Februari 2008

afbeelding van Mariëtta

vr, 01/02/2008 - 16:51 - 76_ Nije Faam op de rede van Isla Tova ©76_ Nije Faam op de rede van Isla Tova
1 februari
Al vroeg roeien we naar de wal van Isla Tova. Waar gaan we aan land? Overal staan pinguïns. Nou, daar maar, daar staan er in ieder geval wat minder. Zodra we in de buurt van de wal komen maken de pinguïns zich uit de voeten. We wandelen weer door een landschap met lage door de zeewind verweerde struiken, wat nu de behuizing vormt voor de duizenden pinguïngezinnen. Onder elke struik zien we de schichtige blik van een donzig pinguïnjong.

Opmerkelijk zijn ook de vele gaten in de grond van een ander dier. Er moet hier ook een voor ons nog onbekend dier huizen gezien de vele holen. Iets konijnachtigs, of een groot uitgevallen hamster. Heel vreemd was ook dat we een grote zwarte kat zagen wegspringen. Terwijl we over het eiland struinen valt ons de hoeveelheid aangespoelde rotzooi op. Lege flessen, drijvers van visnetten, kratten van vissers, resten van netten. Zelfs olievaten en een roestige gasfles zien we. Ik had gehoopt hier ook een kolonie zeeleeuwen en zeeolifanten aan te treffen maar dat viel tegen. Het 'Eden' gevoel is vooral voor de fauna hier.
We zien de restanten van een nederzetting, die al tientallen jaren geleden verlaten moet zijn. Houten huisjes met ingevallen daken. Elk voorzien van een ijzeren potkachel. Aan de droogrekken die overal om de huisjes heen staan denk ik dat het een visdrogerij geweest moet zijn. Of ze handelden in zeewier gezien de opgetaste bergen wier. Misschien een restant van een hoopverkopende onderneming in gezond makende middelen die vervaardigd werden uit zeewier? vr, 01/02/2008 - 17:30 - 85_ eens het schijthuis ©85_ eens het schijthuis
Ik meen dat daar in de jaren tachtig nogal belangstelling voor was. Het enige leuke van deze trieste menselijke resten was het pleehuisje. Een hokje gebouwd van golfplaten met hierin een bankje met een rond gat. Wie kent dat niet? Alleen nu zag ik in dat ronde gat een pinguïn familie.

2 februari
Er wordt harde wind voorspeld. In Caleta Horno is het dan beter vertoeven, dan hier op Isla Tova. Als ik buiten kijk zie ik dat de wind uit het westen komt. We besluiten meteen op te breken en terug naar de veilige Caleta te gaan. Terwijl we weg varen uit de baai van dit eiland zien we grote pinguïnfamilies foerageren. Het moet hier onder een luilekkerland zijn gezien het aantal snorkelaars rondom de boot. Het wordt een heerlijk zeiltochtje zonder motorgeronk. Tijdens onze afwezigheid is er geen andere boot in Caleta Horno bij gekomen. De lijnen en ankers worden weer uitgebracht, nu wat sneller door eerder opgedane ervaring. Het liefst blijven we hier tot we een echt goed weerwindow hebben zodat we meteen door kunnen zeilen naar Stateneiland. Dat moet dan een tocht van 700 mijl worden. Ik ben benieuwd. Vanaf hier zijn er geen goede vluchthavens meer. Misschien dat we Puerto Deseado nog aan kunnen gaan, maar liever gaan we meteen door.

do, 07/02/2008 - 20:23 - 87_ Na zes maanden wapperen ©87_ Na zes maanden wapperen
3 februari
Vannacht heeft het heel hard gewaaid, maar nu is het windstil. Typisch weer voor deze omgeving. De ene depressie na de andere komt voorbij en in één dag kan je alle soorten wind hebben inclusief windstilte. Als je in Nederland aan een depressie denkt, denk je ook aan regenjassen en paraplu's. Die depressies hier gaan gepaard met harde wind van de andere kant dan eerst, maar van regen kunnen we alleen nog maar dromen. De thermometer aan boord komt ruim boven de 30 graden en Caleta Horno doet zijn naam eer aan. Horno betekent in het Spaans oven. Ik haal de naaimachine uit de kast en repareer wat kleine dingen. Daarna maak ik een nieuwe Argentijnse gastenvlag. De oude, die ik vorig jaar in Uruguay maakte en met veel zorg borduurde is opgewaaid tot over de helft. Van het borduursel is weinig meer over. Nu teken ik het zonnetje op de gastenvlag met viltstift. di, 05/02/2008 - 11:43 - 90_ Melkkoker na wat gezaag_ geklop en gezaag ©90_ Melkkoker na wat gezaag_ geklop en gezaag
Tegen het klapperen van het vlaggetje bevestigen we een ijzerdraadje in de zoom. Misschien dat ie dan niet zo snel op is. Paul had in Mar del Plata een aluminium melkkoker gekocht om een gek voor de kachelpijp te maken. In de harde wind zou de kachel uit kunnen waaien en een gek op de pijp moet dit voorkomen. Het handvat wordt van de pan geschroefd en een gat gezaagd om de rook eruit te laten. Van het metaal van dat gat maakt Paul een windvaan op de gek. Klophamer, soldeergereedschap voor aluminium en draadtappen komen uit de werkplaats en zo maakt een gek een gek.

ma, 04/02/2008 - 20:21 - 92_ Wandeling naar einde Caleta Horno ©92_ Wandeling naar einde Caleta Horno
4 februari
Na een hete dag gisteren maken we vandaag weer een wandeling. Nu lopen we langs het water van de Caleta. Om te komen in wat vlakker gebied moeten we eerst over een paar rotsen klimmen. Dan lopen we in een zacht bed van zeekraal. Het zeewater komt bij hoog water ver het land in. Toch lijkt het alsof het water terug stroomt naar zee terwijl het toch opkomend tij is. Paul steekt zijn vinger in het water en proeft zoet water. "Dit is een rivier!" Dat wordt interessant. We lopen nu steeds verder stroomopwaarts en zien veel vogels. Het is inderdaad een riviertje en momenteel maar enkele decimeters breed, maar het dal geeft aan dat hier ook wel eens meer water stroomt. Jammer dat het zoete water zo ver van de boot weg is. Ik zie ons nog niet met containers van 25 liter over die rots klauteren. Maar we zouden wel onze was hier kunnen gaan doen. Daarom begint Paul alvast met het maken van een dam in de rivier. Hij gooit grote stenen en kluiten met riet in een smal gedeelte en stampt dit flink aan. ma, 04/02/2008 - 20:58 - 95_ Hagedisseneieren ©95_ Hagedisseneieren
Even waan ik me terug in de kleuterklas. Het water voor de dam begint al te stijgen. Nog meer stenen. Er schiet een hagedis weg en onder de volgende steen ontdekt Paul twee hagedissen eitjes. Dat hadden we nog niet eerder gezien. Snel een foto en dan weer toedekken voordat er een vogel mee aan de haal gaat. Als Paul uitgespeeld is lopen we weer verder. We zien veel vogels en ook schapen. Op de terugweg zien we twee pampa hazen. Inmiddels weten we dat dit helemaal geen hazen zijn, ik geloof dat mara een beter woord is.

5 februari
Op de radio horen we dat er een Franse boot naar ons toe komt. De Nunatak. Ze hebben een defecte computer en kunnen geen weerberichten binnen halen. Graag ontvangen ze van andere boten een weersverwachting. Ze hebben zich ook aangemeld bij het Patagonië Netje. Wij nemen ook contact met hen op. Caleta Horno kunnen ze niet meer halen door tegenwind, daarom wijkt Nunatak uit naar Puerto Camerones. Als ze aangeven de volgende dag naar Caleta Horno te willen zeilen vragen wij of ze voor ons boodschappen kunnen doen. Dat willen ze wel. "Wat moeten we kopen?" Alles is goed, zolang het maar vers is. Brood, vlees groente en fruit. Onze netten met versspul zijn namelijk al behoorlijk leeg. Dat zou toch fantastisch zijn als we zo weer aan een verse voorraad kunnen komen in dit onbewoonde gebied.

6 februari
Vandaag hebben we de hele dag uitgekeken naar de Nunatak. Helaas is de boot niet gekomen. 's Avonds horen we dat ze wel geprobeerd hebben te komen, maar weer teveel tegenwind hadden en daarom Caleta Sara in gegaan zijn. Morgen willen ze verder naar het zuiden, maar voor ons willen ze wel even Caleta Horno invaren om de boodschappen af te geven. Dat is toch een mijltje of zeven omvaren. Bij buoyweather vraag ik extra weerberichten voor hen aan en print het weerkaartje voor ze uit. Ook wordt de update van de Patagonië Pilot uit geprint, want zij willen naar Puerto Deseado. En de omstandigheden daar zijn sinds enige tijd wat veranderd.

do, 07/02/2008 - 14:11 - 98_ Boodschappen bezorg boot ©98_ Boodschappen bezorg boot
7 februari
Vanmorgen zijn we vroeg opgestaan omdat de Albert Heijn bezorg service langs kan komen. Paul roeit om 8 uur met de bijboot de Caleta uit om te kijken of ze er al aankomen. En ja hoor, in de verte ziet hij een klein zeiltje achter een rots vandaan komen. Een half uur later komen ze langszij liggen. Er wordt een doos vol versgoed overhandigd, alsmede drie 5 liter containers met drinkwater en we geven hen het mapje met weersinformatie, het geld en een flesje Norton als bedankje. Even snel wisselen we wat informatie uit en nemen dan al weer afscheid. We beloven ze vanavond van nieuwe weersinformatie te voorzien. Dan lijkt het weer sinterklaasavond; het uitpakken van de boodschappen. Het assortiment is boven verwachting. De netten met groente en fruit hangen weer vol. Geweldig, is het niet?

do, 07/02/2008 - 08:21 -  Vuilverbrandingsoven ©01_ Vuilverbrandingsoven
8 februari
Het is twee weken geleden dat we uit Caleta Sara vertrokken, de bewoonde wereld. Onze vuilniszak begint vol te raken. Niet gek na twee weken. Dat komt omdat we afval scheiden: organisch afval gaat meteen overboord; wijnflessen bewaren in een tas tot we weer op diep water zijn, dan worden die gevuld met zout water en afgezonken, hetzelfde geldt voor blik; maar plastic en papier wordt bewaard.

Van een groot melkpoederblik heeft Paul een verbrandingsoventje voor dit afval gemaakt. Vandaag gaat die aan en in een mum van tijd is er weinig meer over van al dat plastic en hebben we deze Caleta voorzien van wat extra CO2. In de avond komt er een klein zeeleeuwtje de Caleta in drijven. Paul klimt in de bijboot en gaat kijken. Hij komt tot de conclusie dat dit zeeleeuwtje aan het oefenen is om in het water te slapen.

9 februari
Vanmorgen was het zeeleeuwtje nog steeds in de Caleta. Hopelijk heeft die net zo goed geslapen als wij. Het vlees wat de Nunatak voor ons kocht heb ik lekker gebraden en zal ons komende week weer van voldoende eiwitten voorzien. Het bosje basilicum begint al te verleppen. Ik pluk de blaadjes die er nog goed uit zien en doe ze met wat olijfolie in een potje. Misschien blijft het zo langer goed. Gisteren zagen we op de gribfiles dat er vanavond een periode begint met veel noordelijke winden. Maar vandaag kregen we geen gribfile binnen. Wel raar, want ik had er wel aangevraagd. Ook andere mail komt niet binnen.

10 februari
Vanmorgen heb ik Bob, de weerman van de Falklands om weersinformatie gevraagd. Het ziet er nog steeds goed uit voor ons. Zullen we dan toch maar vertrekken? Nee. Niet zolang sailmail niet werkt. We horen op het Patagonië Netje dat iedereen geen sailmail heeft en er wordt nu extra veel weersinformatie uitgewisseld. Leuk om te horen hoe iedereen elkaar dan zo goed kan helpen. Omdat we niet vertrekken, maak ik een uitgebreide maaltijd klaar met die lekkere verse groente die Nunatak ons bezorgde en er gaat een flesje wijn open. Na het eten check ik voor de zoveelste keer of sailmail wellicht weer werkt en verdomd, die doet het weer. Er komen 9 mails binnen en na het lezen van de post bestuderen Paul en ik de gribs. Dan besluiten we alsnog vandaag te vertrekken. Oeps. Weg halve fles wijn, in de koelkast ermee. Het is nu even hard werken geblazen. Terwijl Paul de boot buiten vaarklaar maakt, begin ik met het binnenwerk. Ik bak vier broodjes en een plaat pindakoekjes; dan zet ik een liter warme melk met een restje yoghurt in de yoghurtmaker en begin erna met het klaar maken van de loodskooien en alles stormvast wegzetten. De perspex plaatjes komen weer voor de boeken en de wandelstokken dwars voor de kastdeurtjes. Na drie uur hard werken kunnen we ankerop. Als we de Caleta uitvaren meld ik ons af bij de prefectura en vertel dat we naar Stateneiland gaan. Ik ben benieuwd of we dit in een tocht halen en niet weer halverwege een paar weken blijven steken.

11 februari
We vertrokken gisteren in redelijk rustig weer maar kregen in de loop van de avond een flinke noordenwind. We vliegen over Golfo San Jorgo. Gelukkig draait de wind in de loop van de avond wat naar west, dat is voor de oversteek van deze golf fijn omdat de zee zich dan minder kan opbouwen. We zijn allebei weer een beetje zeeziek en eten voornamelijk pindakoeken. Later op de dag maak ik nog een macaroni prutje, maar dit val bij Paul nog niet echt goed.

di, 12/02/2008 - 12:59 - 03_ Kortsnuitdolfijn_ Cephalorhynchus commersonii ©03_ Kortsnuitdolfijn_ Cephalorhynchus commersonii
12 februari
Vannacht zijn we voorbij Puerto Deseado gekomen. Even overwogen we hierin te duiken omdat er toch weer een depressie met veel wind aan zit te komen. Deseado heeft niet zo goede reputatie op het gebied van veilig ankeren. In plaats van Deseado in te gaan steken we daarom wat meer naar buiten. Vandaag heb ik een dipje. De tocht naar het zuiden duurt nu al zo lang. Iedere keer kregen we oponthoud en moest ik me opnieuw opladen om verder te gaan. Het stuk waar we nu mee bezig zijn is het moeilijkste deel. Vele anderen die voor deze zelfde route kozen, zorgen voor dit deel van de reis voor extra bemanning. Wij besloten het samen doen, maar zwaar valt het mij wel. In gesprekjes met de Giebateau via de radio word ik wat opgemonterd. Leuk hoor dat je op zulke momenten contact met de buitenwereld kan hebben. Tijdens mijn wacht komen er weer dolfijntjes langs de boot. Dat beurt me op. Het is een soort die we nog niet eerder zagen, het zijn hele kleine zwart witte dolfijntjes. Wit lijf met zwart kopje en zwarte rugvin. Later maar eens de naam opzoeken.
Er is momenteel niet zo veel wind meer, maar er komt een depressie aan. Om die te snel af te zijn zetten we de motor lekker bij. Ik begin steeds meer van het motorgeluid te houden. De zee die bij dit geluid hoort is zo veel rustiger. Drie keer per dag wordt er een weerkaartje gedraaid en zien we waar de te verwachten depressie zich bevindt. Als we voldoende voortgang maken gaat die ten noorden van ons langs. Als we dit maar halen. De Genua 2 is stuk. Het onderlijk vertoont rafels. Paul probeer zo goed als het kan het onderlijk te plakken met zeilreparatiedoek.

13 februari
Vannacht zijn we ter hoogte gekomen van Puerto San Julian. Hier ligt de Sposmoker al een week of vier. Sposmoker is een Duitse catamaran, die we voor het eerst tegen kwamen op de Gambia rivier. Van hem heb ik waypoints gekregen om hier naar binnen te gaan, maar de situatie om hier te blijven is niet ideaal voor een kielboot. We proberen met motor erbij zo veel mogelijk naar het zuiden te gaan. Alleen tijdens het radiorondje gaat de motor even uit. Er komen nu weer andere dolfijnen langs. Veel grotere, met een grote rugvin. Ook zien we veel albatrossen. Naarmate we zuidelijker komen wordt het steeds kouder. We dragen al vanaf de eerste dag op deze tocht speciaal warmteondergoed, de skibroeken komen nu ook uit de kast. De zeilkleding die Paul aantrekt als hij buiten moet werken wordt alsmaar zouter. Ik heb rijstepap gekookt en we eten chicken tonight. Voedsel wat we al drie jaar meeslepen komt nu goed van pas. Koken duurt zo nog geen 5 minuten. Omdat we vandaag over de helft van de tocht tot Stateneiland zijn nemen we ieder een half biertje bij het eten.

14 februari
In de nacht blijkt dat de depressie het van ons heeft gewonnen en krijgen we een staartje van de depressie mee. Het derde rif zit in het grootzeil en er staat nog maar een klein puntje genua. Harde wind uit een andere hoek brengt Paul in de nacht even in de problemen. Hij wilde overstag gaan, of geipen, ik weet het niet eens, maar dat mislukt. Motor vol bij maar het roer doet niet wat het moet doen. Ik vlieg mijn bed uit en schiet in de zeilkleding. "We hebben geen roer meer!" hoor ik Paul zeggen. En begint dan meteen met opmerkingen als "Dit kan wel eens een heel ander einde krijgen, misschien moeten we terug gesleept worden naar Puerto Deseado". Hij zet de boot in een bijligstand en de motor gaat uit. Gelukkig zie ik in het pikkedonker de steile golven niet. Aan Paul merk ik dat er meteen allerlei scenario's door zijn hoofd spelen. Een andere vrouw zou nu gaan gillen, maar ik blijf koel en probeer de situatie te zien. Eerst maar eens controleren of het roer inderdaad niet meer werkt. In allerijl maakt Paul het kwadrant vrij gemaakt om te kijken of daar niets tussen gegleden is. Daar is niks mis mee. Dan kijkt hij met een zaklamp achter op het zwemplatform of hij kan zien, of het roer wel beweegt terwijl ik aan het stuurwiel draai. Ook geen bijzonderheden, zelfs geen bos kelp te zien. Dan duikt Paul in zijn bed en zegt doodrustig: ik ga slapen, we gaan pas verder als het licht wordt. Hij slaapt vrijwel meteen in. Hij is doodmoe. Ik kan niet slapen, de boot ligt helemaal niet zo rustig en ik doe geen oog dicht. Na twee uur wordt het een beetje licht, ik maak Paul wakker en zeg dat ik verder wil gaan. Van het gerol ben ik duizelig geworden. Start de motor maar en ga maar verder is zijn opmerking. Omdat ik dat niet zo zie zitten word ik een beetje boos en vertel dat dát zijn werk is. Van slapen komt zo toch niks meer, dus Paul gaat weer in de buitenkleren, zet de motor aan en de zeilen goed. De boot komt weer in beweging. De wind komt nu van zuid. Op het Pataginië Netje horen we van Sposmoker dat de depressie recht over San Julian gekomen is, hij heeft 40 knopen wind gehad en hij is heel benieuwd of we nog leven.
We houden de hele dag zuidenwind en maken weinig voortgang met kruisen tegen de wind in. We hebben nu ook schade aan het grootzeil. Het wagentje waar een leuver aan vast zit is gebroken. En de plakrand op de Genua hangt er als rafels aan. De mijlen die we vooruit komen worden we door de sterke stroom terug gezet. In 18 uur tijd schieten we slechts 33 mijl op. Dan halen we alle zeilen weg en motoren recht tegen de wind in. Gelukkig neemt de wind af. Na die zuidenwind moet er weer wind uit het noorden terug komen. Dat wachten we dan al moterende maar af.

15 februari
Afgelopen nacht zijn we met een heel licht noordenwindje voorbij straat Magellaen gemotorsaild. Het is fijn om hier zulk licht weer te hebben. De gripfiles geven een poos matige wind uit het noorden aan en we koersen nu recht op ons einddoel af, gaan niet vlak langs de kust wat aanbevolen wordt bij harde winden.

Ons einddoel van deze trip is Puerto Hoppener op Staten Eiland. Eventueel kunnen we, als er toch nog een depressie komt, een schuilplaats zoeken in Bahia Thetis, net voor Strait Lemaire. Paul heeft gelukkig het grootzeil kunnen repareren. Hij had nog een extra wagentje en met een takelingetje wordt het zeil weer aan het wagentje gesjord. De GPS telt gestaag de mijlen naar Staten Eiland af. We beginnen met berekenen hoe laat we aan zouden kunnen komen als alles blijft zoals we nu verwachten. Wat is het fijn om eindelijk hiermee bezig te kunnen zijn. We houden het op zaterdagochtend 9 uur. En dat zou goed uit komen in verband met het tij rondom Staten Eiland.
Paul komt uit de motorruimte en kondigt het volgende onheilsbericht aan: "Ik ruik een vreemde lucht in de motorruimte". Ik wil dit niet weten, maar ga toch even snuffelen. "Ik ruik niks" zeg ik (wishfull thinking?). Buiten is de toestand rustig, geen schepen, zeiltjes staan goed, motortje zachtjes bij. Paul gaat op onderzoek uit en ik ben dan even de assistente. De trap, die aan een kant voor de motorruimte staat, moet even weg en ik houd die vast zodat die niet door de roef kan glijden. Paul duikt tot zijn middel in het gat in de motorruimte en ziet dat de steun van de V-snaar span inrichting van de 24-voltsdynamo is gebroken. De dynamo moet ontkoppeld en in een veilige toestand gebracht worden, dwz de V-snaar eraf en dynamo opgebonden. De rvs steun moet een keer gelast worden. Nu hebben we alleen de windmolen nog om de 24 volts accu te vullen. Hopelijk blijft het hiervoor voldoende waaien. Wel gaan meteen alle overbodige gebruikers uit.
Ik kook vandaag hutspot en we nemen er ieder een half biertje bij.

16 februari
De laatste paar dagen heb ik veel hoofdpijn gehad. Spanning? Slaapgebrek? Ik weet het niet. Meer dan drie uur aan een stuk heb ik deze week niet geslapen. Met een paar paracetamols was ik vannacht te kooi gegaan. Na een paar slaapuurtjes schrik ik wakker van een keihard motorgeronk. Halleluja. Ik schiet snel in mijn buitenkleren om te kijken wat er aan de hand is. Paul is even de kluts kwijt bij het overstag gaan. De nacht is gitzwart, manoeuvreren gaat voornamelijk via de metertjes. Op de windhoekmeter zien we waar de wind vandaan komt ten opzichte van de boot; de handGPS laat een rechtopstaand lijntje zien, dat moeten we volgen om bij het waypoint te komen; het kompas wijst ongeveer de koers aan. Ik had alleen het lichtje van het kompas niet aan gedaan omdat ik dacht dat die te veel stroom uit de 24 volt accu zou slurpen. Als je blind op die metertjes moet manoeuvreren kan dat verwarrend zijn. En nu is Paul dus even de kluts kwijt en maakt de ene pirouette na de andere. Gelukkig kan ik hem hierin helpen en wijs welke kant hij moet sturen. Ik zie ook een lichtje van een andere boot rechts van ons en zeg hem deze op 3 uur te houden. Paul is erg moe en gaat nu even een tukkie doen. Twee uur later zitten we voor strait Le Maire die we recht moeten oversteken. Die beruchte zeestraat nemen we pas als we verder naar Ushuaia gaan. We roepen met de marifoon de prefectura aan van Bahia Buen Suceso, maar horen niets. Wel hopen dat het schip wat inmiddels links achter ons vaart ons gehoord heeft zodat hij weet dat er nog een klein zeilbootje in zijn vaarwater dobbert. Het gaat verder allemaal voorspoedig.
De lucht is helemaal bewolkt en pas als we 10 mijl van Staten Eiland vandaan zijn zien we de scherpe pieken van de hoge bergen boven de wolken uitsteken. Woaw. Het einde is in zicht. Letterlijk.
Paul bestudeert nogmaals de pilot en de kaart om goed voorbereid te zijn op de landing. Rond 8 uur in de ochtend worden we aangeroepen met de marifoon door de Nunatak. Zij liggen hier al een paar dagen maar vertrekken vandaag. Zij kunnen geen weerberichten binnen krijgen en ik vertel ze dat wij een vers weerbericht voor ze hebben binnengehaald. Daar wachten ze op.
We varen de beschutte baai van Puerto Hoppener binnen en de mond valt open van verbazing. De omgeving is zo bijzonder, grillige rotsformaties, bomen die eruit zien als een vlag op een stok, duidelijk veel wind van een kant krijgen, hele groene berghellingen maar ook hele kale, op de hellingen zien we plekjes waar sneeuw ligt. Even later liggen we langs de Franse boot. Het zijn de laatste mensen die we zagen in Caleta Horno en nu na een week zijn het weer de eerste mensen die we zien. De ontvangst is hartelijk. We krijgen een warme kop thee en Thomas, de schipper bestudeert op onze computer het weer. Dan nemen we afscheid want het is nu slack (precies laag water) en moeten doorvaren naar een binnenmeer.
Hiervoor moeten we een nauwe doorgang (5 meter breed en 4 meter diep) door en nu het slack is stroomt het daar niet. Terwijl wij verdwijnen door dit gaatje zien we Nunatak opgetuigd de bocht om gaan. Het gebied waar we nu binnen varen lijkt een decor uit de film Lord of the Rings. Jullie moeten later maar eens goed naar de foto's kijken, het is werkelijk zo mooi dat er spontaan tranen over mijn wangen biggelen. Heel langzaam varen we naar de plek die aanbevolen wordt in de Patagonië Pilot (soms noem ik deze pilot de Italiaanse omdat hij door twee Italianen geschreven is). Intussen maakt Paul de bijboot los van het voordek en hangt hem vaarklaar achter Nije Faam. "Ik denk dat het dát eilandje is" hoor ik Paul zeggen. We varen een rondje rond dat eilandje en inderdaad is het daar maar 4 meter diep en geen veertig of zestig. Want de steile bergen gaan onder water gewoon in dezelfde hoek door, we kunnen bijna de kant aanraken en hebben dan nog genoeg diepgang voor onze kiel. za, 16/02/2008 - 15:39 - 07_ Achter dit eilandje vinden wij een goed plekje ©07_ Achter dit eilandje vinden wij een goed plekje
Even later ligt het anker en is de boot vastgeknoopt aan bomen op de vaste wal en bomen van het eilandje. We ruimen het hoognodige op, steken de kachel aan en gaan dan aan de koffie. Voor deze gelegenheid maak ik een zorgvuldig bewaarde fles Weduwe Joustra Berenburger open. Het is hier zomer, 8°C, sneeuwplekjes op de bergen. Kan je het je voorstellen?

wo, 20/02/2008 - 20:47 - 08_ Nije Faam in Puerto Hoppener op Staten Eiland ©08_ Nije Faam in Puerto Hoppener op Staten Eiland
17 februari
Nadat we gistermiddag eerst wat bij geslapen hebben heb ik vier broden gebakken waaronder een heerlijk appel-kaneel brood. Dat laatste brood heeft de dag van vandaag niet gehaald. We hebben het onder het genot van twee flessen wijn in een keer soldaat gemaakt. Jammie, jammie, met lekker dik roomboter. Zo hebben wij deze overwinning gevierd.
Het was een beladen tocht. Dit stuk is waarschijnlijk een van de moeilijkere van onze hele wereldreis. Er is in deze zeeën al heel vaak wat mis gegaan. Achteraf is het altijd makkelijk zeggen dat het een makkie was. We hebben alles bij elkaar opgeteld geluk gehad, de goede beslissingen genomen. Er is heel wat diesel verstookt om deze drijvende caravan van Piriápolis tot hier te krijgen, maar ach wat hindert dat. We laten de non-stop zeilende zeilers hún feestje hebben.
Staten eiland, of Isla de Los Estados heeft zijn naam gekregen van onze landgenoten Schouten en Le Maire (zij gingen hier als 'eersten' aan land), evenals de beruchte zeestraat Strait Lemaire. Het eiland is 35 mijl lang van West tot Oost en 9 mijl op zijn breedst van Noord naar Zuid. Het heeft hele diepe inhammen, fjorden. Soms zo diep dat het eiland daar slechts enkele meters breed is. Dat maakt dat het veel weg heeft van een aantal schiereilanden aan elkaar. Wij liggen nu in Puerto Hoppener. Een inham oostelijker heet Puerto Parry. En hier is een kleine marine basis. Er wonen slechts een handvol militairen en dat natuurlijk maar tijdelijk. Verder is het een onbewoond eiland. Het hele eiland is verklaard tot Nationaal Reserva (natuurpark). Waarschijnlijk ben ik de enige vrouw die hier rond waart. Het lijkt me ook niet gemakkelijk wonen hier. Door de voortdurende over komende depressies is het is koud en guur. Op veel plekken kunnen de bomen maar een kant op groeien, noord-oost, en zijn helemaal krom. Het klimaat wat hoort bij het westelijke deel van de Straat van Magelhean. In Tierra Del Fuego regent het lang niet zo veel als hier. Om ons heen zie ik bergen met scherpe pieken en steile bergwanden, in het water behoudt de berg zijn steilheid. We horen op de ankerplek het water van de bergen druppelen en iets verder zien we een waterval. Binnenkort maar eens aan land gaan, de boel verkennen.

vr, 22/02/2008 - 23:18 - 28_ Een of ander prachtig schimmeltje ©28_ Een of ander prachtig schimmeltje
19 februari
Al een paar dagen op Stateneiland. De rust en de omgeving is een weldaad voor ons. Genieten, genieten en nog eens genieten en dan ook nog eens met hoofdletters. We zijn op verkenning geweest, een prachtige wandeling gemaakt. Lopen over dit eiland, nee, beter gezegd óp dit eiland is bijna mystiek. Er zijn geen paden en er geen enkel vlak stukje. Soms denk ik een grasveldje te zien, maar als we er dan lopen is het alsof we over een binnenvering matras lopen. Een terugverende bodem. We lopen op laarzen, want onder het matras is dik water. Af en toe blijft mijn voet steken. De boompjes die hier groeien zien er sprookjesachtig uit. Grillige vormen, grijze en bruine schilferige basten en een smaragd groene kroon van bladeren omhoog gericht om optimaal te kunnen genieten van de spaarzame zon. Onder en op de boompjes honderden korstmossen, schimmels en struikjes met fel rode bessen. We zien sporen van een tweehoevig dier. We volgen eerst een tijdje het watertje boven de waterval die vlak bij de boot in het water klettert. In dat stroompje komt weer een waterval uit en zo lopen we van het ene meertje naar het andere, steeds hoger. Wat zou ik graag een goede kaart van dit gebied hebben gehad. Aan de andere kant is het nu steeds een verrassing wat er om de hoek te zien valt. Na een hele klim op een berg rusten we wat uit op een stuk rots. Paul wil nog een berg beklimmen die veel hoger gaat, maar ik blijf liever even genieten van de zon met uitzicht op twee meren. Na een uurtje komt Paul weer enthousiast terug en laat me zijn uitzicht zien op het fototoestel. Samen lopen we weer terug en als we bijna bij de bijboot zijn mist Paul zijn machete. Die ligt nog bij het rotsblok waar ik op hem wachtte. Hij weer terug op een drafje, en dat op zijn drie en zestigste. Petje af hoor. Ik maak van de tijd die ik nu weer op hem moet wachten gebruik om op mijn gemak door het water te waden in een visbroek (laarzen en regenbroek aan één stuk) en maak heel veel makro opnames met mijn nieuwe fototoestel. Heerlijk.

21 februari
We hebben een grijze dag. Dikke wolken partijen razen over en tussen de bergtoppen door. Veel last van de wind hebben we niet. Daarvoor liggen we te beschut. Wel raast er af en toe een williwaw over de boot. Dat is geen rare vogel maar een soort wind. Die komt dan recht van boven, volgt de steile rots waar we onder liggen en duurt een paar seconden. Alles trilt en schudt dan even, en daarna keert de rust weer terug als of er niets gebeurd is. Een keer is met zo'n williwaw de bijboot compleet met motor op zijn kop gegaan en bezorgde Paul op die manier weer een halve dag werk om het motortje aan de praat te krijgen. Vanaf nu blijft de buitenboord motor nooit meer aan de dingy zitten. Omdat ik vanuit de bijboot op enkele meters diepte prachtige grote krabben met dikke rode poten in het water zie lopen maak ik een krabvangkooi van een oude 5 liter waterfles. Hiervoor knip ik de kraag van de fles, zet acht knippen in de opening en naai de top op zijn kop terug in de fles. De bedoeling is dat de krabben nu door de opening naar binnen kruipen en er niet meer uit kunnen. Met een aansteker maak ik gaatjes in het plastic zodat het geheel goed zinkt en bind er een touw om zodat ik de kooi in en uit het water te kan krijgen. In de kooi steek ik een stukje vlees. Afzinken maar. Gespannen haal ik de kooi na een kwartiertje omhoog. Wat denk je? Niks denk je zeker. Nou mis. Het krioelt in de plastic fles. Helaas geen krabben met lekkere poten. Wel een heleboel visjes, een soort grondeltjes. Heb ik weer. Nou ja. Het is wel een manier om aan vangvisjes te komen als we weer eens willen vissen.
Op zo'n grijze dag maken we het aan boord gezellig, met het kacheltje aan en de lucht van versgebakken broden, taarten of andere ovenschotels, lezen we veel, spelen een spelletje of kijken een filmpje op de computer.

25 februari
Ruim een week op Stateneiland. Het is hier stil. Op af en toen een williwaw na dan. De dagen zijn lang. Ik vergelijk even met Nederland.
Wij zitten hier op bijna 55° zuiderbreedte; 55° noorderbreedte is een stuk boven Nederland, halverwege Denemarken schat ik.
Het is nu eind februari, te vergelijken met eind augustus in Nederland. Rond 5 uur is het al behoorlijk licht en tegen 10 uur ´s avonds wordt het pas donker. Echt heel donker is het niet lang. Het loopt tegen het eind van de zomer. De temperatuur is wel heel anders dan op het noordelijk halfrond. Het is hier guur en klam, op een enkele opklaring na. En dan nog komt de thermometer niet boven de 12°C. Op de berg zie ik stukjes met sneeuw en die waren er hoog zomer ook al denk ik. De vele regen die hier valt is voor ons welkom. We zijn zo lang van verstoken geweest van neerslag. De boot kan wel een goede wasbeurt gebruiken. Op het voordek hangt het regen opvangzeil waar we elke dag zo´n 15 liter water uit scheppen. Lekker zacht water, goed voor de was, de afwas en een kopje thee en koffie. Zo houden we ons voorraadje water lekker op peil. Kunnen we onszelf ook weer eens goed wasbeurt permitteren.
Binnen brandt vaak het kacheltje en we brengen de dagen heel relaxed, zonder enige stress, door. Paul is bezig met een boek van 900 bladzijden en mijn boek heeft er 800. Paul poetst de boot met zoet water, ik kokkerel het ene gerecht na het andere in de kombuis. Alles moet nu zelf gefabriceerd worden. Brood, koekjes, vla, yoghurt, appeltaart, cake, pannenkoeken, alles van basismaterialen als melkpoeder, meel, gist, vanillestokjes, suiker, water etc. Vers heb ik nog wat appels, aardappels, uien en een pompoen, de voorraad ingewekte levensmiddelen komt nu goed van pas. Koken kost veel tijd, maar die hebben we dan ook.
Paul heeft de onlangs de filters van de motor vervangen en ik heb een borduurwerkje voor Klazien afgemaakt en ga nu weer door met mijn never ending quilt.
Af en toe gaat Paul alleen wandelen, dit terrein waar je niet echt relaxed kunt doorlopen is echt zijn terrein. Gewapend met een machete, knielaarzen, regenjas, wandelstok tijgert hij hier door het oerwoud, klimt langs watervallen omhoog, slaat zich een weg in het dichte kreupelhout, vindt hier zijn ´lost paradise´. Hij maakt prachtige foto´s en wil zijn verhaal aan mij kwijt als ie weer terug is. vr, 22/02/2008 - 23:08 - 24_ Watermerk van de Nije Faam ©24_ Watermerk van de Nije Faam

Maar we gaan er af en toe ook samen op uit. De laatste keer hebben we een watermerk van de Nije Faam achter gelaten in de rivier. Heel benieuwd zijn we of hier weer iemand komt die het kan lezen.
Het is toch onvoorstelbaar dat wij het samen op zo´n klein plekje met elkaar uithouden. Menig huwelijk van 30 jaar of meer zou op zo´n manier toch alsnog ontsporen? We genieten nog maar even verder, we zijn kennelijk op een goede kaai geland.

27 februari
We zitten nu 11 dagen te genieten van de stilte om ons heen. We horen enkel het vallen van water, in de waterval een eindje verderop en door de struikjes hier op de wal. En we horen het fluiten van de wind tussen de bergen door en in het want. wo, 27/02/2008 - 14:33 - 38_ Geen zuchtje wind in Puerto Hoppener ©38_ Geen zuchtje wind in Puerto Hoppener
Af en toe verraadt een aalscholver, scholekster of eend zich door zijn geroep. De condors zweven boven de bergen in stilte. Verder geen enkel geluid, er zijn nog maar weinig plekjes op de aardbol waar geen geluid van menselijke aanwezigheid waarneembaar zijn. Wij zijn nu op zo'n plekje. Heerlijk. Het enige contact met de buitenwereld is het Patagoni? Netje om 9 uur 's morgens en twee keer per dag een kletspraatje met Paul en Carolien van de Giebateau die op de Falklands vertoeven. Paul en ik kletsen wat met elkaar na het eten, het begint weer donker te worden. Opeens hoor ik geklop op de boot. Ik steek mijn hoofd uit het luik en zie naast de boot een grote oranje rubberboot, en tel tien man. Het blijken enkele bemanningsleden van de Armada te zijn.wo, 27/02/2008 - 01:01 - 37_ Bezoek van de Argentijnse armada ©37_ Bezoek van de Argentijnse armada
Ze liggen met het marineschip de San Blas in de outercove (ingang van Puerto Hoppener) of misschien ook wel op de rede voor deze caleta. Ze maken een uitstapje met hun dingy door deze prachtige natuur en zagen opeens ons zeilbootje achter een eilandje liggen. We hebben even gezellig met ze gekletst. Wonderlijk om weer even mensen te zien. Zij gaan morgen al naar Ushuaia, we vertellen dat wij er ook heen willen, maar moeten wachten op een goed weerwindow. Wel vragen we hen de prefectura te informeren over onze aanwezigheid hier op Stateneiland, zodat die zich niet ongerust hoeven te maken over onze verdwijning. De prefectura's van Argentinië willen graag weten waar je uithangt.

ma, 03/03/2008 - 09:38 - 41_ Laatste keer van innercove naar outercove Puerto Hoppener_ Staten Eiland ©41_ Laatste keer van innercove naar outercove Puerto Hoppener_ Staten Eiland
29 februari
Gistermiddag heb ik wat extra weerberichtjes aangevraagd en na bestudering ervan besloten we om vandaag te vertrekken richting Ushuaia. Er wordt ons namelijk een dagje noordoosten wind beloofd. Helemaal doorvaren naar Ushuaia willen we nog niet, enkele caleta's er voor moeten ook nog door ons verkend worden. Dus, toen we gisteren besloten vandaag te vertrekken hadden we het weer even druk. Paul heeft het schip buiten vertrekklaar gemaakt en ik ben binnen aan de gang gegaan. Met de geur van versgebakken brood zijn we rond half zeven in de avond vertrokken van dit veilige plekje achter het eilandje in de 'innercove'. We kunnen namelijk alleen als het slack is (doodtij) van de binnenkom naar de buitenkom varen. In dat smalle gaatje stroomt het anders te hard. In de buitenkom kunnen we dan vertrekken wanneer we willen. Dat vertrekken op het goede moment is heel belangrijk omdat je in Strait LeMaire zowel wind als de stroming in je vaarrichting moet hebben. (Als je stroom tegen wind hebt ontstaan hier huizenhoge golven, muren van water, je ziet het wel eens op spannende films, dat is echt heel eng en gevaarlijk). In de pilot staat een aanbevolen route door de Strait, vertrek 1 uur na hoog water bij het eerste waypoint. Dat is vandaag om 12 uur. Dat houdt in 8 uur de boot vertrekklaar maken en anker op gaan, en om 9 uur Puerto Hoppener uit varen om de 15 mijl naar waypoint 1 te overbruggen.
Dus werd de wekker op 7 uur gezet. Nou die wekker zetten was niet echt nodig want het begon even voor zevenen zo hard te waaien dat de boot flink aan zijn lijnen en het anker schudde. Ik zie de barometer vallen. Niet op de grond, maar dat heet zo: 'vallen' als de luchtdruk ineens snel daalt. In een uur is de barometer zeker drie punten omlaag gegaan, nou maak dan je borstje maar nat. Zo kunnen we in geen geval anker op gaan. Precies op het moment dat wij hadden moeten weg varen raast er een depressie waar de honden geen brood van lusten over ons heen. We liggen gelukkig nog wel beschermd achter rotsen, maar die rotsen zorgen ook voor een versnelling van de wind, een verschijnsel wat volgens de boekjes een williwaw is. We zien 50 knopen op de windmeter. Op dit moment kunnen we niet vertrekken, rest ons alleen maar te bidden dat de lijnen en het anker het houden en dat doen ze. Als de depressie gepasseerd is komt de rust terug. Het is inmiddels 10 uur. Te laat om om 12 uur bij de ingang van Strait LeMaire te kunnen komen. Met doodtij varen we maar weer terug naar de innercove. Ons geduld wordt nu op de proef gesteld. We moeten namelijk weer wachten tot de wind een poosje uit het noordoosten gaat waaien.
Een geluk dat we voldoende voorraad aan boord hebben, meel om brood te bakken, potjes groenten en vlees om een warme maaltijd te bereiden. Zelfs de wijn en bier zijn nog even niet op de bon. Of dat volgende week nog zo is kan ik nu nog niet zeggen. Maar hopen dat er snel weer een goed weerwindow komt.
Over die potjes waarin ik van alle weck gesproken; de dekseltjes die hierbij horen kunnen helaas maar enkele keren gebruikt worden, daarna wordt het rubber van het deksel te dun en sluit niet goed meer af. Het glas kan wel vaak gebruikt worden. Wij hebben dus behoefte aan dekseltjes van jampotten en hakpotjes. Die mogen jullie voor ons gaan sparen. Als we weer op verlof zijn in Nederland houden we ons warm aanbevolen deze in ontvangst te nemen.di, 04/03/2008 - 21:01 - 43_ Nije Faam als sleurhut ©43_ Nije Faam als sleurhut
vr, 07/03/2008 - 19:26 - 47_ Nije Faam achter de Saudade III in Ushuaia ©47_ Nije Faam achter de Saudade III in Ushuaia

Locatie: