Onderweg

Onderweg in de Chileense kanalen omhoog van Puerto Williams naar Puerto Montt.
Het is een slordige 1300 zeemijl, voor de landrotten onder u zo'n 2400 km. De winden komen hier meestal uit het 4de kwadrant, dus tussen noord en west, bovendien zit de getijdenstroom vaak tegen. Het is dus omhoog knokken, met veel geduld en voldoende voorraden.

Het eerste stuk tot Puerto Eden is het meest desolate vaargebied wat je kunt bedenken. Er woont absoluut niemand, op een paar bemande vuurtorens na. Zij houden het vaarverkeer hier in de gaten, want in de gaten houden doen ze hier nog alles. In dit deel is de regenval ook enorm, dus aan goed water nooit gebrek. Een potkachel is hier een must om je zelf en al die natte troep weer droog te krijgen. Toch zijn er ook zonnige perioden, waarin gauw een wasje gedaan kan worden wat wordt nog droogt ook. Als er een Z in de windrichting zit, vertrekken we snel op zeil naar een volgende Caleta (beschutte ankerplek), of als er haast geen wind staat op het ijzeren zeil. Bovendien houden we rekening met de stroom, een knoopje mee of tegen maakt een hoop uit in het dieselverbruik.
Dat ankeren hier is toch heel wat anders dan in Nederland. De bodem is hier veelal rots met voor riviermondingen, zand, klei, blubber met kiezels. Het anker valt meestal op een diepte van 10 meter, minimaal 6m en nu ligt het op 18m. Met de motor wordt het anker goed de grond in getrokken. Als het dan krabt en door de baai ploegt, moet de hele procedure opnieuw. Met het anker komt er dan vaak een enorme kegel kelp naar boven. Met een scherpe sikkel aan een lange stok wordt het kelp eerst weg gesneden, voordat we op een vermoedelijk betere plek het nog eens proberen. Als je niet rond je anker kunt of wilt draaien, worden er 2 lange lijnen naar de kant gebracht, waaraan de kont zo dicht mogelijk onder de wal wordt getrokken voor maximale beschutting. Soms ligt de kont op 5m van de wal. De anker ketting laat je daarbij uitlopen tot wel 60m. Omdat het naar de wal toe steeds ondieper wordt, trekt het anker bergop en dat werkt heel goed. Als het mogelijk is, bv. als je in een kleine inham ligt, kun je nog 2 lijnen voor naar de wal brengen. Die worden daar dan aan bomen of rotsblokken vast gebonden. De oever is wel eens zo steil dat je flinke capriolen moet uithalen voordat de lijn om een geschikte boom zit. Om te voor komen dat je dit kunststukje bij het los maken weer moet uithalen maak ik de lus om de boom zo groot dat de paalsteek van uit de (bij)boot weer los te maken is, dat scheelt een hoop werk bij vertrek. Om een echt goede nachtrust te hebben, zorg ik dan ook nog dat de lijnen niet door kunnen schavielen tegen rotsen en dergelijke. Stukken slang, ketting, oud touwwerk komen daarbij goed van pas.
Als we dan veilig aan dikke touwen naar de wal op een beschut plekje liggen, wil ik altijd de omgeving gaan verkennen. Het valt niet altijd mee om door de vaak dichte begroeiing een weg te vinden. De machete moet er dan aan te pas komen. Eenmaal boven de boomgrens uit gaat het gemakkelijker. De hellingen zijn zeer drassig. Overal staat water met daar tussen een soort hoogveenachtige begroeiing. Alles veert hier en je moet goed weten waar je je voeten moet neerzetten om niet weg te glijden of weg te zakken, maar dat leert snel.
Ik loop hier altijd op gewone goedkope rubber laarzen, bergschoenen zijn hier onbruikbaar.
Vanaf een top maak ik dan foto's van de omgeving en de ankerplek. De schrijvers van de "Patagonia & Terra del Fuego Nautical Guide" gaan een fotoalbum maken, van alle ankerplekken in hun Cruising Guide en hebben ons gevraagd daar materiaal voor te verzamelen. Ik loop dan te genieten hier in deze nog ongeschonden natuur. Vaak heb ik het gevoel dat, hier waar ik nu loop, nog nooit iemand anders gelopen heeft. Het is goed te zien dat we noordelijker komen, de vegetatie verandert en wordt gevarieerder. Er komen varens en andere bomen bij. Als je in een gebied langer vertoeft dan een korte vakantie, vallen deze verschillen pas op, maar je moet wel van boord komen en de tijd nemen. Er zijn schepen die met ongereefd ijzeren zeil hier doorheen denderen. Wij nemen de tijd om ook nog te genieten.
De grove planning is 4 maanden, maar we hebben voor 6 maanden eten aan boord en daarna zullen we nog niet direct van honger om komen.

Een toeristenvisum krijg je in Chili maar voor 3 maanden, je kunt het dan nog een keer verlengen met drie maanden. Daarna moet je het land even uit om weer opnieuw te beginnen. De meeste cruisers gaan voor de eerste 3 maanden om zijn, even naar Argentinië, dat is goedkoper dan verlengen US$100,-pp. Als je deze truc hier wilt doen in dit niemandsland, moet je omvaren naar Pto Natales of Pto. Chacabuco, je boot daar achter laten en met de bus de grens over en weer terug. Wij hebben er voor gekozen om in Puerto Williams al een driemaandse verlenging te "kopen". We hebben nu 6 maanden de tijd voor we het land moeten verlaten. Het kost wat, maar het brengt een hoop rust. Voor de boot krijg je van de douane ook maar 3 maanden, maar dit kan je tot 2 jaar steeds per E-mail verlengen. Je moet dan een verzoek indienen en een kopie van het oorspronkelijke douane document erbij doen. Omdat wij geen internet aanboord hebben en alleen Sailmail, levert het sturen van die kopie een probleem op wat wij vooraf geregeld hebben met het thuisfront. Toen we in Puerto Williams nog internet hadden, hebben we alle documenten naar Nederland gestuurd en hoeven nu alleen maar een kort mailtje te sturen naar het thuisfront en daar gaat de verlengingsaanvraag naar de Chileense douane met een aangepaste datum.

We zijn nu ruim vijf weken onderweg en de boot is al ca 400 kg lichter geworden, waarvan 200 liter water en 100 liter diesel. De waterlijn begint dus langzaam weer omhoog te komen, wat de vaareigenschappen ten goede komt. Een kwart van de afstand zit er nu op. Als dat zo door gaat vliegen we straks Puerto Montt binnen.

Wat doen we zoal als we verwaaid liggen op een ankerplek? In Brecknock hebben we bv.10 dagen gelegen en hier in Cta Burgoyne ook alweer 6 dagen. Mariëtta is in belangrijke mate bezig met de catering, brood, koekjes, taarten bakken. Yoghurt maken, eten koken. Als dat geregeld is moeten er foto's gesorteerd, uitgezocht en bewerkt worden (horizon recht ed.) en stukjes geschrijven voor onze website. Pas als dat allemaal klaar is, is er tijd voor een boek, een handwerkje of een spelletje samen. Zo is ze al maanden bezig met een Quilt werk. Allemaal kleine stukjes stof met de hand aan elkaar naaien, zodat er een motief ontstaat. Het moet een wandkleed/kussen worden achter de navigatie bank. Het wordt echt heel mooi met veel nautische motieven.
Daarnaast verzorgt Mariëtta de in een uitgaande mail. Het aanvragen van Gripfiles en ze bestuderen en melden als ze een gaatje ziet om verder te gaan. Het in de kaartplotter voorbereiden van de komende route(s). Het bijhouden van het logboek, de motoruren, kortom de hele boekhouding.
Voor mij is er altijd onderhoud te plegen aan het schip, de motor, de apparatuur, het interieur. Echt alles gaat stuk, van het veertje in een deur sluiting tot de derde pit van het gasfornuis en van de klep over het kompas en de handel aan de buitenboordmotor. Het is geeft veel voldoening als je, met de spullen die je aan boord hebt, de zaak weer goed in orde kunt krijgen. Daarnaast is er gelukkig altijd wel wat te verbeteren en daar heb ik echt lol in. Zo heeft de bijboot een prachtige opblaasbare stootrand gekregen en ze heeft nu ook een naam gekregen "Famke", wat klein meisje in het Fries betekent. Voor Paul en Caroline van de Giebateau heb ik laatst hun dure olielamp tevens hun kachel gerepareerd. Door oververhitting waren de ca 30 aan elkaar gesoldeerde onderdelen van de pithouder elk een individueel leven gaan leiden, wat de werking van het geheel niet ten goede kwam. Met veel geduld heb ik alle onderdelen op een rijtje gelegd en één voor één met succes weer in elkaar gesoldeerd op de plek waar ik dacht dat ze ooit gezeten hadden. Als dat lukt zijn dat toch leuke dingen voor de mensen. Als ook de vaat gedaan is en er niks meer te rommelen valt rest mij een mooi boek, maar dan wordt ook er soms dagen niet meer geknutseld.
Dan is er natuurlijk nog het contact met de andere cruisers. Via het Patagonia Cruisers Net, voertaal Engels, blijven we op de hoogte van het welenwee van de anderen. Daarnaast hebben we tweemaal per dag contact met de Hollandse kolonie hier in het verre zuiden. Er zijn dit jaar opmerkelijk veel Nederlandse vertrekkers: Giebateau, Pacific Blue, Night Fly, Tranquilo. Je kunt je verhaal even kwijt en is er ruimte voor gevraagde en ongevraagde adviesen. Het Holland Net.
Kortom we vervelen ons geen moment en het is verwonderlijk dat dat kan, maanden op een paar vierkante meter, zonder dat we elkaar de hersens in slaan.
Het gaat om het "tempo" waarin je de dingen kunt, moet, zal, wilt doen. Er is maar één tempo wat ideaal is en dat is je eigen tempo. Streef er bewust naar en schep voorwaarden, om dat tempo zoveel mogelijk te kunnen aanhouden. Dat begint al met het kiezen van je bemanning, als daar te grote tempo verschillen zijn, ontstaan er al spanningen, welke het 11de gebod behoorlijk in de weg kunnen staan. Wij zijn voor het 11de gebod en we staan er achter.

Paul Kamstra
schipper naast Mariëtta
op de Nije Faam
8 april 2009

Locatie: