Anker perikelen

In de 5 jaar die we nu onderweg zijn, hebben we al heel wat afgeankerd 135 keer. Misschien is het aardig om na alle andere beschouwingen ook daar ook een paar woorden aan te wijden.

Technische wetenswaardigheden
Ons schip is 12m lang en weegt nu geladen ca.15 ton met een klassieke kiel met scheg en aangehangen roer. De windvang is matig ondanks de twee masten. Wij maken, door de vorm en het gewicht van het schip, weinig mijlen achter ons anker als gevolg van gieren. Bij andere lichtere jachten is dat soms heel anders.
Op de punt hangt een 25kg Delta anker aan een 10mm ketting van 60 meter, wat nog verlengd kan worden met een 50m/20mm nylon ankertros. De ankerlier staat bovendeks en lijkt gigantisch met twee ketting schijven(geen kaapstand), een groot wormwiel en een 2000Watt 24V elektromotor met koelventilator. Het merk van de ankerlier heb ik niet terug kunnen vinden, maar zowat.
Dit alles zat op de boot toen ik hem kocht en had al een wereld omzeiling achter de rug in de tachtigerjaren. Alleen het anker, de 25kg Delta heb ik zelf gekocht. In Buenos Aires heb ik zowel het anker en de ketting opnieuw laten galvaniseren, want dat moet zo nu en dan als je veel ankert. Dit alles over het hoofd anker gebeuren.
Daarnaast hebben we een tweede 20kg CQR anker en een 20kg Danfort. Op de tweede schijf op de ankerlier zit nog 30m 10mm ketting en achter op hebben we twee rollen nylon band van elk 100m 4ton. Dan nog twee anker gewichten van 10kg om halverwege aan de ketting te hangen, vooral gebruikt als we weinig draairuimte hebben en dus eigenlijk wat te weinig ketting kunnen steken. Alles bij elkaar zeker 225kg en soms vraag ik me af: is dat allemaal wel nodig.

Wat ik wel weet is, dat we veel vertrouwen in ons ankergerei en onze anker methode hebben gekregen in al die jaren, en dat is heel belangrijk voor onze nachtrust en voorkomt een hoop gedoe met schade aan eigen of andermans schip.

Met goed ankergerei koop je een goede nachtrust.

Dat vertrouwen hebben we wel op moeten bouwen door de jaren. Toen we vertrokken hadden we misschien 20 keer geankerd. De mooiste ankerplek was in “The Kettle” bij de Farne-eilanden, Oost Engeland. Ook weet ik nog die keer in Lulworths Cove Zuid Engeland. Dit is een prachtige beschutte kom in de rotsen. Er stond een kalm westen windje en wij het anker in de grond, bergop aan lagerwal. Het hield prima. Toen we echter de volgende dag wakker werden, lagen we weer aan lagerwal en anker bergop, alleen nu aan de andere kant van de Cove. Als door een wonder hadden we geen schade gemaakt aan de andere schepen in de baai. Zeg maar; een snelle leercurve.
We scannen nu altijd eerst de naaste omgeving van anker plek af met de dieptemeter om te zien hoe het onderwater profiel eruit ziet. Als het talud te stijl is kan je alleen bergop ankeren of je moet een andere vlakkere plek zoeken. Als je bergop ankert moet je een lijn (of twee) naar de kant brengen om dat zo te houden als de wind draait. In de kanalen in Zuid Chili hebben we heel vaak zo gelegen, maar dan veelal aan hogerwal. (Zie verslag)
Dan is het type ankergrond natuurlijk van groot belang. Die oude zeemannen op hun houten dwars getuigde schepen hadden een dieptelood met een pijpje, waarmee ze een monster van de zeeboden haalden, misschien maak ik ook nog eens zo iets. Wij hebben tegenwoordig Pilots waar voorinformatie wordt verstrekt over de ankerplek, die oude zeelieden hadden geen Pilots. Bij voorkeur probeer je niet te ankeren op de rotsen, dat houdt niet, tenzij je anker in een spleet haakt dan heb je geluk of juist pech als je het weer op wilt halen en het zich verklemt. Alleen een duik of een neuringlijn geeft dan nog uitkomst. Je hoort/voelt het overigens direct met je voet op de ketting. Andere plek opnieuw proberen. Als je bij het scannen met de dieptemeter een wat diepere plek vindt, is dat de plek waar waarschijnlijk het meeste sediment zich verzameld heeft en kon wel eens een goede plek zijn om het anker te laten vallen.
Als het anker gevallen is laten we de boot rustig achteruit deinzen of een beetje motor om de ketting in de goede richting op de bodem uit te vleien. Bij een ratio van 5 of meer gaat de haak op de ketting en wordt de ketting rustig op spanning gebracht met de motor stationair achteruit. Ik leg mijn hand dan op de ketting om te voelen wat het anker doet. Mariëtta wacht op een teken om het toerental wat te verhogen. We gaan tot 2200 toeren en ik zal je vertellen dat met een 50pk motor met een vaste driebladsschroef van 30cm de ketting dan aardig strak staat. Als het dan goed zit gaat de motor uit en is het tijd om te relaxen, als niet eerst nog lijnen naar de kant hoeven te worden uitgebracht.
Regelmatig hebben de ankerprocedure opnieuw uit moeten voeren omdat het anker niet goed in de grond zat door wat voor oorzaak dan ook. Dat kan zijn: rotsen, te zachte grond blubber, teveel kelp, op een tak geankerd, enz, enz,
We hebben inmiddels ook heel wat geklooi gezien en de ellende daarvan. Je gaat namelijk altijd van je anker af op een moment dat je onheil niet gebruiken kan. Midden in de nacht in het pikkedonker en het stormt als een gek, of je bent niet aan boord en de boot gaat een geheel eigen leven leiden, waar soms mede cruisers in actie moeten of willen komen om schade te voorkomen. Kortom allemaal ellende.

Goed ankergerei en een goede procedure staan borg voor een goede nachtrust.

Ankers
Wij zijn tevreden met ons 25kg Delta anker. Naar Antarctica hebben we kennis gemaakt met een Rocna-anker. In mooie ankergrond lijkt me dit een goed anker, echter voor de ronde beugel kan troep komen zoals een steen en dan werkt het anker niet meer. Om die reden zou ik er nooit een aanschaffen. Dat geldt voor alle beugel ankers. Over mijn CQR anker ben ik niet zo tevreden, Als het uitbreekt graaft het zich niet snel weer in. Over mijn Danfort ben ik ook niet zo tevreden. Als het eenmaal goed is in gegraven en de wind draait en het anker moet meedraaien dan is de steel vaak te slap en buigt gewoon krom, wat mij is overkomen. Ik heb de steel weer recht gekregen en tuien gemaakt buiten de vloeien om. Het is nu veel sterker maar heeft nu wel het zelfde nadeel als de Rocna.
Tandem-ankers een heel gedoe en waarschijnlijk zit maar één anker echt in de grond. Mijn advies is: koop één anker met het zelfde gewicht als de twee ankers samen, dan slaap je echt veel beter voor minder geld.

Ketting
Neem de dikste ketting die je bergen kunt, gewoon gegalvaniseerd staal, bijvoorkeur onder keur. Deze staal ketting is betrouwbaarder dan rvs ketting. Tegenover rvs-lassen sta ik als werktuigbouwer sowieso altijd wantrouwend. De dikte is misschien niet direct nodig voor de sterkte, hoewel een overmaat nooit weg is bij enige slijtage, maar het is nodig voor het gewicht. De ketting hangt dan in een diepere boog naar het anker, waardoor de hoek waaronder aan het anker wordt getrokken gunstiger wordt. Koop ook voldoende ketting om alleen in extreme gevallen een touw verlenging te hoeft toe passen. Dat verlengen is gedoe. Het eind van de ketting is bij ons geborgd met een Dynema lijntje van 8mm. De ketting of de boot heeft daar al een paar keer aan gehangen, maar dat terzijde. Dat lijntje moet los!!!!!!!!!! Aan de ankertros heb ik een speciale kettingharp gesplitst die om een schalm van de ketting gaat. De tros bevestig ik op een meter voor het einde van de ketting. De ketting zit dus nog op de kettingschijf op de lier. Als de tros is belegd gaat dat Dynema lijntje pas los en wordt de ketting met tros verder uitgevierd. Dit komt dus voor bij ankerdieptes van 20 tot 30 meter. Het binnen lieren op de hand van die ankertros met 20m vrijhangende ketting van 10mm, is zwaar werk. Ik ben dus niet dol op dit gedoe, maar ja soms is er geen alternatief. Als die losse meter ketting weer bij de lier komt, eerst op de kettingschijf, dan het borg lijntje er weer aan en dan pas de ankertros van de ketting. Logisch maar toch, het zal maar mis gaan. Dag ketting, dag anker op 30 meter diep en geen anker en ketting winkel op de hoek..
Onze ketting ligt bij ons op het vlak een meter voor de grote mast. Door pijpen komen de kettingen bij de kettingbakken en die lopen niet vanzelf. Je moet de ketting dus door de pijp trekken en in de bak zo optasten dat deze bij het uitlopen zich niet verklemt door een kink. De ketting op die plek, laag en ver naar achteren, draagt bij aan de stabiliteit van het schip, maar vergt altijd een hand onderdeks. Je kunt niet alles hebben, maar gelukkig: ik heb Mariëtta.

Ankerlier
De ankerlier kan niet zwaar genoeg zijn. Bij rustig weer en goed zicht en voldoende handjes, kan ieder ankerliertje die ketting wel in de bak krijgen. Je vaart rustig met de ketting op naar je anker, als je recht op en neer bent, de haak weer op de ketting om de lier te ontlasten, je anker los varen en op halen die spijker. Ja, bij mooi weer makkelijk zat. Maar als er stront aan de knikker is en het gaat niet zoals het zou moeten. Je vergeet de haak op de ketting te zetten bij het los trekken en alle kracht komt op die palletjes in de lier en die breken, wat dan? Of je laat toch de ankerlier het anker uit de grond trekken en dat lukt niet en je ruikt het al en er komt rook uit, wat dan? Dan is al dat speelgoed spul weggegooid geld en je zit in the middle of nowhere, wat dan? Nou, dat wil je niet meemaken. Toch zie je het om je heen gebeuren.
Nog een keer: Een ankerlier is nooit te zwaar. Je boot misschien, maar niet die ankerlier.

Gieren achter je anker
Alle schepen gieren achter hun anker, alleen sommige doen dat veel meer dan andere. Het schip trekt daarbij steeds onder een andere hoek aan het anker. Bij stevige winden ontstaat er een soort wrikken aan het anker, wat m.i. niet bevorderlijk is voor de houdkracht. Hoewel dit een heikel onderwerp is lijkt mij het minimaliseren van het gieren bevorderlijk voor de nachtrust. Maatregelen kunnen zijn: een steunzeiltje achter op het schip, een lange zware ketting met eventueel ankergewicht, een hekanker en/of landlijnen.

Neuringlijn
Het is altijd verstandig om een neuringlijn aan het anker vast te maken. Als het anker zich ergens achter verhaakt heeft, heb je een redelijke kans dat je het via de neuringlijn, als die sterk genoeg is, het anker weer los kan trekken.
Aan die neuringlijn wordt vaak een ankerboeitje bevestigd om ander schippers bekend te maken met de plaats van je anker. Als je echter op 15m ankert en er is een verval van 6 meter, dan zegt de plaats van dat boeitje in de wind ook niet veel meer. De neuringlijn is in dit geval ook veel langer dan ons schip. Bij het ankerop gaan, kan de neuringlijn dus in de schroef komen en dat wil je niet. Je moet dus van alles te gelijk doen bij ankerop, ketting inhalen, neuringlijn met boeitje oppikken en binnenhalen, o jé, de lijn zit om de ketting gedraaid, over de punt corrigerende handelingen, allemaal gedoe. Van een ouwe rot: schipper Arnold van de Drifter kreeg ik de tip: Gewoon de neuringlijn op de juiste plek weer aan de ketting kopen en overboord ermee. Niks ankerboeitje die geven alleen maar ellende en worden nog gestolen ook. Bij het binnen lieren van de ketting komt de neuringlijn vanzelf mee aan boord, niks pikhaak.

Ja, we hebben veel bij moeten leren na ons vertrek uit IJmuiden 2005.

Er is natuurlijk nog veel meer te zeggen over ankeren, zoals bv. dat we nu de Pacific in gaan en moeten ankeren bij allerlei exotische eilanden met koraal gedoe in lagunes. Ook daar zullen we ons snel nieuwe vaardigheden moeten aanleren om geen brokken te maken.
En jullie maar denken dat het allemaal alleen maar vakantie is hier op de Nije Faam, nou echt niet, maar soms wel.

Paul Kamstra
Schipper op de Nije Faam naast ……. Mariëtta
Februari 2010

Locatie: