Nieuwsbrief september 2009

afbeelding van Mariëtta

zo, 27/09/2009 - 19:19 - 58_ Alpaca Lama in Caleta Wilde Mathilde ©58_ Alpaca Lama in Caleta Wilde Mathilde
zo, 27/09/2009 - 19:20 - 57_ Alpaca Lama in Caleta Wilde Mathilde ©57_ Alpaca Lama in Caleta Wilde Mathilde
Drie maanden vliegen voorbij. Heerlijk om familie en vrienden weer te zien. Kinderen wonen in andere huizen. Hebben banen of juist niet meer. Kleinkinderen kunnen inmiddels lopen, telefoneren of gaan zelfs al naar school. In een jaar verandert veel. En hoewel we daarvan al lang op de hoogte waren is het heerlijk om het er nog eens over te hebben. Dat wat we tijdens het reizen moeten missen wordt nu intens aan- en ingehaald. Voor we het in de gaten hebben is het moment van afscheid nemen weer aangebroken. Na nog een familie reünie van de Kamstra-tak volgt nog een moeder-oma-overgrootmoeders verjaarsfeest van de Bakel-kant waarbij we met vrijwel iedereen nog een genietmomentje hebben. Ook ontbreken niet de nodige traantjes bij het afscheid. In mijn Hemelbedje overdenk ik wederom afgelopen periode. En kijk met genoegen uit naar de tocht naar warmere gebieden.

In Puerto Montt vinden we onze boot in goede staat terug. Ja, wel een beetje mottig van binnen, maar de schimmel is minder erg dan verwacht mocht worden. wo, 09/09/2009 - 18:22 - 23_ Na 3 maanden Nederland een beschimmelde Nije Faam ©23_ Na 3 maanden Nederland een beschimmelde Nije Faam
wo, 09/09/2009 - 18:21 - 24_ Schimmel aan onze Chilootse fruitmandjes ©24_ Schimmel aan onze Chilootse fruitmandjes
Na een paar uurtjes poetsen en de warmte van alle kachels (onze Dickenson, onze Webasto en ons elektrische kacheltje) is het net alsof we niet zijn weg geweest.
Onze eerste tocht zal ons naar Valdivia leiden. Maar voor het zover is wordt de Nije Faam nog even tegen een muur gezet om droog te vallen. Het getijden verschil is in Puerto Montt tussen de zes en acht meter, afhankelijk van de stand van de maan. Bij hoog water varen we naar een betonnen want in de jachthaven. Zodra bij het vallen van het tij de kiel de bodem raakt wordt de boot extra vastgemaakt aan de want, zodat ie niet de verkeerde kant op valt. Zodra het kan begint Paul met het vervangen van de anodes. Na dit klusje veegt hij ook nog eens het hele onderwaterschip schoon met een dekschrobber. Voor het terugkeren van het tij is ook dat weer spik en span. Jammer alleen dat dit een nachtelijk klusje was. Zodra de boot weer drijft varen we als een dief in de nacht terug naar onze plek aan de steiger. Nu is het wachten op een goed weer-window om naar Valdivia te gaan.
Elke dag bestudeer ik nauwkeurig de gribfiles en raadpleeg buoyweather op internet. Als ik denk een goed vertrekmoment te zien vraag ik Paul mee te kijken. Al snel zijn we het eens. Zondagochtend, bij het krieken van de dag, zal Nije Faam het ruime sop kiezen. Op naar de Capitania dos Portes om een nieuwe zarpe (vaarvergunning) te halen. Die krijgen we niet meteen mee, omdat zij toestemming moeten krijgen van autoriteiten in Valparaiso: “Morgen voor vertrek ophalen aub”. Na een beetje slijmen en veel por favor kan het ook vanavond. Nu nog de jachthaven betalen. Secretaresse is er niet, komt maandag pas weer. Dit weekend viert Chili haar verjaardag, Dia de Patria en veel mensen hebben een lang weekend vrij om te feesten. De Pisco-sour vloeit dan rijkelijk, maar wij willen weg….. De bewaker van de marina kan voor ons regelen dat we alsnog kunnen betalen. Zo komt alles net op tijd weer voor de bakker. Op zondagochtend vertrekken we met een lekker Mariëtta-weertje, wat inmiddels een begrip is geworden in het zuiden van Chili, naar Pto Abtao. Daar wachten we op een goed momentje om Canal Chacao te nemen. Canal Chacao ligt tussen Isla Grande de Chiloé en het vastenland van Chili en verbindt Golfo de Ancud met de Pacific. De getijdenstroom is er 6 tot 8 knopen, zaak ervoor te zorgen dat we dit mee hebben en niet tegen! Na eerst het stukje vaarwater, om een schiereilandje heen, wat we de komende nacht moeten varen, verkend en in C-map geplot te hebben, gooien de spijker in de grond, recht voor een kleine vissersgemeente. Snel liggen we op een oor, want de wekker staat op drie uur.
Als dat alarm klinkt doen we elk wat we moeten doen, Paul trekt eerst zijn thermo-kleding aan, alvorens hij zich in zijn oliegoed steekt. Ik start de navigatie apparatuur en de computer op en tover hierop het gisteren zo zorgvuldig geplotte lijntje. Nadat het anker is binnengehaald ga ik op het voordek staan met een grote zaklamp. We zagen hier gisteren nogal wat touwen van moorings drijven en het is niet handig die in het pikkedonker in je schroef te krijgen. Goed dat we dit hoekje gisteren zo zorgvuldig verkend hebben, want het is een maanloze pikdonkere nacht met alleen een uitbundige sterrenhemel die ons wat bij schijnt.
Zodra we in het Canal Chacao zijn begint de stroom mee te lopen. De navigatielichten in dit kanaal zijn goed te zien. De snelheidmeter loopt als maar op. Eerst 5 knopen, met een laag toerental, dan schieten we ineens over de 6 en 7. Het lijkt wel of we bergafwaarts gaan. Het getal van S.O.G. (speed over ground) gaat zijn record verbreken. Net na het smalste stuk geeft die 13 knopen aan, waow, dat schiet lekker op. Het tij zit helemaal mee tot we ons op open water bevinden. Inmiddels staat er een klein zeiltje en draait de wind van zuid west naar zuid zuid west. Na de vuurtorenwachter van Punta Corona gedag gezegd te hebben, we hadden hem mei jl. bezocht toen we Chiloé bekeken, verlaten we de roaring fourties. Na zonsopgang gaat Paul terug in bed om zo veel mogelijk rust te krijgen, want dat is toch het beste wat je kunt gebruiken als je wat last van zeeziekte hebt. En zeeziek wordt je snel op zo’n hobbelig water in een racebaan. Een paar uurtjes later neemt hij het weer van mij over. Met een heerlijk bakstagwindje van tussen de 10 en 15 knopen zeilen we op een klein fokje en de bezaan naar het noorden. Waarom niet de hele lappendeken uit de kast trekken? We zouden anders in het donker in Valdivia aankomen. En zo gaat het ook lekker, zo heerlijk rustig.
Bij zonsopgang op dinsdagochtend stel ik de koers steeds een beetje bij om voor de ingang van Rio de Valdivia te komen. De wind draait nog meer naar het zuiden wat niet verkeerd is. Ik lees een boek van Isabel Allende. ‘Inés, vrouw van mijn hart’. Carien had ons er over verteld, waarop wij dit boek aanschaften. Vervolgens heeft het boek twee jaar in onze boekenkast liggen rijpen. Jeanet heeft me gesommeerd het NU te lezen. En dat is maar goed ook. Isabel verhaalt over een dappere vrouw, Inés, die in het jaar 1537 haar man Juan de Málaga vanuit Spanje volgt naar de nieuwe wereld. Daar aangekomen blijkt haar man te zijn overleden. Vervolgens trekt Inés op met Pedro de Valdivia die vanuit Peru Chili wil veroveren.
Paul komt aan dek als we Rio de Valdivia opzeilen. Links en rechts van de ingang zien we de Spaanse forten die deze riviermond ooit bewaakten. wo, 30/09/2009 - 14:47 - 83_ Ingang Rio Valdivia ©83_ Ingang Rio Valdivia
Ook op een verder liggend eiland zijn de kanonnen op ons gericht. De rivier is bedekt met een laag mist. Lang geleden dat we hier mee van doen hadden. Met het rijzen van de zon trekt de mist weg en opent zich een groen landschap met goudgele velden. Dat geel blijkt een soort van brem te zijn. Het voorjaar is aangebroken. De blaadjes krijgen bomen.
Vijf mijl rivier opwaarts meren we af, bij Alwoplast, een bedrijf dat luxe catamarans bouwt.
Dan volgt een bezoek aan de stad Valdivia. Het heeft een prettige sfeer. Een levendige markt aan de oever van Rio Valdivia is een ware attractie. Er wordt veel vis verhandeld. Zeeleeuwen, aalscholvers, pelikanen, sterntjes en meeuwen weten dat regelmatig visafval de rivier ingegooid wordt. Ze zwemmen, zitten of vliegen er werkelijk met de bek open. In de stad drinken we lekkere koffie met ‘kuchen’. Kuchen is een Chileens woord, maar komt mij toch erg Duits over. In dit gebied wonen ook veel afstammelingen van Duitse emigranten. Daarna bekijken we een markt waar handnijverheid verkocht wordt. Prachtig gebreide truien, dikke geweven poncho’s, veel houtsnijwerk staat uitgestald. Het vier verdiepingen tellende gebouw met een open middenruimte is een lust voor het oog. Lang staan we te kijken naar handelaren en kooplui. Ik zou graag zo’n ruw geweven poncho in een voor Chili traditioneel streeppatroon willen kopen. Ik zie me er al mee zitten aan een kampvuur. Maar wanneer zullen we nog aan een kampvuur zitten? We gaan binnenkort naar warmere streken. En als we daar al op een strandje aan een romantisch vuurtje zitten hoop ik dat we niet veel meer om het lijf hebben. In gedachten hoor ik Paul al zeggen: de boot is vohol…en laat de poncho’s maar hangen waar ze hangen.
Met een huurautootje bezoeken we Wolfgang, de leider van het Patagonië Cruisers Net. vr, 25/09/2009 - 13:09 - 63_ Op dit krukje doet Wolfgang het Patagoni__ Netje ©63_ Op dit krukje doet Wolfgang het Patagoni__ Netje
Hij woont in Villarrica, heeft 12 jaar geleden zijn zeilboot ‘Wilde Mathilde’ verruild voor een stuk land. Op dat land heeft hij met zijn vrouw Gabi eerst 6 maanden in een tent gewoond, er een huisje gebouwd, de overal groeiende braamstruiken verwijderd en 6000 bomen geplant. Inmiddels zijn er nog twee woningen bij gebouwd, die men kan huren. De gastenverblijven zien er werkelijk prachtig uit. Ze zouden misschien niet opvallen in de Alpen, maar vergeleken met de Chileense huizen zijn het plaatjes. za, 26/09/2009 - 17:00 - 36_ ons vakantiehuisje ©36_ ons vakantiehuisje
Het uitzicht is adembenemend. Aan een zijde hebben we zicht op het meer Villarrica, aan de andere zijde op de vulkaan Villarrica. Die laatste trekt toch wel alle aandacht met zijn sneeuwdek en symmetrische conus, hij lijkt wel op de Fuji. Steeds maar weer zoeken mijn ogen de vulkaan. zo, 27/09/2009 - 22:58 - 44_ komt er nou rook uit vulkaan Villarrica ©44_ komt er nou rook uit vulkaan Villarrica
zo, 27/09/2009 - 22:36 - 45_ of is het een wolkje ©45_ of is het een wolkje
De ene keer hult hij zich in slierten van wolken, de andere keer schittert hij in de volle zonnegloed. En aan de top? Rook. Komt er nou rook uit de vulkaan, of hangen er maar steeds wolkensliertjes boven die top. Stel dat ie nou eens vuur ging spugen? Dat zou toch een echte traktatie zijn, of een tragedie. Dat krijgen we niet te zien. Wel mooie kleurschakeringen bij zonsondergang.
Het weer zit de week, dat we het autootje gehuurd hebben, mee. Geen regenbuitje gehad. Paul en ik bekijken de omgeving, maar slapen ’s avonds onder de dikke donzen dekbedden in het gastenverblijf van Wolfgang en Gabi. Mocht je na dit lezen ook zin hebben hier eens te vertoeven, kijk dan eens op www.gaestehaus-villarrica-chile.de. Alleen voor vrienden van vrienden. Aan Chilenen worden de huisjes niet verhuurd. Chilenen die op vakantie gaan, dat zijn alleen de wat rijkeren, hebben de gewoonte om met grote families te komen met bedienden en kindermeisjes en zijn iets te goed in het maken van een bende van eigendommen van anderen. Maar er zou wel goed aan ze te verdienen zijn, ze betalen exorbitante hoge bedragen voor hun vakantieverblijven. Paul heeft een routebeschrijving vanaf Villarrica gemaakt om dit paradijsje te vinden. Dat vindt hij leuk om te doen, met de camera en GPS zijn belangrijke punten vastgelegd. Op Google Earth is dit gebied nu nog niet erg duidelijk, kijk voor foto’s maar in fotoboek 33. De routebeschrijving staat in Pauls Hoekje. http://www.nije-faam.nl/node/206

Na de nodige etentjes en borreluurtje met Wolfgang en Gabi nemen we met weemoed afscheid van hen. Maar niet voor lang. Ze komen ons in Villarrica nog eens bezoeken en willen onze boot zien. Dat is namelijk de oude boot van vrienden van hen, toen heette de Nije Faam nog Pusteblume.
Het Parque Nacional Conguillio staat vandaag op ons programma. In dit park zijn markante bomen, met de naam Auracaria’s, en vulkanen te zien. In het park zien we dat de vulkaan Llaima (ruim 3000 meter hoog) met zijn uitbarstingen (o.a. in 1955 en 1957) het landschap drastisch verbouwd heeft. De weg meandert door een landschap van zwart lavagesteente. De lavastroom heeft grote delen van bossen meegesleurd en vroegere valleien afgedamd. Daardoor ontstond een bijzonder nieuw landschap, met plukjes bos tussen zwarte lavastromen en azuurblauwe en smaragd groene bergmeertjes. Het huurautootje brengt ons steeds hoger en hoger, tot we in het bos komen met de Araucaria’s. Deze prachtige langzaam groeiende bomen vind je op grote hoogte in het Andés gebergte di, 29/09/2009 - 17:47 - 71_ Araucaria araucana ©71_ Araucaria araucana
en kunnen tamelijk oud worden. Zouden deze bomen dit gebied de naam Auracania gegeven hebben? Of zou het andersom gebeurd zijn. In ieder geval stonden de meeste van deze bomen al toen ze bij ons nog in berenvellen rond liepen. Er is zelfs ooit een koninkrijk Auracania geweest. Dat gebied strekte zich toen uit ver over de huidige provinciegrenzen. Als deze bomen konden vertellen….. Zouden ze goed groeien op al het bloed dat hier gevloeid heeft?.... De oorlog tussen de Mapuche indianen en de conquistadors heeft zo’n drie eeuwen geduurd. Ja, die Mapuche konden knokken. Taai volkje. Gelukkig is dat allemaal verleden tijd en genieten wij nu van de cultuur van de Mapuches. We lopen en rijden tussen die woudreuzen, sommigen van 1500 tot 2000 jaar oud. Jonge boompjes doen mij denken aan de slangenden of apenboom die mijn ouders vroeger in de voortuin hadden staan. Op internet vond ik inderdaad verband tussen deze bomen en onze apenboom. Familie van elkaar zullen we maar zeggen. Als we bijna door het bos zijn blijkt dat we niet verder kunnen. Er ligt te veel sneeuw is de passen die ons naar de andere kant van het park zouden brengen. Dat betekent dat we alles nog eens van de andere kant mogen bekijken. Nog eens rijden we door een zwart geblakerde wereld. De vulkaan Llaima heeft twee pieken bedekt met sneeuw, een bijzonder contrast met de zwarte as. Zou die tweede piek van vorig jaar zijn, toen Llaime voor het laatst vuur heeft gespuugd? Ik kan er naar gissen, ik kan er een slag naar slaan, maar ik weet het niet! Na nog een kort bezoek aan Temuco besluiten we terug te rijden naar de boot. We kunnen dan morgen nog wat in de omgeving van Valdivia rondtoeren, en ook gaat het bunkeren met een huurautootje eenvoudiger.
In een zaal van een voormalig fort dat aan de ingang van Rio Valdivia staat is de geschiedenis van dit gebied verbeeld. Onze belangstelling, opgewekt door het lezen van het eerder genoemde boek, wat ik inmiddels uit heb en waarin Paul ook al het nodige gelezen heeft, is hiervoor groot. We kunnen wat zich hier allemaal heeft afgespeeld en wat de Chilenen maken tot wat ze zijn in een beter perspectief plaatsen.
Nou, de auto is weg, de boot volgetankt, wo, 30/09/2009 - 20:22 - 87_ tanken we alle tanks vol ©87_ tanken we alle tanks vol
de voedselvoorraad is aangevuld zodanig dat we een week of zes onafhankelijk van land kunnen zijn. Het bestuderen van het weer begint opnieuw. Onze volgende tocht zal ons leiden naar het eiland Robinson Crusoe, een eiland van de Juan Fernandez Archipel. Ze liggen een kleine 400 mijl uit de kust voor Valparaiso. Ieder van jullie heeft vast wel eens gehoord van het boek van Daniel Defoe wat uiteindelijk dit eilandje deze naam gaf. Op dit eiland heeft ene Alexander Silkirk vier jaar en vier maanden in zijn eentje moeten vertoeven voor hij door een voorbij komend schip er af gehaald werd. Naar aanleiding van zijn dagboeken heeft Daniel Defoe het boek Robinson Crusoe geschreven. En wij gaan daar heen. Een eiland waar nu alleen wat vissers wonen en een afdeling van CONAF is (de Chileense organisatie voor natuurbescherming), en wij dan natuurlijk!

Mariëtta, 30 september 2009

Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.
Volgende keer meer!!

Locatie: