dat waren de voorraadschuren van de Inca's. Door de hoge ligging en door de altijd waaiende wind langs die berghelling bleef het daar altijd lekker koel. Wel een eindje kuieren om een mandje aardappeltjes te halen voor het avondeten. Vanuit Ollantaytambo nemen Paul en ik een bus naar Santa Maria Deze bustoer leidt ons over de 4000 meter hoge Malagapas. Om niet duizelig te worden neemt de buschauffeur elke twee minuten een cocablad in zijn mond om op te kauwen. Als ik later ook last van hoogteziekte krijg neem ik coca-thee, ja echt, dat helpt. Deze tocht brengt ons naar de 'achterkant' van Machu Picchu. Je kan ook een trein nemen vanuit Cuzco of Ollantaytambo naar Machu Picchu, maar op dat traject wordt de toerist echt uitgemolken. In Santa Maria stappen we over op een minibusje die ons naar Santa Teresa brengt. Hier nemen we dan weer een taxi naar Hydro Electrica en dan kan je twee uur lopen over de spoorrails door een tropisch regenwoud naar Machu Picchu Pueblo, ook wel Aguacalientes genoemd naar de warmwaterbronnen die er zijn. Die twee uur lopen hoeft achteraf niet want wij mogen mee in een trein die normaliter alleen voor locals bedoeld is. Zo komen Paul en ik met een magnifieke toer door het betoverende landschap van Peru voor een habbekrats aan in Machu Picchu. In de trein vragen we aan iemand of die een hostal weet en zo hebben we dan weer net op tijd voldoende informatie om de nacht niet op straat door te hoeven brengen.
Nou, over Machu Picchu weid ik niet teveel uit. Dat is in een woord gewoon geweldig. De oude Inca Stad die nooit door de Spanjaarden ontdekt is door de specifieke ligging zo hoog op een bergtop is DE topattractie van Peru, misschien wel van heel Zuid Amerika. En hoewel andere Inca werken zoals Pisaq en Sacsaywaman wellicht nog indrukwekkender waren ben ik blij dat we ook dit unieke geïsoleerde complex mochten zien. Dat we zelfs de berg naast Machu Picchu, de berg Wayna Picchu, beklommen hebben. En wat kennelijk door veel jonge passanten zo gerespecteerd werd. Wellicht dachten die jonge mensen, veel uit Korea, Japan en Vietnam dat ik met mijn grijze kop, wandelstok en trage tempo dat ik veel en veel ouder was. vr, 01/01/2010 - 17:56 - 29_ hoezo steil ©29_ hoezo steil
do, 24/12/2009 - 15:27 - 31_ Kerstmarkt op het Plaza de Armas ©31_ Kerstmarkt op het Plaza de Armas
Kijk maar eens naar mij op foto 29 van fotoboek 37 in de linker bovenhoek, iemand met een oranje tas. 'k Mag toch wel trots zijn. Met het bezoek aan Machu Picchu hadden we geluk, een paar dagen later werd het gebied gesloten doordat er een beetje veel regen gevallen was. Zie ook
www.nu.nl Toeristen vast in Machu Picchu door regen, artikel van 26 januari 2010. http://www.nu.nl/buitenland/2170373/toeristen-vast-in-machu-picchu-regen...
Na dit 'hoogtepunt' van onze reis gaan we snel terug naar Cuzco. Nog steeds verwachten we elke dag een mailtje te krijgen vanuit Nederland om snel naar huis te komen ivm de situatie van moeder Kamstra, maar dat bericht blijft nog steeds uit.
Wat willen we in Cuzco nog zien? In ieder geval Sacsaywaman en het Museo de Arte de Precolumbino (kunst van de periode van voor Columbus). En we moeten verdere plannen gaan maken.
Sacsaywaman is niet ver van het centrum van Cuzco, dat gaat te voet. Hier zijn restanten van een wel heel indrukwekkend bouwwerk te zien. In de begintijd van de Spanjaarden opgetekend als een soort van wereldwonder! Nu voor 80% afgebroken omdat huizen bouwen met bouwstenen die hier al kant en klaar liggen, je hoeft ze alleen maar de berg af te rollen, wel heel gemakkelijk is. Bovendien was er nog geen commissie voor de bescherming van cultureel (wereld)erfgoed . Sacsaywaman was zowel een religieus als een militair complex. Verdedigingsmuren in zigzagvorm, men kon aan alle kanten de vijand zien, en met een hoogte van 18 meter, klim daar maar eens tegenop, moeten hier gestaan hebben met torens die de complete bevolking van Cuzco destijds kon herbergen in geval van een aanval. Het is werkelijk een raadsel hoe zulke grote bouwstenen gemaakt zijn en hierheen vervoerd zijn. Toch een wereldwonder! Men heeft berekend dat er zelfs één steen is met een gewicht van 360 ton. za, 02/01/2010 - 23:36 - 45_ hoe zijn deze stenen hier gekomen ©45_ hoe zijn deze stenen hier gekomen
Wist je trouwens dat de Inca architecten Cuzco ontwierpen in de vorm van een poema, een voor Inca's heilig dier? Sacsaywaman was de kop van de poema.
Nou, ik ben al op bladzijde zeven en ben nog lang niet uitverteld. Misschien moest ik maar eens wat overslaan van onze gebeurtenissen. Of zal ik slechts in het kort wat aanhalen van onze rugzakrondreis zodat Pieter, broer Paul, alles lekker kan googelen en op die manier een beetje met ons meereist? Het valt me zwaar een schifting te maken. Zoveel mooie en indrukwekkende dingen gezien in zo'n kort tijdsbestek, het duizelt nog in mijn hoofd en ditmaal niet van de hoogteziekte waarover later meer.
Vanuit Cuzco nemen we een toeristenbus naar Puno. Puno ligt aan het Titicacameer wat voor een deel de grens met Bolivia vormt. De busmaatschappij biedt een dagtour aan van Cuzco naar Puno met onderweg vier mini excursies. Zo vangen we een glimp op van de poort van de Heilige Vallei, passanten konden zo de Inca belastinggelden afdragen en Ook toen al: Big Brother is watching you. Een van de oudste adobe kerken van Peru, een beetje in de stijl van de sixtijnse kapel: het kerkje van het dorpje Andahuaylillas wordt aangedaan. Breek je tong niet over die naam. We stoppen even bij Raqchi Inca di, 05/01/2010 - 17:10 - 55_ Raqchi_ adobe Inkamuren op stenen Inkamuren ©55_ Raqchi_ adobe Inkamuren op stenen Inkamuren
en bij een museum in Pukara. Een lunch is inbegrepen waarbij we verrast worden door de klanken van trommels en (pan)fluitmuziek. Zo'n band zoals je in winkelstraten in Nederlandse steden ook wel aantreft. In deze ambiance heel erg op zijn plaats. Met de aankomst in Puno bevinden we ons op 4000 meter hoogte. Het nabijgelegen Titicacameer is het hoogste meer van deze omvang ter wereld. Vanuit Puno maken we een uitstapje naar Sillustanie. De mensen van de Collacultuur, ver vóór Inca, begroeven hun doden in een soort torens, Chullpa's genoemd. Eén gewoonte van die Collamensen was het volgende. Als er een belangrijke figuur overleed, een edelman of zo, dan werd die met zijn hele familie, met zijn persoonlijke bezittingen inclusief de veestapel begraven in zo'n graftoren met voldoende proviand om de reis naar het volgende leven te kunnen maken. Een bijzondere gewoonte vind je niet? De torens hebben slechts een kleine opening, gericht op het oosten, daar waar de zon opkomt, en die meteen nadat de begrafenis geweest was, werd dichtgemetseld. Die Chullpa's gaan we bekijken maar ook mogen we eens binnenkijken op een boerderij vlakbij. Bijzonder om te zien hoe deze mensen hier op de hoogvlakte, de Altiplano leven. Ik krijg het benauwd als ik zie dat zij in kleine lemen hutten leven en slapen, dan nog niet wetende dat twee dagen later ons logies er eender uitziet. Er groeit veel riet aan de oevers van het Titicacameer. Tutora riet. Het Urosvolk wat hier al leefde ver voor de Inca's kwamen, bouwde van dat riet eilanden om op te leven. Zo ontkwamen zij aan de agressiviteit en de slavernij van de Inca's en daarvoor ook van het Colla volk. Een vrijgevochten volkje kennelijk. Nog steeds wonen er rechtstreekse afstammelingen van de Uros zigeuners, die de Aymara taal spreken, op de Islas Flotantes, de drijvende eilanden. Van het Tutora riet maken zij niet alleen hun eiland, ook hun huizen zijn van riet, ze eten het riet en maken grote rietboten. do, 07/01/2010 - 14:37 - 72a_ schepen van riet ©72a_ schepen van riet
Onderweg naar het eilandje Taquile, op het Titicacameer, stappen we even op zo'n drijvend eiland. Een leuke gewaarwording om op zo'n verend 'eiland' te lopen. Ons wordt uitgelegd hoe ze de eilanden bouwen, dat de rietboten slechts één jaar meegaan en dat we vooral maar veel souvenirs moeten kopen. Ja, het is wel erg toeristisch, maar ook leuk. In Puno kochten we dus een bootticket naar het eiland Taquile. Het zicht is enorm goed, zoals overal op de altiplano, waar de lucht erg ijl is, het zicht goed is. Je kan er veel verder kijken dan op zeeniveau. Op het eiland Taquile leven mensen al duizenden jaren volgens heel traditionele leefwijze. Alle mannen breien, en alle vrouwen weven. Wat breien die mannen? Met vijf hele dunne breipennetjes, ik denk 1 mm of nog dunner, breien mannen rondgebreide mutsen. De patronen zijn traditioneel, maar aan de kleur kan de huidige of vroegere sociale status afgelezen worden. De top van de muts doet denken aan een slaapmuts, zeker bij de muts voor ongetrouwde mannen, die is namelijk wit! Zie je een man door het landschap lopen dan is het vaak zo dat hij al breiende loopt. De wol wordt onder de tailleband gestoken. Moet hij zijn handen gebruiken dan gaat ook het breiwerkje achter de tailleband naast het tasje voor de cocabladeren. Vrouwen weven zes dagen per week. vr, 08/01/2010 - 15:40 - 90_ met vaardige handen worden kettingdragen gesorteert voor het patroon ©90_ met vaardige handen worden kettingdragen gesorteert voor het patroon
Hiervoor zitten zij op de grond, met een simpel weefgetouw op schoot. Nog nooit zag ik zulke fijn geweven stoffen. Gebruikt men bij ons 20 draden per cm, hier het dubbele. Vrouwen weven o.a. de taillebanden do, 07/01/2010 - 15:59 - 79a_ zeer fijn geweven tailleband van het mannenkostuum ©79a_ zeer fijn geweven tailleband van het mannenkostuum
die de mannen dragen, de stoffen die nodig zijn om bloezen, broeken en rokken te maken, poncho's voor dagelijks gebruik en kleden voor speciale gelegenheden zoals een trouwerij, draagdoeken, banden etc.
We komen dus via de Uros eilanden na drie uur varen aan op het eiland Taquile. Ons wordt gevraagd of we een nacht overblijven of dat we de boot over twee uur terug nemen. We kiezen voor het eerste. Dan worden we ingedeeld bij een bepaalde familie. Kiezen kunnen we niet. Er is hier een soort rouleersysteem, ieder gezin krijgt een keer gasten. Paul en ik worden ingedeeld bij de gouverneur. We slapen, ontbijten en hebben gezamenlijk het avondeten met de familie. Gelukkig krijgen wij een slaaphutje toegewezen, apart van waar de familie slaapt. Elke familie krijgt dus per jaar of maand hetzelfde aantal gasten en er zijn vast gestelde prijzen voor overnachtingen en het eten, iedereen verdient even veel aan toeristen. Zoals hier zoveel gaat op een coöperatieve manier. De verdiensten van het restaurant komen de gehele gemeenschap ten goede. Op het plein is een coöperatieve winkel waar iedereen zijn huisgemaakte brei- of weefwerk te koop kan aanbieden. Als ik er wat koop zie ik door een nummer op het prijskaartje van welke familie dit afkomstig is. Een lijst hangt in de winkel. Zelfs gouverneur worden mannen bij toerbeurt. Dat geeft hun wel status. Als we na aankomst geluncht hebben maken we een wandeling over het eiland. De weilandjes en akkertjes zijn vrijwel allemaal ommuurd, wellicht van de stenen die uit de akkers komen, zoals je ook veel ziet in Engeland en Ierland. Ik zie alleen schapen, geen lama's. Wat ook bijzonder is, er zijn geen honden op Taquile. Taquilenen houden kennelijk niet van honden, zoals vroeger alle indianen niet van honden hielden. Indianen hadden in de tijd van de conquistadores meer schrik van hun honden dan van de Spanjaarden zelf. Ik loop voetje voor voetje, want mijn hart gaat tekeer als een gek, naar de hoogste top van het eiland, ben dan zo'n 4500 meter boven zeeniveau. Nou, ik denk dat ik best een sterk hart heb, anders had ik deze reis nooit overleefd. Het uitzicht is geweldig, het Titicaca meer is azuurblauw, aan de horizon prijken de witte pieken van de Cordillera Real in Bolivia, de akkertjes zijn groen van de maïs, cocaplanten (tenminste ik denk dat het coca is), quinoa, aardappelen etc. Quinoa is trouwens een nieuw product voor mij. Het lijkt wel wat op rijst maar het is toch meer een groente, het groeit op een hoogte van 4000 meter en hoger. Kan sterke temperatuursverschillen aan en kan tegen felle zon. Later zie ik in Lima quinoa ook in de supermarkt liggen. Net als Maca, de Peruaanse Ginseng, ook een product van de altiplano. Beide zeer gezonde voedingsmiddelen en inmiddels ook aanwezig op de Nije Faam. Ben benieuwd of die producten ook te koop zijn in Nederland. En op die velden en paadjes overal kleurrijke Taquilenen met hun traditionele kleding. Mannen dragen een zwarte grof geweven kuitbroek, een grof geweven bloes en een zeer fijn geweven tailleband met prachtige motieven. Op hun hoofd zoals ik al eerder vermelde, altijd een muts. Vrouwen dragen zwarte of gekleurde rokken met veel laagjes, of veel rokken over elkaar, een geborduurde bloes, een poncho, en vaak een rugzak, wat eigenlijk ook een geweven doek is. Op hun hoofd ook een traditioneel hoofddeksel. Vrouwen hebben, als ze lopen altijd een spintol in hun hand en zijn bezig met het spinnen van draden of met het opdraaien van die draadjes als voorbereiding op het weven. Later als we in het gezin zijn waar wij logies vinden, zien we de ruimtes waar de vrouwen weven, zelfs kleine meisjes laten zien dat ze al bandjes kunnen weven of vlechten.
Na weer een slapeloze nacht vind ik het wel lekker dat we terug gaan naar Puno. Ja, slapen doe ik al een week of drie slecht en sinds een dag of drie helemaal niet meer. Steeds als ik in slaap val word ik met een schok wakker. Ook krijg ik 's nachts rare dromen en gedachten waarvan ik weet dat ze irreëel zijn maar wat ik niet kan veranderen. Het helemaal niet meer kunnen slapen put mij erg uit. Dit leidt bijna tot een ruzie met Paul. Hij begrijpt mij niet, zegt dat ik gewoon moet gaan liggen en slapen. "Slaap je niet dan rust je toch." Terug in Puno vertel ik Paul dat ik kapot moe ben en terug wil naar Lima om bij te slapen. Een vliegveld is 100 km verderop in Julianca. "Als we nu terug gaan kom je nooit meer in Bolivia, want eenmaal in Lima komt het er niet van om weer terug te vliegen." Ik moet van hem een dag verplicht niks doen, de hele dag in bed liggen. Terwijl ik dat doe koopt Paul voor ons bustickets naar Arequipa, een plaats 5 uur verder maar 1300 meter lager. Arequipa stond niet op ons lijstje. Kennelijk heb ik last van hoogteziekte en de enige remedie is dan: lager gaan slapen!
We gaan dus naar Arequipa om te slapen. We zien wel voor hoe lang. Mocht het er niet meer van komen om verder te reizen, dan was wat we tot nu toe gezien hebben al heel erg de moeite waard. We zagen de zanderige woestijn bij Ica, de Nazcalijnen, het groene hart van de Peruaanse Andes met de veel Inca en pre Inca historie, het hoge Titicacameer met drijvende eilanden en de wel heel bijzondere samenleving van de Taquilenen. Dit is al met al een lange nieuwsbrief geworden en ik ga jullie niet nog langer vermoeien. Over het vervolg van onze rugzakrondreis schrijf ik in de nieuwsbrief van februari.
Wordt vervolgd.

Mariëtta, 31 januari 2010
Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.
Volgende keer meer!

Locatie: