Nieuwsbrief april 2009

afbeelding van Mariëtta

April 2009
1 april, kikker in je bil. Hebben jullie ook iemand beetgenomen? Of ben je beetgenomen?
Deze eeuwenoude traditie om op 1 april grapjes te maken stamt volgens mij uit de 15de eeuw. Had dat niet iets te maken met de 80 jarige oorlog, Alva en Den Briel? Ja, ik kan er helemaal naast zitten, mijn schooltijd is ook al zo lang geleden. In ieder geval is het iets Oer Hollands en met vijf Hollandse boten hier in het zuiden vraagt zo’n dag om een grapje.

Hoe pak je zoiets aan? Iedereen vaart zijn eigen route. Night Fly ligt in de buurt van Haberton op weg naar Stateneiland, Tranquilo ligt in Pto Williams, Pacific Blue vaart in het Beagle Kanaal, Giebateau ligt 20 mijl achter ons in het Magelhaens Kanaal. Het Net!!!! Op 31 maart ’s avonds smeden Paul en ik een list. We schrijven Wolfgang van het Patagonië Netje een email en vertellen hem dat we de volgende dag onzin gaan vertellen en dat hij hierop vooral niet te serieus in moet gaan. Zodra wij de volgende ochtend aan de beurt zijn op het Net vertelt Paul dat we een email gekregen hebben van de Chileense Armada en dat we terug moeten naar Pto Williams omdat we een verboden kanaal zijn doorgevaren (Kanaal Acwalisnan) en ons niet aan de route gehouden hebben die op onze vaarvergunning (zarpe) staat. Een Chileense Pilot op een vrachtschip waarmee we gisteren een kort gesprekje hadden via de marifoon zou ons verlinkt hebben. Nou, nou, nou. Wat hebben we de andere Hollanders tuk. Op het Holland net direct na het Patagonië Net krijgen we erg veel meeleven (wel aardig hoor van ze) maar ook veel niet gevraagde maar goedbedoelde adviezen. Als later op de dag Giebateau hun koers wil verleggen om ons geestelijk bijstand te verlenen in een caleta die we vanochtend bij zonsopgang al verlaten hebben, vertellen we hen, net op tijd, welke dag het vandaag is. En zo ook op het Holland Net die avond. Hihi. We kunnen ons de onderlinge gesprekjes op de diverse boten aardig voorstellen.
Maar geen grapje is de heftige stroom die we ook die dag op het Magelhaens kanaal in Paso Inglés en Paso Tortuoso (53°33.667’S en 072°24.114’W) tegen krijgen. We varen het eiland Carlos III voorbij en maken steeds minder voortgang ondanks de voor ons gunstige oosten wind. En als we met vol zeil op en de motor erbij nog maar 1 knoop grondsnelheid maken besluiten we om Baia Mussel die we net voorbij voeren in te duiken. Rechtsomkeer!! Met een snelheid van 9 knopen gaat Nije Faam er als een speer vandoor. Een marifoon gesprekje met Paul van Giebateau doet ons toch weer van mening veranderen en daar zijn we achteraf wel heel blij mee. Gewoon even doorduwen, over een paar mijl is die passage voorbij. Weer omgedraaid. Nu varen we vlak langs het eiland dwars door grote maalstromen. wo, 01/04/2009 - 18:00 - 30_ draaikolken nabij Cabo Crosstide in het Magelhaenkanaal ©30_ draaikolken nabij Cabo Crosstide in het Magelhaenkanaal
Afwisselend zien we snelheden van 4-6 knopen, dan weer 1-2 op de GPS. Het varen zo vlak langs de kant doet Paul denken aan zijn kanotijd. Tegen rivieren op peddelen gaat ook zo, zgn. kribben varen. Aangekomen bij het westelijk deel van eiland Carlos III, die kaap heet niet voor niks Cabo Crosstide, steken we tussen twee rijen maalstromen door naar de noordoever van het Magelhaens kanaal. Na nog een bochtje kunnen we deze heftige vernauwingen achter ons laten en varen we voor de wind richting Paso Tamar. Tegen 6 uur zoeken we een Caleta op voor de nacht. Na een winderig en onrustig nachtje met veel williwaws die van een hogerop gelegen gletsjer stuiven, varen we weer lekker voor de wind naar Isla Tamar. Ook daar gaat de spijker in de grond, omdat het grote licht uit gaat (52°55.514’S en 073°46.116’W). Zodra die rode bol weer boven de horizon uitkomt gaat het anker op en kunnen we Paso Tamar nemen in een rustig oosten windje wat niet weg neemt dat we toch nog een behoorlijk deining hebben van zo’n metertje of drie. Paso Tamar is een passage die met de grootste zorgvuldigheid genomen moet worden. Huizenhoge golven van wind tegen tij maken dit vaak een onaangenaam plekje. Daar weet Meneer Magelhaens himself alles van. Wellicht is hij de enige die ooit dit kanaal zonder problemen heeft kunnen nemen.
Zodra we in Kanaal Smyth zijn, zeilen we langs een heleboel bolvormige eilandjes. Die liggen hier alsof ze zo uit een grote knikkerzak gerold zijn. Grote en kleine eilandjes met nauwelijks begroeiing. Tegen de avond komt Giebateau in zicht die inmiddels flink aan het kruisen is. Wij hebben de zeilen al lang gereefd en het ijzeren zeil uitgerold. We spreken af in Caleta Burgoyne samen te komen. Bij het afmeren gaat er iets niet helemaal goed. Een lijn met een dikke knoop erin komt onder de boot en jawel hoor om de schroef! Oef! Gelukkig slaat vrijwel direct de motor af en is Giebateau in de buurt om assistentie te verlenen. Zij brengen ons anker uit. Zodra we goed liggen gaan de Paultjes kijken wat er aan het touw om de schroef gedaan kan worden. vr, 03/04/2009 - 21:25 - 33_ Paul Gieb helpt ons om touw uit de schroef te krijgen ©33_ Paul Gieb helpt ons om touw uit de schroef te krijgen
Na wat getrek aan het touw met de pikhaak biedt Paul Gieb aan om onder de boot te duiken in zijn droogpak. Intussen stook ik ons kacheltje nog wat hoger op om die jongen straks te ontdooien als blijkt dat er weinig leven meer in hem zit. Dat valt allemaal reuze mee, na een paar hoekduiken komt Paul Gieb met de knoop en het touw weer boven. En koud? Nee, helemaal niet. Het is toch net een ijsbeer die Gieb.
’s Avonds drinken we een lekker wijntje op de goede afloop, het is dan wel geen Franse Bourgogne hier in Caleta Burgoyne (52°37.530’S en 073°39.101’W) maar een Chileense Santa Carolina valt ook niet verkeerd.
Afgelopen week hebben we aardig voortgang gemaakt en het is dan niet erg dat we nu, bij gebrek aan goede wind, verplicht een paar dagen rust hebben. Caroline van Giebateau is nog jarig ook dus dat komt weer prima uit. Er wordt in een paar dagen veel van de ene boot naar de andere gehopt om een lekkere aangeklede koffie, een smakelijk bakkie thee of wat sterkers onder de kurk te nuttigen. Ook de nodige klussen hoppen mee. Zo soldeert Paul Nije Faam 30 onderdeeltjes van de olie(verwarmings)lamp van Giebateau op de goede manier weer aan elkaar, zodat zij er weer warmpjes bij kunnen zitten.
Giebateau vertrekt een paar dagen eerder dan wij. Zij nemen 30 mijl verderop een afslag naar Puerto Natales om kennissen aldaar op te zoeken. Wij blijven in totaal negen dagen wachten op een goede zuidenwind en maken dan een dag van 46 mijl. Heerlijk. Onderweg komen we nog een boot (Catch the Wind) tegen op tegenkoers, we geven hen een reserve onderdeeltje voor de windmolen van Night Fly mee en een foto cd voor de website. Even later varen we bijna tegen een walvis, Paul geeft net op tijd een ruk aan het stuurwiel. Woaw, wat zijn die dieren toch groot, nog nooit een bultrug van zo dichtbij gezien.
In Caleta Dixon (51°56.447’S en 073°42.291’W) wachten we slechts een dag voor we weer verder kunnen. Er is dan wel geen zuidenwind, maar we hebben een windstille dag. Bovendien, en dat is zeker vermeldenswaardig, krijgen we een dag zonder REGEN met een stralend blauwe hemel. Dat is genieten van de scherpe witten pieken van Cordillera Sarmiento Gamboa, terwijl Nije Faam door Estrecho Collingwood tuft. Met 42 mijlen op de teller gooien we tevreden het anker uit in Caleta Damien. (51°18.445’S en 074°08.666’W) di, 14/04/2009 - 14:03 - 34_ Zonsopkomst in Estrecho Collingwood ©34_ Zonsopkomst in Estrecho Collingwood
di, 14/04/2009 - 17:58 - 35_ Cordillera Sarmiento Gamboa ©35_ Cordillera Sarmiento Gamboa
De tocht verder naar het noorden vindt voornamelijk al moterend plaats. We zijn in een gebied aangekomen waar het dan wel ietsje minder hard waait, maar wind vanuit een zuidelijke hoek krijgen we al een poos niet meer. De dagen met een matige noordenwind worden benut om sprongen van 30 tot 40 mijl verder noordwaarts te maken. Het kost wat diesel maar ach, Puerto Edén komt steeds dichterbij en daar wacht een vat met 200 liter diesel op ons. Hopelijk! Via Wolfgang van het Patagonië netje is dat besteld. De bergen die ons omringen zijn hoog. De kanalen waar we door varen breed, zoiets als de randmeren. De vegetatie op de rotsen veranderd iets. We zien steeds meer varens, enorme. De begroeiing aan de lijzijde van de rotsen is weelderig, zoals in een regenwoud. Alleen bij regenwoud denk ik altijd aan tropisch regenwoud. Dit regenwoud is koud en kil en ondoordringbaar. Bomen en planten groeien op en over elkaar. Een ondoordringbaar oerwoud. Van wandelen komt niets meer. Ja, Paul heeft een keer een tocht gemaakt een berghelling op en moest zich hiervoor met zijn machete een weg kappen door de dichte begroeiing. zo, 19/04/2009 - 14:37 - 36_ Bahia Hugh ©36_ Bahia Hugh
Steeds weer moest hij zich optrekken aan takken en bomen om hogerop te komen. Met dat soort tochten houd ik me niet bezig, alleen van de gedachten hieraan word ik al moe. En dan te bedenken dat op deze eilanden ooit indianen leefden. Ja, die liepen ook niet door die bossen hoor, zij hielden zich op op de smalle strandjes waar ze hun kano’s afmeerden en hun schuilhutten neerzetten. De loefzijde van de bergen zijn glad en kaal.
In Kanaal Wide zien we aan de oost oever behoorlijk wat ijsblokken liggen. Die komen de diverse zijkanalen uitdrijven, het zijn brokstukken van de zuidelijke Patagonische ijskap. Zolang zij aan die kant blijven kunnen wij veilig aan de westoever blijven varen. In Caleta Greenpeace (49°48.24’S en 074°18.64’W) worden we net als in Bahia Hugh verwelkomt door een groep dolfijnen. Na twee dagen vervolgen we onze weg naar het noorden, na Kanaal Wide nemen we Kanaal Icy. Als blijkt dat hier geen ijsgang meer is maken we een uitstapje naar Seno Eyre. Dit is een breed maar doodlopend stuk vaarwater van 30 mijl dat we willen nemen om zicht te krijgen op gletsjer Pio XI. De ijsgang hier valt vandaag ook alleszins mee en we besluiten door te varen naar het eind om de gletsjer te bekijken. We hebben geluk met het weer, want als we in de buurt komen gaat het zonnetje schijnen. Zo zien we gletsjer Pio XI, genoemd naar Paus Pius de elfde die een fervent bergbeklimmer was, over de volle breedte in de zon schitteren. (49°14.43’S en 074°01.82’W) Dit is de breedste in zout water uitkomende gletsjer, die van Antarctica niet meegerekend, ter wereld. Ook de enige die nog in omvang toeneemt. Onze kaart (van British Admiralty) is van 1963. Daarop staat het eind van deze gletsjer 5 mijl verderop getekend. Nog een paar jaar en dan is wellicht de ingang naar Seno Exmouth volledig geblokkeerd. Jammer voor veel ijsklimmers die in Seno Exmouth een mooie opstap naar het ijsplateau hebben. Maar wellicht houden wij met onze CO2 uitstoot de aanwas van gletsjer Pio XI wel binnen de perken. Het zicht op deze enorme gletsjer is adembenemend, we zien dat Pio XI links en rechts een compleet bos heeft meegetrokken. wo, 22/04/2009 - 20:45 - 37_ gletsjer Pius XI maait links en rechts een heel bos weg ©37_ gletsjer Pius XI maait links en rechts een heel bos weg
We kunnen redelijk dicht bij de gletsjer komen. Het groene water veranderd in wittig gletsjer water. Hierin drijven veel transparante ijsblokken die je nauwelijks ziet. Heel langzaam komt Nije Faam dichter bij de gletsjer tot de ijsgang voor onze plastic boot onverantwoord is. Omdraaien voordat een groot stuk ijs door de boot prikt of onze schroef beschadigt. Net voor zonsondergang meren we af in Caleta Sally. (49°13.508’S en 074°05.490’W)Wat hebben we weer een mooie dag gehad. De moeite van deze omweg van 2 keer 30 mijl waard. De tocht Seno Eyre uit gaat als een speer omdat we nu eindelijk lekker gebruik kunnen maken van de alsmaar noordelijke wind. Het wordt een dag waarin de motor alleen maar aanstaat bij het afmeren. De bergen om ons heen zijn met een dun laagje poedersneeuw bedekt. We horen dat het in het zuiden al veel meer gesneeuwd heeft. We gaan een wedstrijd aan met koning winter, kunnen we de sneeuwval voorblijven of niet? De spijker gaat in Caleta Lucreacia in de grond. (49°30.641’S en 074°15.937’W)
Puerto Edén is inmiddels slechts een halve dag van ons vandaan, halverwege Paso del Indio. Het regent weer pijpenstelen als we de volgende middag afmeren aan een gloednieuwe steiger in Pto. Edén. (49°07.619’S en 074°24.854’W) In Puerto Edén leven de laatst overgebleven indianen van de Alacufstam. Ik zal jullie wat vertellen over deze mensen.
De indianen van de Alacuf stam leefden van de jacht op zeeleeuwen, zeeberen, grote spinkrabben, schelpdieren en zee-egels. Van buigzame takken weefden ze een frame dat de vorm had tussen een iglo en een wigwam. Hier overheen drapeerden ze huiden van de zeeleeuwen en –beren. Net als andere indianenstammen hier in het koude zuiden bedekten zij hun lichaam met huiden en wreven zij zich in met een dikke laag zeeleeuwen vet om zich te beschermen tegen de kou. Deze indianenstam, de Alacuf (ook wel Kawéskar of Hekaine), heeft het relatief lang volgehouden te bestaan in vergelijking met de Yamáni indianen en andere zuid Amerikaanse stammen als Selk’nam en Haush. De Alacuf leefden op de eilanden tussen Golfo de Peñas en de straat van Magelhaens tot aan het schiereiland Brecknock toe. De meesten van hen legden het loodje toen ze in aanraking kwamen met blanken, door ziektes maar ook door het overnemen van gewoonten die niet goed voor hen bleken te zijn. Zo ruilden zij dierenhuiden met de blanken voor kleding, voedsel, gereedschappen en alcohol. De kleding nam veel te veel vocht op, was ook niet ontworpen voor zo’n nat klimaat waardoor er ziektes kwamen. Het voedsel was niet wat ze gewend waren en de alcohol maakten vele indianen alcoholafhankelijk wat ook niet succesvol voor hun voortbestaan is gebleken. In 1969 heeft de Chileense overheid het dorpje Puerto Edén gebouwd voor de laatsten der Alacuf indianen dichtbij een oude basis van de Chileense Luchtmacht. Die oude basis, die er eind dertiger jaren van de vorige eeuw gebouwd werd, was er voor om postvliegtuigen die tussen Punta Arenas en Puerto Montt vlogen te voorzien van brandstof en van weersinformatie, het was dus ook een weerstation. Vlak daarbij werd dus Pto Edén gebouwd. De lokatie in Paso del Indio is goed gekozen. Paso del Indio is de plek waar de verschillende gemeenschappen van Alacuf indianen die elk zelfstandig op de verschillende eilanden woonden jaarlijkse bijeenkwamen voor rituele feesten, uitwisselingen en ontmoetingen. Er kwamen in Pto Edén 43 indianen te wonen. Ook vestigden hier zich vissers uit de regio van Chiloe (iets noordelijker). Het aantal inwoners was ooit 260 maar is nu nog maar de helft. Het dorpje kan alleen maar bestaan door overheidsbijdragen. Zo komt er twee keer per week een ferry langs die naast personenvervoer ook zorg draagt voor de distributie van levensmiddelen en andere goederen. De gloednieuwe pier waar wij nu mogen afmeren is ook met de hulp van de overheid gebouwd. Een andere, aan de andere kant van het dorp is in aanbouw, dat heeft nog wat tijd nodig. Pto. Edén wordt van stroom voorzien door een waterkrachtcentrale een eilandje verderop. Er staat een groot tamelijk nieuw schoolgebouw wat ook dienst doet als crèche, gemeenschapsruimte en bibliotheek. ma, 27/04/2009 - 11:26 - 41_ er zijn geen straten in Pto Ed__n ©41_ er zijn geen straten in Pto Ed__n
In de bibliotheek is zoals in elke Chileense bibliotheek internet. Ook wij mogen hier gebruik van maken, maar wel moeten we van te voren plaats reserveren. En er is kabel TV. Verder ziet het dorpje er pittoresk uit. De huisjes zijn toegankelijk via een houten steiger die door het hele dorp loopt. Het gebied is te drassig voor wegen, ze zouden zo in zee spoelen. Via die houten vlonders kun je langs de kustlijn en alle huisjes lopen. ma, 27/04/2009 - 17:38 - 44_ Pto Ed__n ©44_ Pto Ed__n
De huisjes zien er naar onze begrippen uit alsof ze toe zijn aan wat achterstallig onderhoud.
Het is heerlijk om een paar dagen te blijven liggen. Sinds meer dan een maand kom ik eindelijk weer eens van boord. Regen of geen regen, ik loop elke dag even het hele dorpje rond, trapje op, trapje af om weer eens die stramme benen te strekken. Van deze tocht door de Chileense kanalen zou je nog trombose krijgen. Lopen aan de wal is er niet bij. Te steil, te ondoordringbaar, teveel regen maken dat ik zo snel mogelijk uit dit gebied weg wil. Maar nu even niet, heerlijk om even wat anders te doen. We eten elke dag in het enige restaurant, we mogen er zelfs douchen, een grote luxe die wij zeer waarderen, praten hier en daar wat, ontmoeten een gezellig Frans-Zwitsers stel wat hier aan kwam peddelen met hun kajak, en kijken omdat we zelfs walstroom hebben!!!!ja ja elke avond een filmpje op de computer. Het lijkt wel vakantie. Zeker als we ook nog een toeristisch dingytochtje maken naar een klein buureilandje wat het kerkhof van dit indianen/vissersdorpje is. di, 28/04/2009 - 22:42 - 47_ begraafplaats van  Pto Ed__n ©47_ begraafplaats van Pto Ed__n

Als ik hier rondloop valt me op dat er veel katten zijn, ook erg veel kleine katjes. Het blijkt dat de vissers hier altijd een kat meenemen aan boord. Mmm, lekker voor die kat zou je denken. wo, 29/04/2009 - 19:21 - 52_ veel katten in Pto Ed__n ©52_ veel katten in Pto Ed__n
Niets is minder waar. Het is door het Rode Getij. In een van mijn vorige nieuwsbrieven heb ik verteld van Red Tide, Red Marea of vertaald het Rode Getij. In het zuiden werden we door armadas en prefecturas alsmaar weer gewezen op de besmetting van alle schelpdieren van Red Tide. Niet eten van de mossels die hier overal overvloedig leven en groeien. Eten ervan is onmiddellijk dodelijk, binnen 5 minuten tot een uur na het eten van besmet voedsel!!! Alles wat géén ogen heeft NIET eten. Uren koken helpt niet. Dat gebied waar dat Rode Getij is breidt zich uit. Vissers weten waar ze wel en niet mogen vissen, maar voor de zekerheid testen ze altijd het gebied waar ze gaan vissen op schelpdieren hun vangst op een kat. Ze geven de poes een mosseltje te eten en als die niet ter plekke dood neervalt, gaan ze pas verder met hun werk. Tja, dan heb je wel een paar katjes nodig. Het is heel erg hoe dat Rode Getij verder oprukt naar het noorden. Aanvankelijk kwam het alleen maar voor onder de 50ste breedtegraad. Nu zijn er hier en ook nog ten noorden van ons al hele gebieden besmet. Ook de baai van Puerto Edén is besmet, het water vlak voor het gebouw van de armada, een mijl verderop, is nog vrij van het rode gevaar. Tot aan Puerto Montt zijn er al besmette gebieden. En als je bedenkt dat 40 % van de Chileense economie op visvangst is gebaseerd, dan realiseer je je dat dit een groot probleem is alhier. Er wordt dan ook veel onderzoek gedaan. Het komt voor dat een visser na een maand keihard werken aankomt in Punta Arenas om de handel te verkopen in een klap zijn handel kwijt is als blijkt dat het rode gevaar toch wordt waargenomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de populatie van dit dorp achteruit gaat, er is geen droog brood te verdienen. Wellicht is over een aantal jaren slechts het toerisme de enige inkomstenbron. Er kom hier namelijk ook nogal wat cruise schepen aapjes kijken. Grrrr
De diesel die wij besteld hadden gaat in de tank. De watertanks worden weer gevuld. En dan wordt het te verwachten weer en de route weer bekeken. Golfo de Peñas is twee/drie vaardagen van Pto Edén vandaan. Dat is de volgende bottle nek van deze reis. Die Golfo de Peñas moet met grote zorgvuldigheid genomen worden. Het is een baai vergelijkbaar met de Golf van Biskaje. Een open baai naar het westen waar de winden een hele aardbol lang de tijd hebben zich op te bouwen en waar de diepte van de Pacific van enkele kilometers diep oploopt tot enkele tientallen meters of nog minder. De onderkant van de golf ontmoet een drempel waardoor de bovenkant van de golf over zichzelf struikelt, wij noemen dat brekers. Ze zijn soms wel tien meter hoog. Zelfs grote zeeschepen lopen gevaar als ze op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plek zijn, laat staat ons. Wij zullen dan ook het tijdstip om Golfo de Peñas, die niet voor niets Golf van de Pijn genoemd wordt, met grote zorgvuldigheid kiezen. Wellicht liggen we dan net als in Brecknock en in Burgoyne een week of wat verwaaid. We zullen zien. U zult het horen.

Mariëtta, 30 april 2009
Leve de Koningin!!!!

Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.
Volgende keer meer!
Nu ligt mij na het horen van de Wereldomroep zojuist wel iets op het hart. Ik krijg een brok in mijn keel van het afschuwelijk nieuws in Apeldoorn. Wat kan één gek toch veel schade aanrichten in onze huidige moderne samenleving. Wij leven mee met de nabestaanden van de slachtoffers en we hopen dat deze gek het niet voor elkaar krijgt ons traditionele Oranjefeest naar de kloten te helpen.

Locatie: