Out of Africa - II

afbeelding van Mariëtta

Hallo lieve mensen. Vandaag ben ik weer in de gelegenheid te internetten. Laat maar weer iets van me horen.
Nadat we vertrokken in Arusha, Paul had de auto ingepakt, de laatste dingetjes gekocht, gingen we richting park Tarangire. Onderweg reden we door een geweldig mooi landschap, hier wonen de maasai. Maasai zijn lange smalle mensen met vaak een rood geruite kleed om hun lijf gedrappeerd en een stok of speer in de hand. Ze leven van koeien. Ze eten het vlees en drinken de melk en het bloed. Je ziet de kleinste maasai kinderen op de velden lopen met een aantal stuks vee bij zich. Kinderen hier moeten al vroeg leren hoe te overleven.
Onderweg zijn we even gestopt om te picknikken. In de auto was een prachtige picknickset gelegd, dus wij op ons Tanzaniaanse karpetje (rieten matje), kleedje erop, bordjes erbij, kopjes, boterhammen en kaas (uit Nederland) en thee aan de lunch. We kregen al snel bekijks.Om meer privacy te krijgen maakte ik regelmatig foto's. Dat hebben deze mensen niet graag. Helaas hielp dit niet echt. Nou ja, niet echt helaas, we hebben weer iets te vertellen. Na de lunch weer verder gereden richting wildpark. Rond drie uur kwamen we bij de ingang en maakten we een afspraak voor de volgende dag. Het park gaat dan om half zeven open voor publiek, en vandaag willen we op tijd de camping zoeken. Maar we hadden nog wel even tijd om in de buurt van de ingang in een boabap te klimmen om te genieten van het uitzicht. Een boabap, een apebroodboom, is een hele dikke boom met een holle stam. Echt een hele dikke. De omtrek is soms wel 10 meter. Vaak zit er een rond gat in de stam. In Tanzania worden kleine kinderen wijs gemaakt dat hier de kinderen uit komen. Een Afrikaanse variant op onze ooievaar. Rondom de boabap waar wij in gingen was een trap gebouwd met aan alle kanten uitkijkplatformen. We hebben hier heerlijk kunnen genieten van het wild dat zich niet zo houdt aan de grenzen van een wildpark. Boekje erbij, stukje worst en een ijskoud pilsje. Wat? Een biertje????Ja, ja. Een ijskoud pilsje. Wat had die Paul gedaan? Tijdens het doen van de boodschappen was hij met die local van Arusha even naar de Coca-colafabriek gereden en had een klomp ijs van zo'n twintig liter gekocht. Met een bijl aan gruzelementen gehakt en in de koelbox gedaan. De schat. Na dit lekkers zijn we rond vijf uur de camping gaan zoeken. We waren getipt over deze camping toen we nog op het kantoor van Leo Fortis van Fortissafari’s waren. Het zou een nieuwe camping zijn. Onder bomen, dus veel schaduw, met douche en toilet. De route die gegeven werd was als volgt: aan het eind van de asfaltweg rechts de bush bush in en na 1 km zie je de camping. Lachen. Maar het werkt wel hier.Zo gezegd, zo gedaan. De camping was alweer een hele bijzondere ervaring. De camping werd gerund door maasaimensen. Ik zal eens wat over die camping vertellen.De douche werkte als volgt: naast de douche staat een grote oliedrum met water op het kampvuur. De douche is een stenen gebouw met een douche kop aan het plafond. Als je aanstalten maakt om te gaan douchen springt er een grote neger op het dak, gooit een emmer heet water in een reservoir en voila. Geweldig, vind je niet. Op een soortgelijke manier werkte de toilet. Als je doorspoelt gaat de stortbak leeg. En als die neger dan weer op het dak geweest is loopt de strotbak weer vol. Its the African way.We hadden de tent snel opgezet en ik begon snel met koken. Want je weet denk ik wel dat het licht hier tamelijk snel uit gaat. We hebben 's avonds nog even in het donker voor de tent gezeten. Toen werden we gewaarschuwd door de kampbeheerder dat als we 's nachts naar de toilet zouden gaan we niet moesten schrikken van een maasai. Het is hier de gewoonte dat er 's nachts een nachtwacht is. Dus voor ons en die andere tent speciaal een guard.

De volgende ochtend zijn we opgestaan voor het licht weer aan ging. Tent opgerold, ontbijt gemaakt en naar ons, nou ja ons, zeg maar mijn eerste wildpark. Er is voor alles altijd een eerste keer en vaak maakt dat een bijzondere indruk. Nou dat gold ook voor dit. In een woord geweldig. We reden om zeven uur het wildpark in en om 1 minuut over zeven spotten we de eerste zebra's en gnoes. Elke 5 minuten, wat zeg ik, bijna elke minuut zagen we groot wild. Na een poosje zagen we in de verte olifanten op een helling aan de overkant van een riviertje. Wij probeerden zo dicht mogelijk bij dat riviertje te komen, bleven een poosje staan om naar eekhoorns te kijken en naar de olifanten op die helling en alle vogels rondom het water. Komen er ineens van schuin onder ons, uit een deel van de rivier waarop we van hieruit geen zicht hadden drie olifanten. Vlak voor onze neus. Geweldig. Dit soort momenten vergeet je je hele leven niet, denk ik, hoop ik. In ieder geval was het even adem happen.
We zagen die dag teveel om op te noemen, maar omdat ik jullie toch een beetje jaloers wil maken noem ik wat ik me nu nog herinner: we zagen waterbokken, wrattenzwijnen, heel veel zebra's en gnoes. veel buffels, rietbokken, dikdiks, nog meer olifanten, parelhoenderen, giraffen, bavianen, struisvogels, eekhoorntjes, grandegazellen, thomson gazellen, elandantilopen, gieren en leeuwen.

Vlak bij de picknickplaats lag een dikke leeuw onder een boom te zonnen. Stukje verder zat een leeuwin bij een buffel die ze denk ik die ochtend gevangen hadden. Boven de leeuw zaten in een boom wel vijftien gieren. De gieren wachtten tot de leeuw vertrok. De leeuw maakte geen aanstalten om de buffel op te gaan peuzelen. De leeuw was ook niet mager, had dus misschien nog geen honger. Beetje raar eigenlijk, want normaal jagen leeuwen alleen als ze honger hebben. Zou er iets met die buffel aan de hand zijn? Af en toe ging de leeuwin even achter wat ander wild aan, we hebben niet gezien dat ze beet had, een wrattenzwijn was haar te slim af, hihi, die ging in de modder lopen.
Op die picknickplaats hebben we thee gezet en boterhammen en fruit gegeten, met die leeuw dus 50 meter verderop. Maar ik heb begrepen dat ik niet op zijn menu sta, dus konden we dit met een gerust hart doen.

Ik voelde me vanaf die dag echt de koningin van Sheba. Werd rondgereden door een privé-chauffeur, die me dan alles uitlegde over de dieren, wat ze eten, hoe hun gedrag is, enzovoorts. Stond de hele dag achterin de auto door het dakluik te kijken naar wat er aan mijn ogen voorbij ging. En weet je, ondanks mijn speciale positie zag Paul het wild al vaak veel eerder dan ik. Hij heeft hier echt oog voor, ook dit moet je leren zien.

Andere jeepjes zaten vaak vol met soms wel acht mensen met gids. Ik voel me een echte bofkont. Helaas moest ik 's avonds ervaren dat de zon mij te pakken had gehad. Na dit park gingen we met het hoofd vol indrukken terug naar ‘onze’ maasai camping. Het zelfde verhaal. Tent opgezet, eten gemaakt, nog even wat gekletst en vroeg naar bed. De volgende dag zouden we ons verplaatsen naar de Ngorongoro krater, een ander wildpark. Die nacht wordt ik wakker en voel dat het niet goed gaat. Ik ben ziek en weet niet wat ik eerst moet doen, overgeven of schijten. Ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar als ik het een moet, komt vaak het andere ook snel. En dan te bedenken dat je niet eens even naast je tent kunt zitten omdat die maasaiwacht buiten zit te koekeloeren. Ik had zulke wiebelbenen dat ik Paul wakker heb gemaakt om met me mee te gaan naar het toilet. Hier was hij niet blij mee. Maar ja, pech hoor. Nadat ik alles gedaan heb wat onvermijdelijk was kon ik de slaap niet meer vatten en heb de hele nacht gewacht tot het licht weer aan ging. Die volgende dag heb ik alleen thee met ORS op en coca cola. Dat is trouwens het beste als je last van je ingewanden hebt. Niets eten behalve coca cola. Die beesten in je buik hebben dan ook niks meer te vreten en van cola houden ze ook al niet. Die nemen dan de benen en jij bent ook weer snel op de been. De route naar de Ngorongoro krater was geweldig mooi. Onderweg kwamen we langs nog een park, het Lake Manyara. Dit is een gebied wat ontstaan is door een breuk in de aardkorst. Het deel waar we vandaan kwamen lag laag, dan een grote rivier op die breuk lijn en een land wat ineens veel hoger is. Een prachtig gezicht om hierheen te rijden. We zagen duidelijk de lijnen van de kloof. Omdat Paul jaren geleden al eens in dit park was wilde hij toch even bij de ingang kijken. Er is veel veranderd. Ik kom hier in gesprek met iemand die hier met school op excursie is. Ze is van een school waar ook nonnen van de witte zusters uit Nederland werkzaam zijn. Ik vertel haar van mijn tante, die hier als zuster Mariëtta heeft gewerkt en zij vertelt mij dat haar moeder ook Mariëtta heet. Ik dacht dat ik niet zo’n veel voorkomende naam had, hier dus wel. Leuk! Even later worden Paul en ik door hen op de foto gezet. We laten hier ook even de batterij van het fototoestel opladen en doen de afwas van twee dagen in het toiletgebouw. Water en zeep zijn hier volop aanwezig. We worden al echte zwervers. Na deze pauze vervolgen we onze weg omhoog naar de Ngorongoro krater. De aarde wordt steeds roder en roder en de weg steeds steiler. Op een gegeven moment wordt het mistig en gaat het ook nog regenen. We rijden inmiddels in de wolken. Na een poos is er een parkeerplaatsje en Paul zet de Jeep stil. We stappen uit en het blijkt dat we op de rand van de krater staan. Ik weet niet of jullie al eens op een kraterrand gestaan hebben, nou ik niet, dus je kan mijn verbazing wel voorstellen denk ik. Ik zag een hele grote diepe wijde kom. Ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Onderin moet heel veel wild lopen, maar dat is met de verrekijker, laat staan met het blote oog niet te zien. Zo diep. De bodem van die krater is dus een eldorado voor wilde dieren. En wij mogen daar morgen tussendoor rijden. Ik kan mijn geluk niet op. We gaan de camping opzoeken, Simba A, en zetten hier onze tent op. Hier staan veel meer tenten dan op de vorige camping. 's Avonds komen er nog veel groepen. Ze komen dan met Jeeps en een grote bagage wagen die ook vaak een volledige keuken heeft. Met voldoende personeel voor de tenten, het koken en zo. Dat moet toch een vermogen kosten. Nou, ik vind dat wij het prima voor elkaar hebben. Kunnen gaan en staan waar we zelf willen en hoeven niet met de meute mee te doen. Maar ik begrijp dat het zonder Paul haast onmogelijk zou zijn om dit te organiseren. Want ik had van te voren niet kunnen bedenken wat je allemaal moet meenemen. Je kunt hier niets kopen, er zijn gewoon geen winkels meer in de rimboe en je moet volledig selfsupporting zijn. Survivelen.Die nacht worden we geconfronteerd met regen en we hebben een uitstekende tent om muskieten tegen te houden maar het is geen waterdichte tent. Paul knutselt een extra dak van een zeil, meegenomen uit Nederland, speciaal voor als dit zou gebeuren tussen de auto en een eind over de tent. Dit houdt een hoop water tegen, maar niet alles. 's Nachts moeten we regelmatig rondom het bed dweilen. Gelukkig zijn de matrassen die we van Jesse meekregen hoog genoeg om niet helemaal nat te worden. Ik vind het overigens heerlijk dat het wat minder heet is. Neem de regen voor lief. 's Morgens staan we vroeg op en laten de tent met alleen de matrassen op de camping staan. Kan dat drogen. We gaan op aanraden van de kampbeheerder naar het toeristenbureau om een gids te regelen. Is verplicht! Kut!Maar er is niemand bij het toeristenbureau, dus toch maar verder naar de gate (parkingang). Daar aangekomen vertelde ze dat we verplicht een gids moesten hebben. Later hoorden we dat niemand die wij kenden dit gelukt was, maar Paul begon te kletsen met die mensen en na een klein half uurtje, je moet er toch de tijd voor uit trekken, had hij hen overtuigd dat hij een gids was. Wij mochten zonder gids het park in. Ook deze dag werd een geweldige ervaring. Na een hele steile weg naar beneden de krater in kwamen we opeens door de wolken oog in oog met dit natuurgebied. Prachtig. De weg ging nog vele honderden meters steil naar beneden en tenslotte reden we op de bodem van de krater. Hier hebben we weer zoveel wild gezien, prachtig. Toen we na een poosje naar de picknickplaats reden om er thee te zetten en een ontbijt te maken zat er opeens een aap in de raamopening van onze jeep. Ik schrok me een hoedje en begon met ksst ksst de aap duidelijk te maken dat hij dit toch niet moest doen. Daarna snel de ramen van de auto dicht gemaakt. Later hoorde ik van andere gidsen dat deze apen dit vaak deden, dus oppassen met je spullen. Komen ze in de auto gaan ze er met van alles vandoor en maken een bende in de auto. Ik heb mijn wandelstok ter hand genomen om mijn spullen te verdedigen. Het hielp. We hebben die dag toch nog boterhammen gekregen. Hier zagen we weer zoveel soorten wild, weer veel te veel om op te noemen. De concentratie was niet zo hoog als bij het park Tarangire. Oktober bleek bij uitstek de tijd voor dat park te zijn. Dit park vond ik vooral prachtig door dat je hier in een hele grote krater reed. De avond brachten we weer door op de camping hoog op de kraterrand. Het weer werd iets beter dan de nacht ervoor, maar toch hield Paul er rekening mee dat het 's nachts zou gaan regenen. Met zijn machete hakte hij een hele grote tak en maakte hiervan met het extra stuk zeil een dubbeldaks tent. Intussen maakte ik een driegangen menu klaar op een pitje en hebben we heerlijk gesmuld. Ik was blij dat ik inmiddels weer wat eten binnen kon houden. Achteraf duurde dit niet zo lang want ik heb de toilet 's nachts weer moeten bezoeken. Gelukkig bleef het daarbij. De volgende dag reden we naar de Serengeti. Het gebied rond de Ngorogorokrater sluit aan op de Serengeti. In de Serengeti heb je de Oldival kloof. Geologen onder jullie weten dat hier de oudste menselijke schedels gevonden zijn alsook versteende voetafdrukken van een man, vrouw en kind. We zijn naar het museumpje gereden en hebben daar uitleg gekregen hoe al die prachtige natuur is ontstaan in al die miljoenen jaren die voor ons liggen. Ook waar het kamp waar de Leakyfamilie onderzoek gedaan heeft geweest was. We zagen dat er van hieruit ook een route door die Odival kloof was en wilden die graag nemen. Maar ja zonder gids mocht dat natuurlijk niet. Inmiddels werd dit voor Paul een spelletje om net zo lang te lullen tot wij er zonder gids in mochten. En ja hoor het lukt ook deze keer. We hebben weer heel wat foto's gemaakt. De weg door deze kloof leek wel een opname uit de Parijs-Dakar rally, het zand was zo mul, je moest er flink de vaart in houden om niet vast te komen zitten. Paul heeft er inmiddels heel veel landroverkilometers op zitten, het lukt ons zonder mankementen door dit gebied te komen. Nu snap ik pas waarom al die landrovers en Jeepjes een snorkel hebben. De lucht die de motor nodig heeft wordt hoog uit de lucht gehaald zodat er geen zand in de motor kan komen. Even zijn we gestopt bij een prachtig natuurverschijnsel, de shifting sands.Dit verschijnsel moet op meer plaatsen op aarde voorkomen, maar ik had er nog nooit van gehoord. Shifting sands is een berg zand met een andere kleur, zwart, dat door de wind per jaar 17 meter verplaatst maar precies dezelfde vorm houdt, een hoefijzervorm. De wind waait het zand weg, maar door deze vorm ontstaat er achter de berg een soort tegenwind of onderdruk en wordt het weggewaaide zand weer neergelegd. Op het oppervlak van die zandberg zie je van die golfjes die je ook wel eens bij ons op het strand ziet. Hier komen we met een Engels stel aan de praat en binnen een mum van tijd gaat het over zeilboten. Deze mensen hebben jarenlang gevaren op de Middellandse zee en hebben sinds kort hun boot in Zeeland liggen. Klein wereldje. Vind je niet. Later komen we ze weer tegen bij de gate. Hun chauffeur vraag Paul zijn emailadres. Op de vraag waarom zegt hij dat hij het wel ziet zitten als Paul hier als gids en chauffeur komt werken. Toevallig had die Paul andere plannen en er wordt niets uitgewisseld.De Serengeti is weer een heel andere natuur dan we tot nu toe gezien hebben. Hele grote vlaktes met bergruggen. Een soort tafelkleed wat hier en daar niet glad gestreken is. Ook zie je hier veel ‘kopjes’. Kopjes zijn bergen kiezelstenen. Niet van die kleintjes waarmee ze in Nederland hunebedden gebouwd hebben. Maar waar je een huis op of tussen kunt bouwen. Dit zijn dan de broodkruimeltje om even in dezelfde vergelijking te blijven. De dieren die we hier zien zijn ook de dieren die we al in de Ngorongoro en in Tarangire tegen kwamen.Het begrip zebrapad heeft voor ons inmiddels een heel andere betekenis gekregen. Wat we nog niet eerder gezien hebben en voor Paul de eerste keer in real life zijn cheeta’s. Twee dieren lijken op jacht te zijn. We hebben hier zo’n anderhalf uur naar gekeken. Helaas zagen we ze geen prooi vangen. Maar prachtig om ze door dit Afrikaanse landschap te zien bewegen. Vandaag gaan we luxe eten. In de Seroneralodge. We genieten van een koud pilsje van de zonsondergang en zien hoe snel het donker wordt op de Afrikaanse savanne. Wat een prachtig uitzicht hier en wat een luxe zo midden in de Serengeti. En dan moet dit nog de eenvoudigste lodge zijn. Als ik nog ooit zou gaan trouwen zou ik hier de huwelijksnacht willen door brengen. Maar even voor de duidelijkheid: reken er maar niet op dat dit ooit gebeurt. Ik geniet wel van het luxe eten en de Afrikaanse life muziek. We brengen de nacht door op een camping in het centrum van de Serengeti, De Pimbecampsite. ’s Nachts horen we ver weg leeuwen brullen en Paul hoort ook een kudde zebra’s of gnoes voorbij komen. Ik word alleen .wakker van het rommelen van mijn darmen en als ze dan ook nog hoorbaar geluid maken kan ik met behulp van een flinke zet door Paul net op tijd de tent uit komen om te doen wat ik moet doen. Getver, viert die Afrikaanse darmflora nog steeds feest. Gelukkig kan ik hierna nog even slapen maar voor dat de zon opkomt maak ik het pannetje schoon. Vandaag gaan we naar de westgate en zullen dan de natuurparken achter ons laten om niet toeristisch Tanzania te gaan bezoeken. Op weg hierheen zien we aan de kant van de weg een auto staan met zichtbare autopech. De auto heeft nog maar drie wielen en een krik. We zien hier mensen in zitten en ze vragen of we drinkwater hebben. Gelukkig voor hun kunnen we een paar liter missen. Wegenwacht bestaat hier niet maar is ook niet nodig. Hun probleem wordt op een typisch Afrikaanse manier opgelost. De autoband is met een tegenligger meegegaan naar een garage. In die garage wordt de band geplakt en wordt de band meegegeven aan de eerstvolgende die weer deze kant op komt. Geweldig toch deze samenwerking. Bij een rivier komen we ‘mijn’ eerste krokodillen tegen. Ze liggen in het water te genieten van de zon. Ze vallen amper op door hun stoffig grijze kleur tussen boomstronken met dezelfde kleur. Echt actief zijn ze niet. We komen twee uur te laat aan bij de west-gate en na wat heen en weer gepraat moeten we wat bijbetalen. Vannacht hebben we onze eerste hotelovernachting. Tot zover de story over African animals en onze ervaring hiermee. Volgende keer denk ik dat we wat meer te vertellen hebben over de menselijke bewoners en het niet-toeristische Tanzania. Groetjes. Mariëtta