Nieuwsbrief oktober 2009

afbeelding van Mariëtta

za, 10/10/2009 - 17:01 - 10_ Alexander Selkirk op Robinson Crusoe Eiland ©10_ Alexander Selkirk op Robinson Crusoe Eiland

“Op een onbewoond eiland, loopt niemand voor je neus
ja, je voelt je d’r blij, want lekker leven is de leus
geen pietsie pech, want je hoeft er niets, valt er niet van je fiets, ligt op je luie haidewiets
drinkt met je billen bloot, melk uit een kokosnoot, je wordt van zelluf groot
op een onbewoond eiland, zijn alle dagen fijn
op een onbewoond eiland, daar zou ik willen zijn”

Dit zongen mijn kinderen toen ze klein waren en zongen ook de kinderen van school toen ik van hen afscheid nam en Paul en ik met de geluid van het tv programma Expeditie Robinson het toneel op geslingerd werden. Iedereen herinnert zich wel dit lied van kinderen voor kinderen en kan zich de soundtrack van het tv programma voor de geest halen. Maar Alexander Selkirk, die model stond voor de figuur van Robinson Crusoe, en die op het eiland waarvoor we nu voor anker liggen op eigen verzoek alleen achterbleef door een geschil van mening met de kapitein van het schip Cinque Ports, voelde zich niet zo blij en zijn leus was niet lekker leven maar overleven.

Na twee dagen van hard zeilen met nogal wat wit om onze neuzen van de zeeziekte en na nog eens twee prachtige en rustige dagen te midden van vele albatrossen, Kaapse duiven, stormvogels en sterntjes zie ik in de vroege ochtend spitse rotspieken door laaghangende wolken steken. De Juan Fernandez Archipel, genoemd naar een Spaanse zeevaarder, de ontdekker van deze eilandengroep in 1574, komt in zicht. Een paar uur later, de wolken zijn inmiddels opgetrokken, zeilen we langs de steile rood-geel-bruine rotswand van een oude vulkaan. De baai Cumberland waar we de spijker de grond in willen gooien ligt aan de noordzijde van dit eiland. Zodra ik wat masten en huisjes zie pak ik de marifoon en roep Bart op. Bart is een Nederlandse Solozeiler en ligt hier al wat dagen. Hij springt gelijk in zijn dinghy en stuift ons tegemoet om ons welkom te heten. Hij is het ook die weer prachtige plaatjes van onze Nije Faam maakt. vr, 09/10/2009 - 15:16 - 07_ Nije Faam op de rede van Robinson Crusoe Eiland ©07_ Nije Faam op de rede van Robinson Crusoe Eiland

In de baai ligt ook nog een Engels stel met twee dochters. De twee beschikbare moorings zijn dus al bezet, maar geen nood, we gooien onze spijker tussen de ankers van beide schepen en brengen twee heklijnen uit naar de moorings van de buren. Eindelijk kunnen we eens gebruik maken van onze grote haspels, met hierop 100 meter nylon band, die Paul vijf jaar geleden, net voor we vertrokken uit Nederland aan de hekstoel laste.
Na, eerst van onze zeilboot weer een woonboot gemaakt te hebben, brengen we een genoeglijke avond door bij Bart aan boord die ons trakteert op zelfgevangen zeevruchten van het eiland Robinson Crusoe.
Door het zeilen van 450 mijl in noordwestelijke richting zijn we de koude Humboldt stroom, overgestoken en bevinden we ons op ons eerste Pacifische eilandje. Het water om ons heen is diepblauw, we zien vissen in allerlei kleuren rondom de boot. Ik steek een teen in het water, maar haal die er snel weer uit. Nee, geen haaien, maar ik vind het water toch nog erg koud voor mijn blote voeten.
Vanuit ons ankerplekje in de Cumberlandbaai zie ik de kleurrijke huisjes van het dorpje San Juan Bautista. Er wonen hier momenteel ongeveer 500 mensen. In de baai dobberen groenwit geschilderde visbootjes.
Voordat we ook maar een voet aan wal hebben gezet komen de Engelsen langs om ons te vertellen dat we morgen een BBQ hebben aan de wal met alle cruisers en met Pedro en zijn familie. Pedro runt hier een duikschool en heeft een prachtig hostal. Ook kan je bij hem terecht voor informatie over het eiland. Het wordt een gezellige ontmoeting. za, 10/10/2009 - 19:21 - 12_ BBQ op Robinson Crusoe ©12_ BBQ op Robinson Crusoe

Om even terug te komen op Robinson Crusoe en zijn eiland vertel ik iets over de geschiedenis, voor zover ik die weet dan, van dit bijzondere eilandje. De Juan Fernandez Archipel bestaat uit drie eilanden waarvan twee in 1966 een naamsverandering hebben ondergaan. Robinson Crusoe heette voorheen Masatierra (dichtbij het land). Het andere eiland wat zo’n 90 mijl dieper in de Pacific ligt heette Masafuerra (meer naar buiten), nu Isla Alejandro Selkirk genaamd. Die omdoping getuigd volgens Boudewijn Buch ‘van een zekere literaire liefde van de toenmalige Chileense regering’. (Zie: Eilanden, 1991, Uitg De Arbeiderspers) Na de ontdekking van deze eilanden, zijn op de eilanden een aantal mensen, geiten en konijnen achter gelaten. Er is gezaaid en er zijn struiken geplant om hiervan later te kunnen oogsten. De zaden, planten, geiten en konijnen hebben gedaan waar ze goed in zijn, de mensen niet, en zo werd het weer een onbewoond eiland. Maar van nu af aan met voldoende voedsel en water om bezoekende schepen van proviand te voorzien. In de 17de en 18de eeuw was het eiland Masatierra regelmatig een schuilplaats voor piraten. Proviand was de reden dat de Cinque Ports destijds hier ankerde. De Schot Selkirk, de navigator van dit schip, vond echter dat men langer op dit eiland moest blijven, omdat hij het schip niet meer zeewaardig achtte; het had teveel last van paalwormen die gaten in de romp vraten. Selkirk zag liever het schip hier gerepareerd alvorens te verder te gaan. Deze mening deelde kapitein Dampier niet en het kwam tot een scheiding. Selkirk zei liever achtergelaten te worden op dit eiland dan met een lekke boot verder te varen. Echter toen de Cinque Ports zonder hem weg voer kreeg hij spijt. Te laat, of misschien toch niet? Dat lees je een stukje verderop wel. Nu zat hij hier alleen op dit eiland met slechts een bundeltje kleren, een deken, zijn pistool, een paar kogels en wat kruid, een mes en een bijl, een pan, een bijbel, zijn navigatie instrumenten, wat tabak en een fles rum aan bagage. Het lukt Alexander Selkirk te overleven, na een poos gek geweest te zijn van heimwee begon hij van lieverlee van het eiland te houden. Begon het mooie te zien van hoe alles op dit eiland in balans was, de zeeleeuwen kolonies op de rosten, de vele vogelsoorten etc. Uiteraard keek hij uit naar een schip om weer van het eiland Masatierra af te komen. Hiervoor klom hij dagelijks naar een punt op een berg vanwaar hij de zee rondom het eiland kon zien. Naar dit punt, Selkirks uitkijk, is een prachtig pad te bewandelen met hier en daar bankjes om even op adem te komen. Na een paar jaar kwam er inderdaad een schip voorbij, maar dit bleek een vijandig Spaans schip de zijn. Het leek de Schotse Alexander Selkirk niet handig door een Spaans schip ‘gered’ te worden, liever alleen op een eiland, dan als slaaf in de goudmijnen in Chili te werk gesteld te worden of erger nog, in een kerker gegooid te worden in Valparaiso of Santiago. Hij vluchtte dus op zijn eigen eiland naar een plekje waar de bemanning van het Spaanse schip hem niet vinden kon. Wel hebben de Spanjaarden al zijn bezittingen vernield en in brand gestoken, Selkirk moest opnieuw een huis bouwen, meubels timmeren enz. Na vier jaar en vier maanden kwam er een Engels schip langs wat hem uiteindelijk terug bracht naar Engeland. Daar hoorde hij, dat het schip waarvan hij was afgestapt inderdaad schipbreuk geleden had. Daniel Defoe, in die tijd een journalist en spion, schrijver van voornamelijk politieke stukken, kwam het bijzondere verhaal van de overleving van Selkirk ter ore. Hij gebruikte Selkirks dagboekaantekeningen om het verhaal van Robinson Crusoe te schrijven. Daniel Defoe heeft het verhaal laten plaats vinden op een Caraïbisch eiland en er Vrijdag en kannibalen bij verzonnen. Het boek, de grondlegger van de Engelse romans, is tot de dag van vandaag een bestseller. In het museumpje op het eiland liggen in een vitrine een groot aantal uitgaven in vele talen.
Een aardig boekje wat ik vlak voor wij terug kwamen uit Nederland op de kop tikte (bij de Slegte) is genaamd: ‘Selkirk’s Island. The True and Strange Adventures of the Real Robinson Crusoe’, geschreven door Diana Souhami. ‘t Was een lust om het te lezen op de rede van dit eiland. vr, 09/10/2009 - 14:37 - 03_ Eiland van Alexander Selkirk ©03_ Eiland van Alexander Selkirk

In 1749 hebben de Spanjaarden een fort gebouw en toen was het snel gedaan met de schuilplaats van de piraten. Er zijn nog meer wetenswaardigheden over dit eiland te vinden waarvan ik er nog twee, een tragische en een leuke, zal vertellen. Ik begin met de droevige gebeurtenis.
Tijdens de eerste wereldoorlog kwam een groepje Engels oorlogsschepen van de Falkland Eilanden de Duitse kruiser de ‘Dresden’ op het spoor. Toen de Dreden dit ter ore kwam heeft het na eerst goed gebunkerd te hebben in Punta Arenas zich lang schuil kunnen houden in het doolhof van de Patagonische kanalen. Het kat en muis spelletje kwam in Bahia Cumberland, hier op Robinson Crusoe, tot een dramatisch einde. De kapitein van de ‘Dresden’ heeft hetzelfde gedaan als wat met Graf von Spee voor Montevideo gebeurde, het schip afgezonken voor het in handen zou vallen van de Engelsen. De bemanning is het eiland op gevlucht en later krijgsgevangen genomen. Een monument op de begraafplaats van het eiland staat hier ter nagedachtenis.
Een andere, een leuke wetenswaardigheid is het volgende. Op dit eiland komt zes maanden per jaar een Nederlandse Amerikaan Bernard Keizer schatgraven. Ja, je leest het goed, graven naar een schat. Een vorm van Expeditie Robinson. In 1713 of 1714 voer namelijk het schip Ubilla naar dit eiland waar wij nu voor anker liggen en de bemanning zou hier een schat begraven hebben. Het zou gaan om 800 ton aan goud, zilver en juwelen waaronder een halsketting van de echtgenote van laatste Inca Atahualpa, twee ringen van een of andere Paus en een bijzonder groot juweel wat bestemd zou zijn geweest voor de Koningin van Spanje. Die Bernard heeft als enige toestemming om op het eiland Robinson Crusoe te mogen schatgraven. Het eiland is in 1935 uitgeroepen tot nationaal park en daarom moet onze schatgraver alle gaten die hij graaft om zijn schat te vinden precies zo terug dicht gooien zoals het oorspronkelijk was. Elk jaar komt hij van oktober tot maart ‘schatzoeken’. Hij kan hier een dezer dagen arriveren, misschien zien we hem nog en hebben dan een chat met hem.
Paul en ik hebben ook een schat gevonden. Het is Brenda, een vrouw die sieraden smeed van zilver en zwart koraal.wo, 14/10/2009 - 18:01 - 25_ Brenda_ een vrouw die kettingen maakt met zwart koraal ©25_ Brenda_ een vrouw die kettingen maakt met zwart koraal
Het zwart koraal is rijkelijk aanwezig rondom het eiland maar mag uiteraard niet gedolven worden. De Juan Fernandez eilanden werden in 1977 door Unesco ook nog verklaard tot ‘World Biospere Reserve’. Dus geen koraal delven. Helaas komt er bij het ophalen van krabkooien soms een tak mee naar boven. De vissers geven dit aan de edelsmidse en zij bewerkt het koraal, schuurt en polijst het uren tot er mooie kralen of andere vormen van zijn gemaakt en maakt een en ander tot een mooie ketting. Tja, ik weet niet of ik deze ketting eens mee moet nemen met het vliegtuig naar Nederland, want het invoeren van zwart koraal is niet toegestaan. Ik draag het hier in ieder geval bij gelegenheid. Paul raakt onder de indruk van het gemak waarmee het koraal te bewerken valt en wil ook een stuk koraal om zijn handvaardigheden op bot te vieren. Jammer, dat heeft ze niet.
Het weer is heerlijk vandaag en we besluiten een wandeling te maken naar het plateau El Yunque. Een groen slingerpad omzoomd met uitbundig bloeiende bloemen brengt ons in anderhalf uur 250 meter hoger. We komen op een soort kampeerplaats, een platte vlakte waar wat tafeltjes en krukjes van hout gemaakt zijn. Zelfs een slang die in een stroompje hangt maakt het tot een plek waar ik ook wel mijn tent zou willen opzetten. Op het plateau zien we de fundamenten van een huis. Het blijkt van de marconist van de Dresden te zijn geweest. Een van de overlevenden, die na de oorlog terug kwam en zich hier vestigde, hier op Robinson Crusoe. Hij kon nergens anders meer aarden en bouwde hier een huis.
Vanaf het plateau is een cirkelvormig pad uitgezet door een rabarberbos. Als een Klein Duimpje lopen we onder de bladeren van deze reuzenrabarber door. zo, 11/10/2009 - 20:09 - 15_ In het Nalga _rabarber_ bos op plateau El Yunque ©15_ In het Nalga _rabarber_ bos op plateau El Yunque
Overal om ons heen bloeien vergeet mij nietjes. Ik zal deze plek dan ook niet snel vergeten. De weg terug gaat gemakkelijker dan omhoog.
Paul gaat vissen op de steiger en praat wat met de vissermannen. Als hij de volgende dag met Bart op de steiger verschijnt komt een visserman aanlopen met een grote tak zwart koraal. Of het iets voor hem is? Dat is wel iets voor die knutselkont maar nu ff niet want hij wil met Bart een lange wandeling maken van de ene kant van het eiland naar de andere kant, zeven uurtjes of zo. En om dan steeds met een tak koraal te sjouwen. “Oh geen probleem, ik leg hem wel even bij de Capitania onder de balie”. Kennelijk is zwart koraal niet echt een probleem hier.
Paul en Bart monsteren aan op de boot van de Capitania. Die gaat naar de uiterste punt van het eiland waar een airstrip is. Daar wordt een tv ploeg van Historie Channel verwacht. Zij komen filmen op dit eiland. Over twee jaar is op dit eiland een complete maansverduistering waar te nemen en Historie Channel wil dan een reportage over dit eiland klaar hebben. Pedro heeft het er maar druk mee omdat hij de ploeg begeleid over het eiland en ze te gast heeft in zijn hostal.
Terwijl Paul en Bart over het eiland wandelen geniet ik van een dagje rust aan boord. Heerlijk ook even lekker lui op mijn haidewiets wat dat dan ook moge zijn. Ik bekijk het weer en de route van de tocht die ons van het eiland weer terug zal leiden naar de vaste wal van het continent. De wind is de komende drie vier dagen lekker hard vanuit het zuiden. We zouden dan halve wind naar Coquimbo, La Serena hebben. Paul komt net voor het donker thuis. Hij had een prachtige wandeling. En ja, als de wind goed is gaan we morgen. Jammer dat we de Nederlandse Amerikaan niet gaan ontmoeten, het is niet anders.
Onze woonboot wordt weer een zeilboot. Zodra de lijnen weer opgerold zijn en het anker weer op de neus van de boot is vastgebonden worden de zeilen gehesen. De wind wakkert aan tot 25-30 knopen. Paul zet een rif en verwisseld de Genua voor de stormfok. Het rif en de stormfok blijven drie dagen zitten waar ze zitten. Zonder verdere een zeilwisseling verlegt Nije Faam weer haar grenzen met 450 mijl in 72 uur. De Humboldtstroom heeft ons wederom aardig geholpen.
In Coquimbo ontmoeten we een leuk Chileens echtpaar, Claudio en Yessica. Zij hebben ook een zeilboot. Als wij van onze reis vertellen liggen ze aan onze lippen. Alles willen ze weten. Van het een komt het ander en twee dagen later rijdt de taxi voor, om ons naar hun landgoed te brengen. Daar hebben we een culinaire ontmoeting. Als terloops ons plan om de vallei van de rivier Elqui te gaan bekijken ter sprake komt staat er de volgende dag weer een auto met chauffeur voor ons klaar. Dat is iets teveel van het goede, Paul en ik rijden liever met zijn tweetjes. De chauffeur brengt ons naar een filiaal van Hertz, en met de huurauto die dan door hun bemiddeling een fikse korting oplevert, rijden we in twee dagen de hele vallei door. De benedenloop van de Elqui wordt omzoomd met groene velden waar fruit als mango’s en papaya’s groeien, voor het eerst zie ik ook velden met artisjokken. wo, 28/10/2009 - 18:37 - 42_ Artisjokken in de Elqui vallei ©42_ Artisjokken in de Elqui vallei
Na een stuwmeer vergapen we ons aan de steeds maar hoger wordende bergen. Hier is veel wijnbouw. Rechthoekige velden met keurige rijtjes van druivenstokken, beschermd tegen de felle zon en harde wind door grote stukken gaasdoek, geeft deze woestijn een surrealistisch karakter. De bovenloop van de Elqui laat ons verrassen door de felle tinten van de steile bergen. Het laatste stuk van deze pas over de Andés die ons naar Argentinië zou kunnen voeren mogen we niet rijden. Por favor, een klein stukje nog, tot aan het laatste stuwmeer? Als we dan onze paspoorten inleveren mag het. De weg wordt steeds slechter en bij het meer draaien we om. Dat was maar goed ook want ik werd al wat duizelig van de hoogte. In Pisco Elqui overnachten we in El Tesoro de Elqui, De Schat van de Elqui. Nou, dat was het ook, een idyllisch hostalletje.
Terug in Coquimbo willen we snel verder trekken naar Antofagasta, weer zo’n 450 mijl noordelijker, omdat daar de boot uit het water gelift kan worden. De onderkant van ons schip vraagt om een laagje antifouling, bovendien willen Paul en ik een rondreis gaan maken door Noord Chili, Bolivia en zuid Peru. En met een boot veilig op het droge reist dat geruster. Een periode van goede wind is er vrijwel direct, dus wederom wordt het anker gelicht. Maar de beloofde wind blijft uit en we zetten de motor bij. Als die wind dan helemaal niet komt opdagen gooien we het anker uit bij Isla Damas. Dat is een eiland van de Islas Choros groep en ook weer een Nationaal Park. Isla Damas is een droog eiland met een woestijnbegroeiing van stekelige cactussen. Paul en ik maken een wandeling het hele eiland over en hebben geluk, want hier staan de cactussen overal in bloei. Ook steken er uit de harde droge aarde gele bloemen omhoog, net narcissen. Die staan nu te pronken in mijn cardanische vaas. za, 31/10/2009 - 23:24 - 51_ woestijnbloemen op Isla Damas in vaas op Nije Faam ©51_ woestijnbloemen op Isla Damas in vaas op Nije Faam
Ik heb water in de vaas gedaan, maar of dat nodig was? Je weet het niet. Rond de boot springen zeeleeuwen en tuimelaars. Het is heerlijk relaxed om voor anker te liggen. We genieten enorm. De temperatuur is niet te hoog, gewoon lekker om een hele dag in korte broek en t-shirt te lopen, een luxe die we lang ontbeerden. Opnieuw bekijk ik de gribfiles en pas als die aangeven dat er veel wind aan komt, 25 – 30 knopen, besluiten we het anker te lichten. Gribfiles moet je overal anders interpreteren. Van Uruguay naar het zuiden en door die Patagonische kanalen telden we bij de windpijlen steeds 10 knopen op, het waaide daar altijd veel harder dan de gribs aangaven; hier trekken we er maar 10 knopen vanaf. Met een uitgeboomde fok aan stuurboord en de aap vliegend aan bakboord, een klein stuurautomaatje op de Aries windvaan, steken we 60 mijl de Pacific in. Daar pikken we de Humboldt stroom weer op. Na een dagje gaan we overstag en zeilen met de boom over bakboord direct op Antofagasta aan. We hebben een gelukje want nu zien we voor het eerst de zuidelijke gladde dolfijnen (Southern Right Whale dolphins). Echt een gelukje, want deze spierwitte dolfijnen met een pikzwart glad rugdekje, glad, want de rugvin ontbreekt, komen normaliter alleen rondom Antarctica voor en een stuk in de koude Humboldt golfstroom. Na drie dagen lopen we de drukke havenstad Antofagasta aan. Sinds lange tijd hoor ik weer vliegtuigen landen en stijgen. Ik zei het nog tegen Paul. Wat schetst onze verbazing? Terwijl we na het afmeren naar de administratie van de Club de Yates Antofagasta lopen zien we Claudio uit Coquimbo. Hé? Wat doe jij hier? Claudio, een mijningenieur had hier een afspraak en landde met zijn vliegtuig precies toen wij aankwamen. Die avond genoot Claudio tijdens een smeuïge kaasfondue nog meer van onze verhalen. “Oh, I want to buy your boat, really I want to buy your boat.” Ja jongen, dan moet je toch zeker nog vier/vijf jaar wachten. Maar dan komt de Nije Faam ook echt te koop, zodra we terug in Nederland zijn.

Mariëtta, 31 oktober 2009

Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.
Volgende keer meer!

Locatie: