Nieuwsbrief augustus 2006

afbeelding van Mariëtta

Het grondgebied waar wij ons nu bevinden is volgens de legende door de Schepper toe gewezen aan de duivel: Para tí (voor jou). Aanvankelijk woonden hier Guaianá-indianen, de Portugezen bouwden hier een kapel (rond 1600) en zeggen hiermee het grondgebied heroverd te hebben van de duivel. Volgens mij hebben ze indianen van hun plekje beroofd.

We gaan in Paraty aan wal via een betonnen pier die uitkomt in het centrum van het historische stadje. De straten bestaan uit knobbelige stenen waar veel modder tussen zit. Er is ook een loopplank over de straat van de ene stoep naar de andere. Als ik op de loopplank sta zie ik de straat uitkomen bij de rivier. Daar zie ik iets soortgelijks, een loopbrug over de straat, dus de straat loopt uit in de rivier ofwel de baai. Kijk maar eens op de foto. Als het water hoog is kom het water de stad binnen. Daar moet ik meer over te weten komen.

Net als anders wanneer we in een nieuw gebied komen vinden we uit waar de supermarkt is, de bakker, het internetcafé en waar we lekker kunnen eten por quilo. Toch is het nu anders dan anders, want we hebben een gast. Na een paar dagen kennen we de weg in deze nieuwe omgeving. In het toeristenbureau horen we van een heel oud pad uit de tijd dat de indianen hier het land bewoonden en wat liep van wat nu Minas Gerais heet tot hier. Een trail van 1500 km. Toen de Portugezen hier kwamen plunderen is via deze weg heel veel goud vervoerd en op schepen geladen. Daarom is het stadje Paraty ontstaan. Het ligt hiervoor gunstig in deze kalme baai. Dat het zeewater hier door de straten kan lopen is ook uit die tijd. Er was toen nog geen riolering. Mensen gooiden al hun afval er uitwerpselen op straat. Twee keer in de maand als het springtij is komt het water zo hoog dat het alle straten weer schoon veegt. Daar is over na gedacht. Niet? Maar om even terug te komen op dat oude pad. Er is niet veel van terug te vinden. Door aardverschuivingen is het meeste bedolven. Maar nu is een deel ervan gerenoveerd. Heet nu Caminha do Ohro. Dat deel hebben wij gelopen. Het is een pad dat hoog de bergen in gaat. Na een paar uur klimmen komen we op de eerste top waar we een prachtig uitzicht hebben over de omgeving. Als mijn ogen ver genoeg konden kijken zou ik zelf de boot in de baai kunnen zien liggen.

Als we weer terug op de boot zijn worden we door Nieuw Zeelanders uitgenodigd op een biertje. Jan van de kiwiboot is eigenlijk een Nederlander maar vertrok op zestien jarige leeftijd naar Nieuw Zeeland. Een andere Nieuw Zeelands stel komt ook. Beide kiwi’s zijn het botenbouwers. En dat is te zien aan hun schepen. Nog nooit zulke mooie boten gezien. En ook zo doordacht van praktische technische snufjes. Ik zal enkele dingen noemen. Vacuümmeter op de brandstofleiding zodat je ziet wanneer je de brandstoffilters moet vervangen. Heel handig als je steeds diesel moet tanken met onbekende kwaliteit. Een van die boten kan het complete dek gebruiken als wateropvang. Indien gewenst kan elk regenbuitje gebruikt worden door de kranen naar de tanks open te zetten. Met zeilen kan alles vanuit de kuip bediend worden, tm rif 4. Geen geklooi op het voordek. Heel praktisch bij 40 knopen wind of meer. Van hen krijgen we nog meer tips voor Patagonië. Over het aantal lange lijnen. Dat ze drijvend moeten zijn omdat ze anders het wier mee omhoog trekken. Dat je snel moet zijn met je bijboot om vier lijnen uit te brengen naar de wal als je daar voor anker gaat. Dat het water er erg koud is maar je moet er toch soms in springen om je lijn om een rots te binden. Dat dan een rubberen broek met laarzen eraan vast die vissers ook gebruiken heel handig is. Dat waterdichte handschoenen geen overbodige luxe zijn. Het duurt nog even voor wij in Patagonië zijn, dus we hebben nog de tijd om een en ander te scoren. Voorlopig zijn we daar nog niet maar ik krijg er wel steeds meer zin in. Het is er prachtig. Waar ik niet zo’n zin in heb is de pakken wind die we er ook zullen krijgen. Daar hebben we nog steeds niet veel ervaring mee. Maar alles op zijn tijd. De kiwi’s zijn ook de Thalasse en de Zwerver tegen gekomen. Wij hebben Thalasse II een tijdje gevolgd via hun verhaaltjes op de site van Zeilen omdat wij ongeveer dezelfde route kiezen. Als de Nieuw Zeelanders beginnen te geeuwen vertrekken we gedrieën naar de Nije Faam waar we nog even lekker van de Braziliaanse cognac nippen.

Heb ik dat al eens wat verteld over de drankprijzen hier? Sterke drank is hier goedkoper dan wijn. En niet een beetje. Een fles cognac, en echt goede kost R$7. (1€ = 2,75 reaal) Voor een fles Chileense of Argentijnse wijn (Braziliaanse is echt goor) betalen we minstens R$ 18. Het nationale drankje in Brazilië is Cachaça. Het wordt gestookt van suikerriet. En is te koop van af R$3. De betere op eikenhout gelagerd kosten wat meer. Van die Cachaça worden mixdrankjes gemaakt met ijs, fruit (meestal limoen) en mintblaadjes. Dan heet het een Caipirinha. Dat is lekker. Annemiek en ik nemen er vaak een als we op weg naar huis zijn. Na een drankje kunnen we nog rechtop lopen. Na twee begint Paul te mekkeren. Dan maken we teveel herrie zegt ie dan. Hij mekkert ook al bij de afwas: “Het valt me op dat we tegenwoordig van alles drie dingen in de vaat hebben”, haha. Als tegenprestatie naait Annemiek een nieuwe kont in zijn broek. Hij ook gelukkig.

De tijd dat Annemiek hier is loopt ten einde en ik reis met haar naar Sao Paolo van waaruit zij terug vliegt naar Nederland. Hiervoor nemen we de nachtbus en zijn al vroeg op het vliegveld. Daar neem ik afscheid en kan dan dezelfde dag nog een bus terug nemen naar Paraty. Wat zijn die drie weken snel omgevlogen. Gezelligheid kent geen tijd.

We vertrekken pas vanaf Paraty als het springtij is geweest. Paraty lijkt nu meer het Venetië van Brazilië. Prachtig. We gaan een paar dagen voor anker in een goddelijk baaitje en doen helemaal niks behalve lezen en af en toe in het water plonsen. Tijdens het snorkelen kom ik een vreemde vis tegen. De vis beweegt zich vlak boven de bodem, echt zwemmen als een vis kan ik niet zeggen. Hij is zo’n 30 cm lang, heeft brede strepen in schutkleuren, grijs-beige. Maar wat ik zo bijzonder vind aan deze vis is dat het lijkt dat hij vleugels en armpjes heeft. Die uitsteeksels komen net achter zijn kop uit zijn lijf. Met zijn ‘armpjes’ schuiert hij wat over het zand en met zijn ‘vleugels’ beweegt hij zich door het water. Weet iemand wat dit voor iets kan zijn? Is het een missing link? Paul haalt met zijn machete nog twee bamboepalen van 10 meter uit het oerwoud. Daar speelt hij mee. Wat is hij toch lekker speels. Heerlijk. Van wie heeft hij dat eigenlijk? Paul is eigenlijk continue op zoek naar dingen die ons leven aan boord gemakkelijker maken. Uitvinder wordt je niet, je bent het.

We gaan terug naar Angra om ons uit te schrijven uit Brazilië en waar nog meer bestelde verstaging aan moet komen. Na een paar dagen is onze bestelling er. We gaan nog een paar dagen voor anker voor we de baai van Ilha Grande uit varen. Paul vervangt nog twee kleine stagen die hij niet helemaal vertrouwd. Ik ga goed door mijn klerenkast. Op onze boot wordt alles wat op elkaar gepakt zit toch wat muf na verloop van tijd. Zal ook wel door het vochtige klimaat komen. Alles wordt gelucht en een en ander weggegooid. Een paar t-shirts die er eigenlijk niet meer uitzien maar qua model zo lekker zijn geef ik een verfje.

In Angra kocht Paul een verfspuitcompressor. Hij levert 2,6 bar. Met wat slangen knutselt hij onze ademautomaat aan het apparaat en duikt dan onder water om het onderschip te reinigen. Ik ben stand-by, houd een touw wat vast zit om zijn middel vast om hem meteen omhoog te trekken als de compressor zou stoppen. Enthousiast komt hij weer boven. Dit werkje kost nu veel minder tijd. Ideaal.

We gaan weer het grote zoute water op en beetje bij beetje zuidwaarts. Na een dagje varen komen we aan bij een onbewoond eilandje. We maken er een wandeling, zien varanen en heel veel grote blauwe vlinders. Paul hakt een bananenboom om. Met een stang bananen op het achterdek en een paar visjes gescoord bij een visserman komen we aan bij een volgend eiland, Ilha dos Porcos, lokaal beter bekend als Ilha Anchieta. Het is een voormalig gevangeniseiland. Na een opstand in 1958 is het complex terug gegeven aan de jungle. Het eiland is nu een natuurpark. Er is een project voor zeeschildpadden, We zien capibara’s en ook nog wat kleinere knaagdieren op het strand. We worden gewaarschuwd om niet van de paden af te gaan omdat hier cobra’s zijn. Daar hebben we voor uitgekeken natuurlijk en helaas geen gezien. Nou ja, helaas…

Gisteren zijn we aangekomen in Saco da Ribeira. Sinds lange tijd zien we enkele naaldbomen, zomaar op een helling waar ook palmbomen en bamboe te zien is. Overgangsgebied? Ik weet het niet. Saco de Ribeira is aan de vaste wal, en hier zijn geen capitania’s. We kunnen hier als illegalen op ons gemakje wat boodschappen doen. Er is zelfs internet, bij een benzinepomp. Jaja, die combinatie is ondenkbaar in Nederland. De wind zit even tegen en we wachten hier op een volgende periode met gunstige wind. Op de gripfiles zie ik dat al aan komen.

Wanneer we in Uruguay aan komen weet ik niet. Nu we uitgeschreven zijn lijkt er wel een last van ons afgevallen te zijn. Die druk van het einde van ons visum. Aanvankelijk was ik van plan om eind september naar Nederland te gaan voor een kort verlof, maar ik denk dat dat er niet in zit. Helaas. Wanneer wel? Ik weet het niet. Paul is van plan eind oktober te gaan. Ik hoop dat we dan ergens zijn waar we een paar maanden kunnen blijven. Reizen is leuk, maar af en toe op een plek blijven ook.

Iedereen de hartelijke groeten, ik hoop voor jullie dat Nederland nog een mooie nazomer heeft. Maar vergeet het centenbakkie niet. Want ook de orgelman is maar een mens.

Mariëtta, 30 augustus 2006

Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.

Volgende keer meer