Out of Africa - III

afbeelding van Mariëtta

Hallo lieve mensen Hier dan het derde en laatste deeltje van mijn onvergetelijke reis.
We kijken vanuit ons hotelletje met een groot raam uit op de Serengeti en zien enkele bavianen dichtbij de speeltuin van het ‘Stop Over’ hotel komen. Een grappig gezicht. Ik probeer wat foto’s te maken van ze te maken in de buurt van de wip en de glijbaan, maar als ik te dicht bij komt peren ze hem. In ‘Stop Over’ hebben we een ronde kamer met in het midden een groot tweepersoonsbed met muskietennet. Een kamer met eigen douche en toilet. Wat een luxe. De volgende dag rijden we door naar Mwanza.
Mwanza is de tweede stad van Tanzania. Hier heeft Lucas de broer van Leo Fortis, een Bouwbedrijf, een garage voor landrovers en jeeps. We worden heel gastvrij ontvangen. Lucas is net terug uit Canada waar zijn vrouw met de kinderen momenteel wonen i.v.m. scholing van de kinderen. Hij heeft een luxe villa laten bouwen door Machid, ook een Indiër die we ontmoeten We mogen in dat nieuwe huis slapen. Daar ontmoeten we nog een Nederlands echtpaar, de familie Jaspers, zij komen net uit Somalië. Ze hebben een of andere stichting in Nederland en hebben in Somalië een werkbezoek afgelegd. Nick Jaspers kent Jesse van vroeger. Ze hebben jaren geleden samengewerkt in een van de eerste vluchtelingenkampen. Nick was hier arts. ’s Avonds worden we alle vier opgehaald door een chauffeur en ontmoeten we Lucas met een paar vrienden in het meest luxe hotel van Tanzania, het Tilapiahotel. Hier krijgen we aan de rand van een zwembad exclusieve Afrikaans-Indiase lekkernijen. Met een heerlijke Zuid-Afrikaanse wijn is het echt genieten geblazen. Als we later een opmerking over de rekening maken blijkt dat we aan tafel hebben gezeten met de eigenaar van dit hotel en dat er nooit een rekening aan zijn tafel komt. Je snapt denk ik wel dat ik weer even naar adem moet happen.De volgende dag worden we wakker en ontbijten we met de familie Jaspers. Dan zien we pas goed hoe mooi het huis is en hoe mooi het uitzicht is over het Victoriameer. De huizen hier in de buurt zijn gebouwd op en tussen ‘kopjes’, die keien waarvan ik in mijn vorige mail over schreef. We worden opgehaald en nog wat in Mwanza rond gereden door Machid die het huis van Jesse laat zien. Dit huis heeft Jesse laten bouwen en wordt momenteel verhuurd. Om half twee ’s middags willen we de pont nemen om verder te trekken richting Kibondo. We staan in een driedubbele rij te wachten. Tussen alle auto’s en vrachtwagens door lopen Afrikanen die iets willen verkopen en zoeken mensen een lift naar de overkant. Ik krijg het warm van als die meute mensen die me iets proberen aan te smeren en ik had het al zo heet. En ik heb echt niks nodig. Om ze te kunnen negeren pak ik mijn boek en probeer wat te lezen terwijl we op de boot wachten. Als de boot er is en de auto’s erop mogen rijden is de chaos helemaal compleet. Auto’s en vrachtwagens links en rechts van ons snijden ons af en nemen plaats op de boot. Wij kunnen er dus niet meer op. Staan vooraan en mogen een uur wachten. Hierop heeft een ondernemend jongetje gewacht en probeert ons een plaatsje op een andere boot, een veel kleinere ferry te verkopen. Wat hij wel wist en wij dus niet is dat er 100 meter naar links nog een kade is waar een andere ferry komt. Deze ferry, die binnen een half uur moet komen is alleen voor kleinere voertuigen zoals de onze bedoeld. Hij heeft echt lang zijn best moeten doen en we zijn hierop ingegaan. Die jongen heeft 200 shilling (ongeveer 16 eurocent) verdiend en zijn dag is weer goed. We willen vandaag Sengarema halen. In Sengarema staat het ziekenhuis waar Harry, de overleden broer van Paul en hun dochter Jiska en schoonzoon Erik het laatst hebben gewerkt. Erik schoolt zich thans in Nederland bij tot trauma chirurg. We komen om 5 uur in Sengarema aan en gaan meteen richting ziekenhuis. In het ziekenhuis vragen we waar dokter Marie-José te vinden is. Dokter Marie-José is een non van een congregatie uit Maastricht, “Onder de bogen”, als dat jullie iets zegt. Van Erik, moesten we naar haar vragen en dan zou het wel goed komen. We worden inderdaad naar Marie-José gebracht en stellen ons voor. Meteen wordt er tijd voor ons gemaakt. We krijgen een stoel en zijn en passant getuige van het consult wat een Afrikaans vrouw bij dokter Marie-José had. Meteen worden onze neuzen op harde feiten gedrukt. Deze vrouw is al een paar keer met dezelfde soort klachten bij haar geweest, steeds heeft ze infecties en ze moet proberen de volgende keer haar man mee te nemen want het zou goed kunnen dat ze aids hebben. Het zou heel bijzonder zijn als het haar zou lukken haar man mee te krijgen, niet ondenkbaar is die oorzaak van haar probleem. Na deze patiënte krijgen wij alle aandacht en worden we uitgenodigd voor het eten. We gaan naar de eetzaal van de nonnen, een paar gebouwtjes verderop en krijgen een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Intussen wordt ervoor gezorgd dat er in het voormalige huis van Jiska en Erik elektriciteit en water is. Dan kunnen we een heerlijke douche nemen, een heel klein pili pili straaltje vinden we al heerlijk, en we besluiten die dag met een borrel. Op Schiphol hadden we 4 kleine petflesjes sterke drank gekocht met Whisky, Cognac en Grand Manier. En heel af en toe nemen we hier wat van. Mmmm. Het is heel leuk om in dit huis te zijn. Paul was hier twee jaar geleden ook en had veel verhalen van die tijd. Dit was de plek waar hij een groene slang had gezien. Ik heb die niet gezien en vind dat ook niet zo erg. Wat we hier wel steeds zien, maar dat hadden we ook al in andere huizen gezien, zijn gekko’s op de muren. Kleine salamanderachtige beestjes van zo’n 15 cm en soms net zo vlug bewegend als kakkerlakken. In dit huis zijn nog veel Nederlandse dingen te zien. Mens erger je niet, boeken, en een kindertekening met tekst: “pas op, een draak!!!”. Heel leuk. De volgende ochtend krijgen we een ontbijt bij dezelfde nonnen. Een van de nonnen is plaatsvervangend hoofd van de basisschool en ik vertel dat ik het leuk zou vinden als we een bezoek konden brengen. Dit kon meteen. Maar vandaag gaan we eerst een dag naar Kahunda. Kahunda is de plaats waar het vliegtuig van de MAF (Mission Aviation Fellowship) waar Harry in zat neerstortte. De weg erheen is 80 km. Uurtje denk je dan zeker. Wij deden het in drie uur, erg snel voor Afrika. De weg was aanvankelijk heel goed, vond Paul. Het was eerst zandweg van een kwaliteit die je in Nederland zelden meer aantreft. Maar na anderhalf uur werd het meer slalom rijden dan iets anders. De weg zat vol gaten, keien, bulten en wat je nog meer op een weg hier tegen kan komen. Weer een Afrika ervaring rijker. Zonder Jeep dat dit echt niet te doen geweest. Kahunda ligt aan het Victoria meer. Hier gaan we eerst op bezoek bij de familie Anderson. De Anderson’s wonen hier om het woord van God te verkopen. Ze hebben een groot huis, zelf gebouwd met hulp van veel locals. Veel cement en een metalen dak. Ramen waar de wind lekker doorheen kan waaien en een veranda aan de schaduwkant voor het heetste moment van de dag. Vrouw Anderson was net bezig haar kinderen les te geven. Ik zag meters kinderboeken en veel platen aan de muren. We hebben hier koffie gedronken en zijn toen de omgeving gaan bekijken. Het monumentje voor Harry, de boom met door het neer stortende vliegtuig afgebroken tak, het strand en het vliegveldje op het strand. Op het strand werden we aangesproken door Miner, een man die veel op had met de Kamstra familie. Ook zag ik het huisje waar Jantien in gewoond heeft nadat haar man hier om kwam, en waar zij medische zorg gaf aan locals, de steiger waaraan zij haar boot afmeerde als ze terug kwam van een tocht naar de eilanden om daar medische zorg aan kinderen te geven. Op de weg terug zat een vrachtauto voor ons die meer problemen met de weg had dan wij. De lading van de vrachtauto was al uitgeladen en met boomstammen over kuilen werd geprobeerd de auto verder te krijgen. Na lang wachten konden ook wij weer verder. Na een paar kilometer stond dezelfde vrachtauto weer vast. Het werd nu al knap laat en het begon te schemeren. Gelukkig konden we nu wel off the raod voorbij deze auto komen. Om zes uur waren we weer terug op de compound van het ziekenhuis van Sengrema. In het donker zei Paul “Goedenavond” tegen voorbijgangers en werd het zelfde in goed Nederlands terug gezegd. Euh, Nederlanders? Weer een ontmoeting met een Nederlands echtpaar dat net uit Uganda kwam, waar ze op bezoek geweest waren bij hun project, waarvan zij een stichting in Nederland hebben. Ook zij zochten hier onderdak. Ze hebben in dit ziekenhuis gewerkt van 1981 tot 1984. Ze hebben even bij ons gedoucht en die avond hadden de nonnen weer twee gasten meer aan hun tafel. Volgende dag vroeg op want we gaan via de school op weg naar Kibondo, de plaats waar Jesse en Mava met de kinderen wonen. Wat we niet wisten is dat de school ons bezoek verwachtte. De kinderen van de primary en secundary school kwamen op het schoolplein en nadat we kennis gemaakt hadden met wat docenten waren we getuige van het begin van de dag. De kinderen, allemaal in uniform, stelden zich op in rijen en werden welkom geheten door het schoolhoofd. Wij werden voorgesteld aan de kinderen en toen kregen wij het woord. Gelukkig is Paul heel bedreven in het geven van plotsklaps toespraken en nam ook namens mij het woord. Wenste de kinderen een fijne schooltijd en benadrukte nog even hoe belangrijk het was dat ze op school zaten.

Hierna weer op weg, onze laatste tocht met zijn tweeën in dit Afrikaanse land. De reis verliep voorspoedig. De weg naar Kibondo was her en der goed verbeterd, zeker het deel dat ook gebruikt wordt door VN voor voedseltransporten naar de vluchtelingenkampen aan de grens met Burundi. Rond de klok van 4 komen we in Kibondo. Paul rijdt meteen naar het kantoor van Jesse, maar hij is weg voor een vergadering. Dan gaan we naar de compound waar zij wonen. De jeep is bekend en de poort wordt direct open gedaan.
Het was fijn voor Paul om hier weer terug te komen. Ik vond het leuk om te zien waar de familie Jesse woont en was heel blij met het ligbad. De kinderen moesten weer even wennen aan de familie maar dat duurde niet echt lang. Binnen de kortste keren lagen ze te ravotten op de trampoline. We hebben die avond heerlijk gegeten van een lasagnaschotel van Mava. De volgende dag heeft Jesse ons zijn kantoor laten zien. Het was indrukwekkend om de organisatie van vluchtelingenkampen in zijn werk te zien. Jesse stuurt heel veel mensen aan. In de middag gaan we een bezoek brengen aan een van de kampen. Wij bezoeken het kamp en worden ook goed bekeken door de bewoners. Zo vaak komt er niet iemand kijken en het zien van blanken (mezoengoes) is al helmaal bijzonder. Iedereen zwaait. Binnen de kortste keren bevinden we ons vooraan in een optocht.

We krijgen te zien dat vluchtelingen als ze het kamp binnen komen een stuk grond toegewezen krijgen en hier een huis op mogen bouwen. Het land wat over blijft kan verbouwd worden. De huisjes worden van blokken leem opgebouwd en het dak bestaat uit riet. Elke twee weken krijgen de vluchtelingen een voedselpakket. Hier mogen ze mee doen wat ze willen. Opeten of verhandelen. Ze kunnen ook zaden in de grond stoppen, de grond is erg vruchtbaar. In het kamp zijn waterputten geslagen en hier komt twee keer twee uur water uit elke dag. Vluchtelingen krijgen ook wat potten en pannen en voor elke gezinslid een stel kleding. Ik zie nu waar ingezamelde kleding uit het westen naar toe gaat.
De vluchtelingen in dit kamp spreken Frans. Ze komen uit Burundi en zijn hutu’s. Sommige zijn erg ondernemend en hebben van hun landbouwopbrengst een koe gekocht. Van die opbrengsten een naaimachine en zijn nu werkzaam als kleermaker. Ze krijgen opdrachten om schooluniformen voor de kampkinderen te maken. Ik zie veel vrolijke gezichten. Natuurlijk kan ik niet zien wat deze mensen mee gemaakt hebben, daarvoor ben ik er te kort en ik spreek hun taal niet. Maar ik zie heel veel blije kinderen. De meeste kinderen zijn in het kamp geboren. Jesse laat vol trots zien hoe een waterpomp werkt en zet de pomp even aan. Waar ze zo snel vandaan komen weet ik niet maar ineens staat het er vol mensen met bakken om het water in op te vangen. Nadat de lijsten met waterstanden en hoeveelheden diesel gecheckt zijn gaan we naar een schooltje. Onderweg stoppen we nog even bij een kind wat met een houten fietsje speelt. Hij geeft een demonstratie. We gaan naar een school en de optocht wordt steeds langer.Op school worden we gastvrij ontvangen. De les wordt meteen even opgehouden. Ik zie houten schoolbanken met hier drie leerlingen op een bank. In de raamopeningen hangen de kinderen die niet naar school gaan. Het schoolbord is op de muur geschilderd met zwarte verf. Het staat helemaal vol. Ik zie dat er lesgegeven wordt in het Frans en dat de materialen heel sober zijn. Leerlingen hebben een gekopieerd boek waarin ze werken en een pen. That’s all. Leerkrachten hebben niet veel meer. Echt een moment om te beseffen dat wij het heel anders hebben. Aan het eind van het bezoek krijgen we nog een praktijkschool te zien. We zijn echt wel gelukvogels. Ik besef dat ik hier een stukje van Tanzania zie waar we alleen maar kunnen zijn omdat we familie hebben die hier werkt. Andere bezoekers zijn VN medewerkers of je moet Lubbers heten.

Die avond gaat Paul jagen met Jesse. Hier een aantekening uit het dagboek van Paul:“Een dag in Kibondo”Die dag was goed gevuld. Die ene volle dag dat we bij Jesse en Mava in Kibondo zijn. Wasmachine maken, wassen, want dat was wel nodig na drie wildparken en 1600 km over Tazaniaanse wegen.Na de lunch met Jesse naar een vluchtelingenkamp een kilometer of 10 boven Kibondo. Ik was er al eens eerder geweest en wist wat ons te wachten stond.In het kamp is het wat de basis behoeften betreft goed wonen. Echter ………..Mariëtta zal er wel meer over vertellen.Overladen met indrukken moeten de mannen, Jesse en ik, nog even toegeven aan een genetische aandrang om op jacht te gaan en de familie te voorzien van voldoende eiwitten. Deze keer zal het gans moeten worden. Jesse heeft een permit gekregen om 10 “Spur-winged Goose” af te schieten in een moeras gelegen op zo’n 8 km van Kibondo.We gaan met de Landrover, want het is een flik stuk van de weg af en door ruig terrein. Een Landrover komt in dit terrein beter vooruit dan een Toyota.De two-two (.22 kaliber) en de .306 (thirty-O-six) worden ingeladen en ik bedenk dat een zaklamp en mijn machéte (kapmes met een lemmet van ca 45 cm) toch ook nog van pas zouden kunnen komen.Ik ben de chauffeur en Jesse is de gids. Een mooie tocht naar de jachtvelden.Onderweg controleren we de richtmiddelen van de geweren. We schieten wat proef schoten op een getekende roos op een boom. Een kleine bijstelling is nodig en we concluderen dat we even goed of slecht kunnen schieten.Het moeras is een vlakte die in de regentijd onder water staat en in de droge tijd steeds verder opdroogt met verspreid nog poelen en grotere plassen.Vissers in minuscule bootjes weten in die plassen toch altijd nog een visje te verschalken.De plassen trekken ook watervogels aan, eenden en ganzen, waaronder ook de ‘Spur-winged Goos’. Dit is de grootste gans in Afrika. Ze heeft flinke sporen aan haar vleugels. Jesse heeft er een in de tuin lopen die twee dagen geleden een tuinman nog flink verwond heeft en medische verzorging nodig was. Lieverdjes zijn het dus beslist niet en zijn goed instaat zich te verdedigen.Maar ja ze zijn er vandaag niet. Of ze houden zich schuil omdat hun tam-tam al gemeld heeft dat de grote jagers er weer aankomen.Wel een koppeltje onnozele eendjes dobbert er rond. Veel te ver weg om een goed schot af te geven. Met de Landrover zwerven we over de vlakte op zoek naar waterwild. Tot we ineens wegzakken in de veenachtige bovenlaag. We blijven hangen op de bodem van de wagen met de wielen in de blubber, tien meter van hardere grond.Wat nu !!!!!! Jesse, shit ik heb mijn mobieltje niet bij me. Anders zou hij hulp in geroepen hebben om ons er weer uit te trekken. We hebben nog een half uurtje dan is het donker. Ik verzoen me al met de gedachte in de auto de nacht te moeten doorbrengen als we hem er niet op tijd uit krijgen.Het plan is de wielen stuk voor stuk met de hyjack op te krikken, takken er onder te schuiven en in het zelfde spoor weer achteruit terug te rijden. Deze strategie hadden we al eerder met succes toegepast tijdens eerdere jacht ervaringen.Maar ja, takken. Op honderd meter begint de bebossing weer. Gewapend met machete en een bot bijltje er op af. De machete is het best geschikt voor de job.Lustig hak ik er op los en sleep hele boomstammen naar de jeep. Zwaar werk dat slepen. Hoge graspollen willen zich steeds verweven met de takken. Het is nooit genoeg. Steeds moeten de wielen opnieuw worden op gekrikt om er meer takken onder te schuiven. Een bijdrage in de ontbossing van Afrika begint het te lijken. Op de hier ongebruikelijke geluiden komen een drietal Tanzaniaanse vissers af. Ze zijn op weg naar huis en zijn bereid voor elk Sh 500 ons te helpen.Het is inmiddels aarde donker geworden en de tijd begint te dringen. Het zaklampje komt nu goed van pas. Meer takken en duwen, vooruit, achteruit niks.Dan in een ultieme poging en een uiterste kracht inspanning krijgt de jeep grip en staat zomaar weer op harde grond.We zijn de drie Tanzanianen erg dankbaar, we hebben echter ook geen geld bij ons. Een gaat mee naar huis om hun aan deel op te halen. Jesse heeft het spontaan verhoogd naar Sh 1000 (=$1) de man. Ze zij er erg blij mee. Dit is meer dan ze op een normale werkdag kunnen verdienen met de vis. Zo zie je maar weer: de ene z’n ellende is de ander z’n brood.Mava begon zich al wat ongerust te maken en speelde al met de gedachte een zoek actie te organiseren bij het moeras als we niet binnen een uur op zouden komen dagen. Eind goed al goed weer een belevenis die je thuis niet gouw zal meemaken. Na een voortreffelijke maaltijd neemt het Afrikaanse leven weer haar normale loop. Na die dag gaan we met de complete familie naar het Lake Tanganika. Hier kunnen we nog een paar dagen luieren en genieten van de zon en eindelijk ……..zwemmen. Paul. Na een paar heerlijke dagen op het strand van Lake Tanganika met de familie en met zijn tweeën breekt de tijd aan dat we weer richting Nederland moeten gaan. Eerst vliegen we van Kigoma via Dodoma naar Dar Es Salaam. Hier moeten we ons nog twee dagen vermaken want dan pas vertrekt ons toestel naar London en Amsterdam. We checken in in de YWCA van Dar en gaan wat eten in de buurt. De volgende dag gaan we het gebied bij de jachthaven verkennen. Hier hopen we over 4 jaar met de boot aan te komen. Na wat praten met de autorities van de jachthaven worden we toegelaten en zien hoe de boten hier voor anker in de baai liggen. Op het strand zien we enkele vrouwen kleine bootjes zeilklaar maken om een tochtje te gaan maken. undefinedWe spreken zo maar iemand aan. Het blijkt de vrouw van de baas van Jesse te zijn. Wat een klein wereldje. We worden uitgenodigd voor die middag, maar slaan dit af. We gaan ’s middags nog wandelen en komen bij een winkelcentrum aan het water. Hier kopen we nog wat souvenirs voor de kinderen en eten we een pizza op een terras. Achter me hoor ik Nederlands. Ik kijk en zie dat een vrouw een brief voor leest aan haar kinderen. Ik ga even buurten en al snel blijkt dat deze mensen ook weer bekenden zijn van de familie. Wat een klein wereldje. Die avond gaan we lekker eten in een hotel aan de haven van Dar. Het restaurant bevindt zich op de 12e verdieping en we hebben een prachtig uitzicht.De volgende ochtend is het heel vroeg opstaan om het vliegtuig naar Londen te halen. Alles gaat goed. De taxichauffeur neemt nog drie andere stellen mee naar het vliegveld. Onderweg zet hij zijn zoon af bij school. De vlucht naar Londen gaat voorspoedig, anders dan op de heenweg. In London moeten we wel lang wachten. In Amsterdam staat de familie te wachten. Ook Jantien is meegekomen. Leuk, we kunnen haar meteen van onze ervaringen met haar kinderen in Tanzania vertellen. Jan rijdt ons meteen naar het Sluishuis, waar we na een borrel in bed duiken. Langzaam aan komen we weer terug in de werkelijkheid en na een paar dagen acclimatiseren zijn we bijgekomen. Met deze ervaring voel ik me een heel ander mens. Ik heb het Afrika geroken, gevoeld, ervaren. Wat ben ik toch een bevoorrecht mens.

Marietta