Nieuwsbrief juni 2006

afbeelding van Mariëtta

In Nederland is alles oranje gekleurd. Hier alles geel met groen. Copa do Mundo waar je ook kijkt. Tussen alle voetbalwedstrijden door werken wij ook door. We schrijven onze verhaaltjes, bewerken foto’s en plannen de tocht verder naar het zuiden. Het is hard werken. Daarom waren we ook aan vakantie toe.

Jullie zijn toch altijd op vakantie?
Dat horen we vaak.
|Ons leven aan boord van het schip is ook werken. Alle dagelijkse dingen die je in Nederland doet doen wij hier ook. Boodschappen doen, kost veel tijd. Ga je in Nederland altijd naar dezelfde Albert Heijn of C-1000. Hier is het steeds weer zoeken naar een winkel die net datgene heeft wat we nodig hebben. Ik ga niet klagen hoor. Maar veel dingen kosten als je op een schip woont veel tijd. De was gaat niet in de wasmachine maar alles wordt op de hand gewassen. Bij voorkeur wanneer het veel heeft geregend. We gebruiken het regenwater wat in de bijboot is gekomen graag voor de was. Het is zacht water. Toen we net begonnen waren met deze reis kreeg ik vaak blaren op mijn handen. Nu zijn die handen gehard door het vele schuren en wringen. Ik doe dat werkje graag hoor, liefst op het voordek en kijk dan tussen het soppen, schuren en spoelen lekker om me heen. Zin in een pizza? Ja, lekker. We hebben geen kant en klare pizza in de diepvriezer. Eerst moet deeg gemaakt worden voor de bodem. Het succes begint bij de bodem. Dan wordt er een vulling gemaakt. En als dan alles in de oven zit en de boot geurt naar een Italiaans restaurant staat er een flinke afwas. Geen vaatwasser. Gelukkig is de afwas iets wat Paul altijd fluitend en zingend doet.

Dus wij zijn soms ook toe aan een vakantie.
Jullie komen toch een of twee keer per jaar naar Nederland?
Ja, dat is waar, maar dat lijkt meer op een werkvakantie. Dat noemen we maar verlof. We zijn dan even op verlof om alle sociale contacten weer eens aan te trekken. We worden ook daar doodmoe van. Dit wordt een vakantie voor ons samen.

We nemen de bus naar Lençois. Lençois is een klein stadje in het Chapada Diamantina. Chapada Diamantina is een gebergte in de staat Bahia. Hier werden vroeger en misschien nu ook nog wel eens diamanten gevonden en trok veel mensen op zoek naar ‘geluk’. De bustocht duurt 6 uur. Nieuw landschap trekt onze aandacht. We zien bossen van bamboe. Velden met gewassen als gember en ananas. Andere vogels. Kopjes (huizenhoge kiezelstenen). En dan komt het Chapada Diamantina met zijn bijzondere bergen, tafelbergen in zicht. Het lijkt of we in een western terecht komen. Als de bus stopt is het al donker. We zoeken Pousada dos Duendes. Een budget-hotelletje uit de Lonely Planet. Het ligt aan de rand van het dorp, aan een riviertje tussen veel groen. Daar aangekomen blijken we de enige gasten te zijn. Na nog een biertje in het stadje proberen we de slaap te pakken. Dat valt niet mee, het is benauwd vochtig en de lakens op het harde bed zijn van polyester. Zweten dus. Na het ontbijt zoeken we een andere Pousada en als die gevonden is verhuizen we naar een kamer met katoenen lakens en een tv met afstandbediening. Wat een luxe. Het is nog goedkoper ook. Het weer is prachtig en we maken onze eerste wandeling. We lopen, of springen, over de stenen een rivier omhoog, baden in grote poelen en drinken een biertje bij een ondernemertje dat een koelbox met koud bier omhoog gesjouwd heeft. Dan vallen we na een lekkere maaltijd goed in slaap. De Pousada waar we nu zijn, Nossa Casa, ligt midden in het stadje en daardoor is het waarschijnlijk veel droger dan bij Dos Duendes. Morgen is het zondag en hebben zin om eens lekker uit te slapen. Helaas komt dat er niet van want om zes uur, het is net licht, komt er een drumband voorbij. Hebben wij weer. Maar goed. Na een lekker ontbijtje trekken we onze wandelschoenen aan en gaan op zoek naar een paar watervallen. De tocht is verder de rivier omhoog en na een behoorlijke klim is het lekker uitrusten bij de cachoeira (waterval). Bij de volgende cachoeira trekken we onze kleren uit en genieten van een weldadige watermassage. Opgefrist klimmen we tot we boven op de berg zijn en lunchen we met een adembenemend uitzicht. Tussen wat kiezelsteentjes vindt Paul ineens een steen die bijzonder mooi schittert. Zou dit een…..? Je weet het niet. We vinden er niet meteen nog zo een. Het zou best een diamant kunnen zijn. Als ik dat hoor leg ik meteen alles vast op de gevoelige plaat. De vindplaats, het moment, de diamant. Zijn we nu rijk? Wauw.
Na een poosje vinden we nog meer glinsterstenen. We concluderen dat het dan wel geen diamanten zullen zijn maar bergkristal is. Ook mooi. Met de gedachten aan diamanten zijn ook de dollartekens verdwenen.
Zo genieten we nog een paar dagen van de omgeving en het berg klimmen tot mijn knieën pijn gaan doen. Om niet te forceren besluiten we een excursie te nemen via een reisbureautje. Een jeepje met nog drie andere toeristen brengt ons naar een omgeving die we te voet niet hadden kunnen bereiken en we zien nog meer (en grotere)watervallen, tafelbergen en grotten. Een tafelberg in de vorm van een kameel met de toepasselijke naam Morro do Camelo wordt door ons beklommen. In gedachten zie ik in het landschap cowboys in gevecht met indianen. Dan mogen we ook nog een grot zien waar we meer dan een kilometer in het aardedonker achter een gids met een stallantaarn lopen. Onderweg staan we steeds even stil als er druipsteenformaties te zien zijn. Het is gruto Lapa Doce, en onderdeel van een enorm grottenstelsel met een diameter van meer dan 25 km. Veel hiervan is nog voer voor speleologen. Na een heerlijk weekje nemen we de bus terug naar huis.
We hadden de boot in Aratu gelegd omdat deze plaats erom bekend staat dat je je boot er veilig achter kunt laten. We ontmoeten hier een Duits stel wat we ook al in Recife hadden ontmoet en hebben met hen een gezellige avond met een etentje in Iate Club Aratu. Als de lucht rood kleurt van de ondergaande zon laten we ons met een watertaxi naar de boot brengen. Alles is wel aan boord.
Nu we deze vakantie achter de rug hebben willen we de baai zo snel mogelijk verlaten om verder naar het zuiden af te zakken. In juli komt mijn zus Annemiek aan boord en dan willen we zo dicht mogelijk bij Rio de Janeiro zijn.
Eerst water innemen. Dat doen we in Itaparica want daar komt bronwater uit de kraan. Hier zien we hier Ed en Sophia liggen, met hun zelfgemaakte boot: Argo. We hadden hen in Salvador al ontmoet en uitgenodigd op Pauls verjaardag. Het is een berengezellig stel. Ze willen eigenlijk vertrekken naar Salinas, een vrij onbekend maar idyllisch ankerplekje, maar als ik met twee vissen zwaai en ze dreig te gaan roken besluiten ze nog even te blijven. Het wordt een laat avondje waarbij iets te diep in het glaasje gekeken wordt. Maar wat hebben we een plezier gehad. De volgende ochtend vertrekt Argo naar Salinas, wij zullen ze volgen maar eerst wil ik mijn kater van boord schoppen. Tegen de avond zijn wij ook in Salinas waar we ene Jan ontmoeten. Jan is een oud zeeman, voer voornamelijk van Nederland naar Brazilië en ontmoette daar zijn vrouw. Nu heeft hij drie volwassen Braziliaanse kinderen, is met pensioen, en vaart in de winter noordwaarts en in de zomer zuidwaarts langs de Braziliaanse kust met zijn Jamaluce II. Hij kan ons veel vertellen van plekjes die de moeite waard zijn. Alle kaarten die we hebben worden geraadpleegd en staan nu vol aantekeningen. We zien bij Jan aan boord veel handigheidjes zoals een grilpan die ook als pizza oven dienst kan doen, een overhevelslang om zelf gasflessen te kunnen vullen (in NL verboden), een filter om elk soort water te kunnen innemen, zelfs regenwater en nog veel meer. Dat willen we ook aanschaffen. ´s Middags zien we Jan met zijn bijboot een heel eind het water op roeien richting vissers. Na een uurtje komt hij terug met een emmer vol makrelen. Als we vertellen dat we ze willen roken kiepert hij de halve emmer leeg in onze kuip. Die avond wordt het een schranspartij samen met Ed, Spohie en Jan. Met Sophie wissel ik nog veel wetenswaardigheden uit op het gebied van koken. Zij vaart al een half leven op boten en heeft veel recepten uit allerlei landen. Ed kan het goed vinden met Paul, ik hoor veel Amsterdamse humor.
We nemen afscheid van onze medelanders en gaan terug naar Salvador om uit te klaren.
Rio ligt in een andere staat dus we hebben weer uitreisstempels nodig.
Eerst gaan we naar de Policia Federal om ons visum te verlengen. Na een uur wachten zijn we aan de beurt. Om de kosten van de verlenging te kunnen betalen moet er een rekening uit de computer komen die in een volgend gebouw staat. Is dat handig? We komen met geprinte rekening terug en wachten bij de bank om te betalen. Slaat de computer van de bank op tilt. Na nog een uur wachten krijgen we honger en we vertrekken. Waar we lunchen zijn ook banken en daar werkt de computer wel. Met betalingsbewijs terug naar de Policia Federal en dan wordt ons visum verlengd tot 18 september. Dan moeten we nog naar die Bullebak Sera Seca en de Captinania dos Portes. Het is een klus waar we een hele dag mee bezig zijn.
De wind is nog niet gunstig genoeg, bovendien speelt Nederland zijn eerste wedstrijd dus we vertrekken niet meteen.
Op naar het zuiden. We willen naar Morro de Sao Paolo, een tocht van 30 mijl. Is goed te doen in een daglicht. We hebben voor het eerst onze reis harde tegenwind en moeten kruisen. Met dat kruisen worden we door de stroom steeds flink achteruit gezet zodat we met elke slag van een uur niet meer dan 2,8 mijl dichter bij ons doel aan komen. Het is pikkedonker als we ons anker laten vallen. We liggen langs een eiland waar het hard stroomt tussen twee andere boten in. Midden in de nacht horen we de buurman brullen. Bij het keren van het tij raken we bijna zijn boot. Dus weer anker op en een stuk verder van de wal het anker er weer in. De ketting wordt verlengd met een stuk ankertouw. Dat is nodig. Als we weer stevig achter ons anker liggen is de slaap dichtbij. Wat een dag. De volgende ochtend nemen we de omgeving goed in ons op. We liggen in een deltagebied, een soort van Biesbosch met veel eilandjes en kreken.

We verkennen Morro de Sao Paolo. Het is een eilandje voor zonaanbidders. Er zijn geen auto´s, paadjes zijn onverhard en bestaat uit prachtig schelpenzand. Op de bergtoppen is de jungle, hier onderaan zien we de ene bar na de andere. Veel romantische pousadas. Een eiland voor een honeymoon. We zien stoere jongens surfen op hoge golven. Op het strand lopen mensen met kruiwagens vol bananen. Als je van een tropische standvakantie houdt moet je beslist hier wezen. Overdag zwemmen en zonnen. De hele nacht dansen en drinken aan het strand. Slapen in de hangmat.

Valença is een stadje wat beslist de moeite waard is om te zien. We nemen de snelle ferry die ons er in een half uur brengt. Hier worden nog schoeners gebouwd zoals dat vijf eeuwen geleden ook zo gebouwd werd. Voor de film 1492, over de reis van Christoffel Columbus, werd hier het Spaanse galjoen La Niña gebouwd. Op een markt koopt Paul een mini tv-tje om geen wedstrijden van het W.K. te hoeven missen. Paul is ´s avonds druk bezig om een antenne te maken.

We willen weer verder naar het zuiden. Annemiek komt over 4 weken en Rio is nog ver. Het volgende stuk is naar Camamu, ook een 30 mijl. We vertrekken heel vroeg. Ook nu hebben we flink wind en stroom tegen. Het is weer donker als we de rivier op varen. Gelukkig hebben we een GPS en waypoints, anders was het geen doen. Ik sta anderhalf uur op de punt van de boot met de zaklamp te zoeken naar onverlichte boeien. Alles gaat goed. Leuk is het niet zo tegen de wind op te boxen. We besluiten dit ook niet meer te doen. Als we Rio niet op tijd halen neem ik de bus om Annemiek daar volgende maand op te halen.

Om aan zijn dagelijkse beweging te komen neemt Paul vaak de bijboot om een eind te roeien. Een keer komt hij vrij snel terug, waarom weet ik eigenlijk niet, ik denk dat de stroom te veel de verkeerde kant op stond. Of er was weinig om naar te kijken. Dan maar in de mast klimmen. Blijf je ook soepel bij. Later blijkt deze oefening een geluk bij een ongeluk.

Als Paul in de mast klimt om een beetje rond te koekeloeren ontdekt hij dat twee onderste zijwant stagen van de grote mast niet best meer zijn. Van de 19 tieren die een stag heeft zijn er al vier of vijf gebroken. Een tegenvaller. Als de stag breekt kan de mast overboord gaan. Dan kunnen we in grote problemen komen. Belangrijk dus. Paul maakt met kabelklemmen en dynema touw een noodreparatie. Zo kunnen we geen honderden mijlen gaan varen. Wat te doen. We besluiten terug te keren naar Salvador. Daar kunnen we benodigde materialen bestellen, hier in the middle of nowhere is dat lastig. De wind is gunstig en we vliegen in 11 uur ruim 60 mijl terug naar het noorden. Paul maakt meteen een afspraak met een winkelier en die komt ’s middags al aan boord om een en ander te bespreken. Het is hem duidelijk dat we de materialen snel willen hebben omdat we zodra de wind weer gunstig is we acuut richting Rio willen zeilen. Intussen breng ik Annemiek op de hoogte van onze situatie. Wellicht kan ze informeren of het mogelijk is haar ticket om te boeken. Stel dat we lang moeten wachten op nieuwe verstaging. Rio de Janeiro is ruim 800 mijl naar het zuiden en vaak komt daar ook de wind vandaan. Stel dat ze kan omboeken in geval van… dan haalt dat bij mij in ieder geval druk van de ketel.

De vertegenwoordiger gaat alles op alles zetten om de spullen snel in Salvador te krijgen. De volgende dag belt hij dat de onderdelen er over drie dagen zullen zijn. Alles wordt per express verzonden. We wachten af, zeker weten we het pas als de onderdelen er ook zijn.

In Salvador zien we onze oude bekenden medelanders en het wordt weer een gezellige boel. Nederland speelt tegen Argentinië en we besluiten gezamenlijk de wedstrijd te gaan bekijken op een terras tezamen met veel Brazilianen. In de pauze trakteer ik de mensen om me heen met echte Hollandse rookworst en Amsterdamse uien. Eigenlijk had ik dit voor een doelpunt willen bewaren maar bij gebrek aan….. Nederland Argentinië blijft 0-0. Niet verkeerd.

We worden opgebeld door Marcello, de vertegenwoordiger van een bootshop in Aratu en hij verteld ons dat een deel al aangekomen is en morgen de rest komt. Het gebeurt zoals hij beloofd en Paul kan de volgende dag aan de slag. Na een dag hard werken is de klus geklaard. Wat zouden wij toch veel tijd en geld kwijt zijn als Paul niet zo handig was en alles zelf kan repareren? Om ons zien we veel mensen die wachten op onderdelen en klusjesmannen, zij kunnen dit niet zelf. En iedereen heeft wel eens wat aan zijn boot.

Wel eens wat? Als je zo’n reis als wij maken maakt ben je voortdurend bezig met repareren van dingen die kapot gaan. Een ditje, een datje, grote klussen, kleine klussen, er is altijd wel wat dat aandacht verdiend. Zo’n boot lijkt wel een mongool. Je houdt er toch van.

Stagen gerepareerd, nu weer wachten op goede wind naar het zuiden. We hoeven gelukkig niet lang te wachten. Zodra de wind goed is vertrekken we en in twee dagen zijn we ruim 200 mijl dichter bij Rio.

We komen uit bij Santo André. Een moeilijke aanloopwant we moeten tussen riffen door manoeuvreren recht op het strand af en dan achter twee paar riffen, tussen zandbanken door naar een ankerplek. Maar als we er eenmaal liggen, liggen we er als een vorst. We kijken zo over de riffen uit op de Atlantic en liggen recht voor een restaurant.

Ik zie het weer zitten dat we op tijd in Rio kunnen zijn. Hoe zuidelijker we komen, hoe vaker er een depressie voorbij komt waar dan een paar dagen van kunnen genieten. We leren veel over de lokale weersystemen. Dat we zuidelijke wind krijgen als de depressie voorbij trekt. Dat we dan ook vaak geen regen krijgen. En dat de winden tegen de klok in ruimen. Is toch anders dan op het noordelijke halfrond. Zo gaat ook de zon niet door het zuiden maar door het noorden naar het westen. Even kijken of het water in de wc ook de andere kant om draait. Het water draait als je er boven op kijkt rechtsom door de pot de afvoer in. Hoe is dat bij jullie?

Terwijl we vertrokken uit Salvador speelde Nederland tegen Lissabon. Jullie weten allemaal wel hoe dat afliep. Is het oranje ook al overal verdwenen? Nou hier is het nog een mooie groen-gele boel. Ik ben benieuwd of Brazilië de finale haalt. Ik stuur dit verhaal snel op voordat dit ook weer achterhaald is. Volgende keer vertel ik van de rest van de reis en de aankomst van mijn zuster.

Mariëtta, 30 juni 2006

Niet vergeten: 11e gebod: gij zult genieten.

Volgende keer meer!